Ook toppers betalen op Haags ijs 45 euro inschrijving

In De Uithof vergaapten fans en oud-kampioenen zich aan de sprongen van de beste kunstrijders. Die komen de laatste jaren vooral uit het buitenland.

South Korea's Noh Jin-kyu competes during the men's 5000 meters relay at the ISU World Cup short track speed skating championships in Shanghai March 11, 2012. REUTERS/Aly Song (CHINA - Tags: SPORT SPEED SKATING)

Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel waren de afgelopen dagen niet van de tribune te slaan. Elke minuut van de Challenge Cup in de Haagse De Uithof slurpte de voormalige kunstschaatssters op. Ook al stamt hun roemrijke tijd van axels en Rittbergers uit een ver verleden, het vuur dooft nooit. Ze genoten van onder anderen de Franse winnaar Brian Joubert, met drie Europese en één wereldtitel de meest gedecoreerde deelnemer.

Maar Dijkstra (70) en Haanappel (71) zijn ook streng. Geen detail ontgaat hen. En dat laten ze weten ook. Vooral Haanappel, die na haar loopbaan bekend werd als televisiecommentator, legt de lat hoog. Joubert is goed, maar om nu te zeggen dat hij tot haar favorieten behoort, nee dat niet. Ze mist de elegantie die ze wel aantrof bij de nummer twee, de Amerikaan Jeremy Abbott.

Joubert noemde ze „een krachtrijder”. En er ontbreekt in zijn vrije kür een combinatie van twee drievoudige sprongen. Naar internationale maatstaven gerekend een tekortkoming, weet Haanappel. Want dat zijn net de beetjes extra’s die een goede kunstrijder van een excellente kunstrijder onderscheiden.

Verder geen kwaad woord over Joubert. Als oud-sportster kan ze waarderen dat hij al tien jaar aan de top staat. En ze bewondert zijn vermogen nog altijd aan de techniek te schaven. Het was Haanappel niet ontgaan dat de 27-jarige Fransman zijn viervoudige sprongen inmiddels gemakkelijker uitvoert. Omdat hij ze niet meer vanuit een rechte lijn, maar met een bocht aansnijdt.

Joubert gaf de Challenge Cup cachet. Net als zijn landgenoot Florent Amodio, Europees kampioen in 2011. En Carolina Kostner, de Italiaanse viervoudige Europees kampioen bij de vrouwen. Helaas kwam het bij de vrije kür van de mannen niet tot een Franse clash, omdat Amodio ontbrak wegens een lichte liesblessure. Dus was er onmogelijk een vergelijking te maken tussen de oude en de nieuwe generatie kunstrijders.

Maar dat Joubert intussen is voorbijgestreefd door zijn zes jaar jongere landgenoot wijzen de resultaten uit. Joubert stond afgelopen EK voor het eerst in tien jaar niet op het podium. Amodio wel. Maar hij moest zich tevreden stellen met een derde plaats. Amodio werd als titelhouder onttroond door de Rus Jevegeni Ploesjenko.

Van hem zal de Fransman over twee weken bij de wereldkampioenschappen in Nice overigens geen last hebben. Ploesjenko ontbreekt daar vanwege een onlangs ondergane knieoperatie. Joubert en Amodio moeten in eigen land nu het gevecht aan met de Canadese titelverdediger Patrick Chang, de Rus Artur Gachinski en de Japanners Daisuke Takahashi en Takahiko Kozuka.

Die wereldkampioenschappen zijn ook de reden dat de Challenge Cup zo sterk bezet was. Voor een aantal gold een tussenstop in Den Haag als een ideale voorbereiding op de titelstrijd in Nice. En voor Pieter Kraan, voorzitter van het organisatiecomité, een geweldige opsteker. Na een onderbreking van twee jaar kon Kraan zich geen betere hervatting van de Challenge Cup wensen. En dat succes wil de voorzitter uitbouwen, want de editie van volgend jaar heeft hij opnieuw twee weken voor de WK gepland. En hij nam gretig de gelegenheid te baat om contacten te leggen.

Contacten en geen contracten. Want zo werkt dat bij de Challenge Cup. Met een begroting van 150.000 euro kan de organisatie zich geen financiële risico’s permitteren. Sterker, de deelnemers moeten in Den Haag ‘gewoon’ 45 euro inschrijfgeld betalen. Of je nu Joubert, Amodio of Kostner heet. En daar blijft het niet bij, want de deelnemers draaien ook voor de hotelkosten op. Dankzij een deal van de organisatie met een hotelketen weliswaar tegen gereduceerde tarieven, maar toch.

Voor het Nederlandse kunstrijden is de Challenge Cup een prachtige wedstrijd, al is het nationale niveau er de laatste jaren niet door verhoogd. Na Karen Venhuizen heeft Manouk Gijsman zich gemeld, maar haar internationale doorbraak laat, mede door een reeks blessures, op zich wachten. In Den Haag verraste Gijsman met een voortreffelijke korte kür. Maar haar keurige negende plaats verspeelde ze een dag later met een veel mindere vrije kür. Gijsman duikelde naar de zestiende plaats. Winnares werd Kostner.

Maar daar hoorde je Kraan niet over klagen. Hij was tevreden over het verloop. En over de winnaars. Joubert en Kostner zijn twee namen die de Challenge Cup internationale allure geven.