Impasse Syrië kan nog lang duren

Nieuwsanalyse

Terwijl het geweld in Syrië voortduurt, zoekt Kofi Annan een diplomatieke oplossing. Dat gaat moeizaam. Toch ziet hij reden voor optimisme.

Internationaal bemiddelaar Kofi Annan is het afgelopen weekeinde in Damascus nog niet erg opgeschoten met zijn missie om allereerst een einde te maken aan het escalerend geweld en daarna een politieke oplossing te vinden.

Nadat eerst de belangrijkste oppositiegroep Annans oproep tot een dialoog met het Syrische regime had afgewezen, bleek president Bashar al-Assad op zijn beurt niet met de oppositie te willen praten.

Althans, zolang deze geweld gebruikt. „Geen politieke dialoog of politieke activiteit kan slagen terwijl gewapende terroristische groepen actief zijn”, heeft hij volgens de Syrische staatstelevisie tegen Annan gezegd. Assad houdt vol dat de opstand tegen zijn autoritaire bewind grotendeels een van buitenaf gestuurde extremistische samenzwering is. Het grootste deel van de oppositie zegt dat er te veel bloed is vergoten om nog een compromis met zijn bewind te kunnen sluiten.

Annan zelf beschreef zijn gesprekken met Assad als „openhartig en alomvattend”.

De missie van Annan, oud-secretaris-generaal van de Verenigde Naties en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede, is in feite the only game in town. Een internationale militaire interventie zoals vorig jaar in Libië wordt door westerse landen en verscheidene Arabische landen uitgesloten wegens de onzekere uitkomst en de risico’s – het Syrische leger is een geduchte strijdmacht (4.500 tanks en zo’n 300.000 manschappen) met een sterke luchtverdediging.

Wapenleveranties aan het gewapend verzet, zoals bepleit en waarschijnlijk al uitgevoerd door Saoedi-Arabië en Qatar, zouden de oorlog alleen maar aanwakkeren en naar in het Westen wordt gevreesd bij extremisten kunnen terechtkomen.

En het ziet er niet naar uit dat het Syrische bewind op korte termijn vanzelf in elkaar zakt.

Functionarissen van Amerikaanse inlichtingendiensten zeiden zaterdag tegen Amerikaanse media dat Assads regime het nog wel een tijd kan uithouden. Westerse leiders, de Britse premier Cameron vorige week nog, zeggen regelmatig dat zijn dagen zijn geteld. Maar de functionarissen zeiden dit weekeinde dat zijn leger nog steeds een formidabele strijdmacht is, dat zijn politieke omgeving hem trouw blijft en dat hij de steun houdt van de elite – uit angst voor de toekomst onder een ander regime of om andere redenen.

Deserties van een aantal brigadegeneraals en een onderminister van Oliezaken zijn geen aanwijzing dat het regime begint te rafelen. Zij maakten geen deel uit van elite-eenheden of Assads kring van getrouwen.

Tegelijkertijd is zowel de politieke als de gewapende oppositie verdeeld, zo is bekend. De Amerikaanse inlichtingendiensten zijn volgens de zegslieden tot de conclusie gekomen dat ze ook geen werkelijke bedreiging vormen voor het regime. Het Vrije Syrische Leger overkoepelt een groot aantal licht gewapende brigades van deserteurs en plaatselijke strijders, die de strijd tegen het zwaargewapende regeringsleger onderling niet of nauwelijks coördineren. Hun relatie met de politieke oppositie is slecht.

Aan de andere kant is het regeringsleger wel sterk, maar niet sterk genoeg om alle gewapende oppositie tegelijk uit te roeien. Het leger had in Homs weken nodig om de lichtgewapende oppositiestrijders weg te bombarderen, wat leidde tot zware verliezen voor de burgerbevolking. In de tussentijd stak elders verzet weer de kop op. Nu is het leger in het noordwesten in het offensief gegaan.

Deze bloedige impasse kan nog lange tijd voortduren. Het bewind zal intussen langzaam verzwakken doordat de Syrische economie onder invloed van internationale sancties en het wegvallen van toerisme steeds verder verslechtert. Het Syrische pond heeft al 70 procent van zijn waarde van ruim een jaar geleden verloren. Maar Assads faillissement is nog lang niet aan de orde.

Annan, bemiddelaar namens VN en Arabische Liga, erkende gisteren dat een oplossing ver weg is. Toch was hij „om verschillende redenen optimistisch”. Hij noemde er één: „bijna iedere Syriër die ik heb ontmoet wil vrede. Ze willen dat het geweld stopt. Ze willen hun leven hervatten.”