Ouders slachtoffertjes Robert M. behouden spreekrecht

Hoofdverdachte Robert M. en zijn echtgenoot Richard van O. arriveerden vanochtend in een geblindeerde bus bij de rechtbank in Amsterdam. Foto NRC / Maurice Boyer

De ouders van de jonge slachtoffers van Robert M. behouden het recht om namens hun kinderen te spreken tijdens het vanochtend begonnen proces. Dat heeft de Amsterdamse rechtbank vanmiddag bepaald.

De rechtbank kende de ouders in december al spreekrecht toe, maar vorige week bepaalde de Hoge Raad dat dit niet zomaar mag. Uitbreiding van het spreekrecht is een taak van de wetgever. Een wetsvoorstel dat dit regelt lijkt weliswaar op brede steun te kunnen rekenen van de Tweede Kamer, maar moet nog worden behandeld. Om die reden vroegen de advocaten van M. vanochtend om het besluit om spreekrecht aan de ouders toe te kennen terug te draaien.

De rechters verwezen in hun motivatie naar de aard en de omvang van de zaak. Ook verwezen ze naar de grote mate van vereenzelviging van ouders met hun kind. “Schade aan het kind is schade aan de ouders”, zoals de rechtbankvoorzitter het verwoordde.

Rechter: Amsterdamse zedenzaak niet te vergelijken met zaak Hoge Raad

De Amsterdamse zedenzaak mag niet worden vergeleken met een zaak waarin de Hoge Raad vorige week oordeelde dat een rechter het spreekrecht niet zomaar mag uitbreiden, in dat geval naar de vriendin van een overleden slachtoffer. “De aard en de omvang maken het onvergelijkbaar. Het is principieel verschillend.”

Het toekennen van het spreekrecht aan de ouders van de slachtoffers, hoewel niet expliciet in de wet vermeld, is volgens de rechters toegestaan. “De verbeelding van de wetgever had de onderhavige zaak niet kunnen oproepen.”

De ouders die dat willen kunnen nu ongeveer een kwartier het woord voeren. Zien de rechters geen mogelijkheid om het spreekrecht te handhaven, dan had justitie de ouders als getuigen willen laten horen.