In nieuwe wereld ligt Latijns-Amerika boven

Hal Weitzman: Latin Lessons. How South America stopped listening to the United States and started prospering. Wiley, 288 blz. €25,99

De Amerikanen zijn hun grens met Mexico steeds zwaarder aan het bewaken. Honderden kilometers muur, prikkeldraad en wachtposten. Sommige politici willen de afrastering onder stroom zetten.

Die grens loopt niet alleen over land, maar zit ook in de Amerikaanse psyche. Daar aan de andere kant, over de zuidgrens, loeren de problemen. Drugs, migranten, rare linkse leiders als Hugo Chávez en de gebroeders Castro.

Door deze angstige blik laten de Amerikanen een geweldige kans lopen, betoogt Hal Weitzman in ‘Latin Lessons’. Want achter die mentale muur ligt een werelddeel in opkomst.

Latijns-Amerika bloeit: de economie floreert, de middenklasse groeit, succesvolle bedrijven zoeken nieuwe investeerders. Terwijl de Verenigde Staten de kredietcrisis nog altijd niet te boven zijn, hebben voormalige sloebers als Peru en Bolivia zich ontpopt tot trotse opkomende markten.

De Amerikanen hebben het aan zichzelf te danken dat ze zo weinig profiteren van de omwenteling in Latijns-Amerika. Na 9/11 hebben ze de grens met Mexico dichtgegooid en lijken dat deel van de wereld vergeten. De aandacht werd opgeslokt door het Midden-Oosten.

In dat gat is China gesprongen, inmiddels de grootste investeerder in veel Latijns-Amerikaanse landen, waaronder de regionale reus Brazilië. De Latijns-Amerikaanse tijgers – of, beter gezegd, jaguars – exporteren grondstoffen en landbouwproducten naar China. Op hun beurt helpen de Chinezen met geld voor wegen, bruggen en havens.

De nieuwe uitwisseling is niet vrij van complicaties. Regeringen in Latijns-Amerika proberen een gediversifieerde eigen industrie op te bouwen, maar ze kunnen niet concurreren met de goedkope goederen uit Chinese fabrieken die draaien op hún grondstoffen.

Maar ze hebben liever de Chinezen dan de Amerikanen. Peking bemoeit zich tenminste niet met hun interne politieke zaken, zoals Washington dat altijd deed. Landen als Venezuela en Bolivia volgen een nieuw model: grondstofnationalisme. De rijkdom uit olie en gas investeren ze in kansen voor de armen.

Weitzman heeft een goed gedocumenteerd boek geschreven. Als correspondent voor de Andes van de Financial Times heeft hij honderden mensen gesproken en hij strooit scheutig met grappige anekdotes. Hij verrast en geeft met overtuiging een zwieper aan de wereldbol. Opeens ligt Latijns-Amerika boven.

Weitzman adviseert de Amerikanen hoe ze de band met hun veelbelovende buren kunnen herstellen. Het belerende toontje laten varen is een goed begin, want Latijns-Amerika heeft weinig reden om nog te luisteren. Hij noemt drie gebieden waar Washington open moet staan voor overleg: immigratie, drugsbeleid en het embargo tegen Cuba. Maar dat gaat ver voorbij de mentale grenzen van Amerika.