Les één: een straatveger moet ook met de bewoners kunnen praten

Straatvegers kunnen vanaf dit jaar een beroepsopleiding volgen. Meer sociale vaardigheden, meer status. Maar het belangrijkste blijft toch die schone stoep.

„Kan iemand een voorbeeld noemen van zwerfafval?” Docent Wouter Hoefkens kijkt vragend de klas rond. „Febo-resten, plastic bekertjes…”, antwoordt een man met een licht Spaans accent. Het is acht uur ’s ochtends. Een groep straatvegers zit in een lokaal in de Amsterdamse Bijlmer. Voor hen ligt een boek open op tafel, met een pen in de hand volgen ze het college ‘Smart reinigen met beelden’.

„Zoals we vorige les bespraken, zijn er twee soorten zwerfafval.” Hoefkens telt op zijn vingers: „Storend zwerfafval: groter dan 3 centimeter. En niet-storend afval: kleiner dan 3 centimeter. Kauwgum is geen zwerfafval, want dat kunnen we niet vegen.” De straatvegers schrijven gretig mee. „Wie weet er nog wat er gebeurt als er sprake is van een hoge vervuilingssnelheid?” Een blonde man weet het antwoord: „Dan is het smerig.”

De cursisten zijn al jaren straatveger en werden afgelopen zomer gevraagd voor het traject ‘professionalisering van straatvegers’. Een voorproefje van de opleiding mbo 1 straatvegen, die in september begint. Die is bedoeld voor straatvegers die beter willen worden in hun vak en voor toekomstige straatvegers. Na 240 lesuren ontvangen ze een diploma straatreiniging.

Bedenker van de opleiding Ronald Ravesteijn: „Vijftien jaar geleden stonden straatvegers aan de rand van de maatschappij en stelde het werk weinig voor.” Inmiddels heeft het beroep zich volgens hem ontwikkeld, maar kiest niemand er bewust voor straatveger te worden. Een officiële opleiding moet de status verhogen.

Dat anderen neerkijken op hun beroep, ondervinden de cursisten regelmatig. Een donkere jongen van een jaar of dertig: „Mensen om mij heen vinden het vies.” Hij kan zich dat wel voorstellen: „Als kind wilde ik ook echt geen straatveger worden. Je bent toch opgevoed met het idee dat het het laagste van het laagste is.” Maar toen hij na zijn opleiding detailhandel geen baan kon vinden, kwam hij via een uitzendbureau bij de straatvegers terecht en vond hij het „eigenlijk best oké”. „Ik zie nu wel in dat het een belangrijk beroep is. Wij zorgen dat het schoon blijft in Nederland.”

In de pauze vertelt straatveger John Burger (49) trotser te worden op zijn werk: „Nu we meer zelf moeten bepalen wanneer een straat schoon is, word ik toch een soort zelfstandig ondernemer.” Twintig jaar geleden werd hij ontslagen in de horeca en begon hij als straatveger. „Het is leuk om je te ontwikkelen, maar om eerlijk te zijn, volg ik deze cursus vooral om een hoger salaris te krijgen. Het is niet veel meer, zo’n 100 euro, maar ik kan het goed gebruiken als alleenstaande vader.” Of hij zijn dochters zou aanraden straatveger te worden? „Nee joh, die zijn met hun havo/vwo veel te hoog opgeleid.”

Bij de opleiding straatvegen leren studenten wanneer ze welk werktuig moeten gebruiken, hoe je moet reageren op veranderingen in het weer en dat een ‘1’ staat voor brandschoon en een ‘5’ voor heel vies. Maar er wordt vooral veel aandacht besteed aan communicatieve vaardigheden.

Ravesteijn: „We willen straatvegers leren om niet alleen naar hun veger te staren, maar voorbijgangers aan te kijken en te groeten.” Als het aan Ravesteijn ligt, zijn de beste straatvegers over tien jaar een soort buurtconciërges. „Straatvegers zijn nu al zo’n beetje de enige ogen en oren op straat, daar moeten we gebruik van maken.” Als voorbeeld noemt hij conflicten met hangjongeren. „Straatvegers zouden een bemiddelende taak kunnen hebben. Dat willen wij ze leren.”

Het plan voor de middelbare beroepsopleiding straatvegen past in een bredere trend van professionalisering van laaggeschoolden. In de meeste beroepen komt dat door automatisering en mechanisering. Zo moeten vuilnismannen met hijskranen kunnen werken door de komst van ondergrondse vuilcontainers, en is magazijn- of administratief werk nauwelijks meer denkbaar zonder computerkennis.

„Maar er blijven altijd beroepen bestaan die niet verder mechaniseren en één daarvan is straatvegen”, zegt Rolf van de Velden, onderzoeker bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. Dat is volgens hem maar goed ook, want zo’n 8 procent van de mensen zal nooit een opleiding afmaken. Voor hen is het van belang dat er ook ongeschoold werk te vinden is.

„Straatvegen is nou typisch een mooi beroep voor mensen die zonder hoge scholing toch kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt”, zegt socioloog Maurice Gersthuizen, gespecialiseerd in de kwetsbaarheid van laagopgeleiden. Hij plaatst kanttekeningen bij de nieuwe opleiding, en het belang van communicatieve vaardigheden. „Ik ben bang dat mensen die daar niet goed in zijn, door de komst van zo’n mbo buiten de boot vallen.” Bovendien zullen ‘sociale’ uitblinkers volgens hem uiteindelijk toch kiezen voor een beroep met een hogere status, zoals maatschappelijk werker. „Want de belangrijkste taak van een straatveger blijft toch het schoonhouden van de stoep.”

Mensen die niet geschikt zijn voor het mbo kunnen heus nog gewoon blijven straatvegen, beloven de bedenkers van de opleiding. Ravesteijn: „Ik stel me voor dat zij achter hun opgeleide collega’s aanlopen en zich zo aan hen kunnen optrekken.” En ja, die schone stoep blijft het belangrijkst, maar die wordt volgens hem juist schoner als straatvegers leren communiceren met bewoners: „Zodra mensen het gezicht kennen van ‘hun straatveger’, zullen ze minder snel afval op straat gooien.”

Aan het einde van de les geeft Hoefkens een voorbeeld van goede communicatie: „Je kunt bewoners uitleggen dat je in de herfst minder tijd hebt voor zwerfafval omdat er zoveel bladeren liggen.” Straatveger Souhair Kwyasse (34) knikt instemmend: „Ja, dan begrijpen ze tenminste dat het niet aan ons ligt.” Hoefkens: „Precies. En daarbij is de houding die je uitstraalt ook belangrijk, want vergeet niet: jullie zijn de ambassadeurs van de leefbaarheid!”