In gesprek met Saddam Hussein

De opgenomen gesprekken van Saddam Hussein tonen een praatgrage bruut met een missie.

Redacteur Midden-Oosten

In Saddam Husseins Irak waren afluisteren en klikken de norm. Kinderen luisterden hun ouders af, studenten hun docenten en ambtenaren elkaar, in een geperfectioneerd systeem dat Saddam tientallen jaren de macht garandeerde. Saddam is alweer ruim vijf jaar geleden opgehangen, maar we kunnen nu allemaal postuum zelf met hem en zijn gezelschap kennismaken. Na de invasie van 2003 zijn namelijk bergen opnames gevonden van vergaderingen van de Iraakse top. Want niet alleen gewone burgers werden in de gaten gehouden; werkelijk iedereen werd afgeluisterd, tot in de allerhoogste contreien, als levensverzekering tegen rivalen. Een van de ondoorzichtigste regimes is hiermee een van de doorzichtigste geworden, schrijven de samenstellers van The Saddam Tapes. Verwacht geen grote onthullingen over de inzet van massavernietigingswapens of oorlogsbeslissingen – dat was al bekend. De teksten in het boek vormen maar een klein deel van de in totaal 7.000 gevonden banden. Niet alles wat ooit is opgenomen is teruggevonden. Een deel is kwijtgeraakt in de chaos in Bagdad na de invasie. Banden met heel gevoelige onderwerpen, zoals de Koerdische genocide (100.000 doden tussen 1986 en 1989), zijn door het regime vernietigd. Maar het materiaal geeft wel een unieke inkijk in de manier waarop Saddam opereerde en hoe hij met zijn directe medewerkers omging – en zij met hem.

Saddam bleek geen schreeuwer, wat je misschien zou verwachten; slechts een heel enkele keer sloeg hij met de vuist op tafel. Misschien hoefde hij ook niet te schreeuwen; zijn ministers en andere gesprekspartners hoedden zich er wel voor om hem als het erop aan kwam tegen te spreken. Dat ging zover dat hij zich in de oorlog tegen Iran (1980-1988) tijdens een vergadering bezorgd toonde dat hij slecht nieuws niet te horen kreeg. ‘Saddam Hussein wil de waarheid, zelfs de pijnlijke.’

Hij was slim, praatte graag en veel en volgde geïnteresseerd wat zich in de buitenwereld afspeelde, in het bijzonder in de VS. ‘Kennis van de geschiedenis van elkaars landen is onontbeerlijk als men de juiste conclusies wil trekken’, zei hij tegen een groep bezoekende Amerikaanse senatoren in april 1990, kort voor hij Koeweit bezette. Hij had een zeker gevoel voor humor. Maar tegelijk was hij zeer gevoelig voor onzinnige samenzweringstheorieën, waarbij Amerika en de ‘hebzuchtige en agressieve’ zionisten (Israël) aan de zijde van de ‘duivelse tulbanden’ (Iran) tegen Irak optrokken.

Uit zijn eigen grootheid volgde logisch dat Irak het leiderschap van de Arabische wereld toebehoorde. Ja, Saoedi-Arabië had een hele hoop geld, maar geen mensen en geen kwaliteit, zo merkte hij op. Algerije lag te ver weg en was wetenschappelijk niet ver genoeg. ‘Maar Irak heeft alles wat nodig is. Het heeft zijn beschaving, het heeft genoeg inwoners, het is wetenschappelijk veel verder gevorderd dan de andere landen en het heeft een rijke geschiedenis’, mijmerde hij tijdens een bijeenkomst kort na het uitbreken van de oorlog tegen Iran. ‘We hebben niet de keuze of we het leiderschap willen aanvaarden of niet. Het leiderschap wordt ons opgelegd.’ Andere Arabische leiders, in het bijzonder de Egyptische president Mubarak, de Saoedische koning Fahd en de Palestijnse leider Arafat, bekeek hij met het grootste dedain.

Saddams bruutheid komt met name tot uiting in bijeenkomsten met medewerkers na de bezetting van Koeweit in augustus 1990. Alle verzet tegen de Iraakse binnendringers moet worden vermorzeld. ‘Jullie moeten tegen hun zeggen: jullie [de Koeweiti’s] zijn nu Irakezen en als iemand dan zijn mond open doet of een geluid maakt, moeten jullie alle kogels in zijn keel leegschieten.’

Zijn halfbroer Sabawi al-Tikriti, chef van een van de Iraakse inlichtingendiensten die in Koeweit een nieuwe Iraakse veiligheidsdienst moest opzetten, gaf hij opdracht beginnende Koeweitse guerrilla-acties in de grond te stampen voor ze uit de hand lopen. Sabawi antwoordde dat hij 28 officieren van het Koeweitse veiligheidsdepartement heeft laten ‘afslachten’. ‘We ondervroegen hen ruw, heel ruw, en toen brachten we hen naar hun woningen. We lieten hun echtgenotes naar buiten komen en toen doodden we hen en staken we hun woningen in brand.’ Sabawi voegde eraan toe: ‘Meneer, dat deden we niet omdat we misdadigers zijn die het lekker vinden te doden. Maar deze methode is de beste voor dergelijke saboteurs.’

Kevin M. Woods, David D. Palkki, Mark E. Stout: The Saddam Tapes. The Inner Workings of a Tyrant’s Regime 1978-2001 Cambridge University Press, 372 blz. € 80,-