Hij mist elegantie

De Challenge Cup had veel sterke kunstschaatsers op het ijs. Experts op de tribune genoten, al hadden ze ook kritiek.

Sportredacteur

Den Haag. Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel waren de afgelopen dagen niet van de tribune te slaan. Elke minuut van de Challenge Cup in de De Uithof in Den Haag slurpten de voormalige kunstschaatssters op. Ook al stamt hun roemrijke tijd van axels en rittbergers uit een ver verleden, het vuur dooft nooit. Ze genoten van onder anderen de Franse winnaar Brian Joubert, met drie Europese en één wereldtitel de meest gedecoreerde deelnemer.

Maar de liefhebbers Dijkstra (70) en Haanappel (71) zijn ook streng. Geen detail ontgaat hun. En dat laten ze weten ook. Vooral Haanappel, die na haar loopbaan bekendheid verwierf als televisiecommentator bij het kunstrijden, legt de lat hoog. Ze vindt Joubert goed, maar om nu te zeggen dat hij tot haar favoriete kunstrijders behoort? Nee, dat niet. Ze mist bij hem de elegantie die ze in Den Haag wel aantrof bij de nummer twee, de Amerikaan Jeremy Abbott.

Joubert kwalificeerde zich als „een krachtrijder”. En er ontbreekt in zijn vrije kür een combinatie van twee drievoudige sprongen, in jargon een triple-triple genoemd. Naar internationale maatstaven gerekend een tekortkoming, weet Haanappel. Want dat zijn net de beetjes extra die een excellente kunstrijder van een goede kunstrijder onderscheiden.

Verder van Haanappel geen kwaad woord over Joubert. Als oud-sporter kan ze waarderen dat hij al tien jaar aan de top staat. En ze bewondert Jouberts vermogen in de herfst van zijn loopbaan aan de techniek te schaven. Het was Haanappel niet ontgaan dat de 27-jarige Fransman zijn viervoudige sprongen inmiddels gemakkelijker uitvoert. Omdat hij ze niet meer vanuit een rechte lijn, maar met een bocht aansnijdt. Dat zijn de details die het grote publiek ontgaan, maar waarvan Dijkstra en Haanappel in De Uithof volop genoten.

Joubert gaf de Challenge Cup dit weekend cachet. Net als zijn landgenoot Florent Amodio (21), de Europees kampioen van 2011. En evenals Carolina Kostner, de Italiaanse viervoudige Europees kampioen bij de vrouwen. Helaas kwam het bij de vrije kür van de mannen niet tot een Franse clash, omdat Amodio ontbrak wegens een lichte liesblessure die hij had opgelopen bij de korte kür. Dus was er onmogelijk een vergelijking te maken tussen de oude en nieuwe generatie kunstrijders.

Maar dat Joubert intussen is voorbijgestreefd door zijn zes jaar jongere landgenoot wijzen de resultaten uit. Joubert stond afgelopen EK voor het eerst in tien jaar niet op het podium. Amodio wel. Maar hij moest zich tevreden stellen met een derde plaats. Amodio werd als titelhouder onttroond door de Rus Jevgeni Ploesjenko.

Van hem zal de Fransman over twee weken bij de wereldkampioenschappen in Nice overigens geen last hebben. Ploesjenko ontbreekt daar vanwege een onlangs ondergane knieoperatie. Joubert en Amodio moeten in eigen land het gevecht aangaan met de Canadese titelverdediger Patrick Chang, de Rus Artur Gachinski en de Japanners Daisuke Takahashi en Takahiko Kozuka.

Die wereldkampioenschappen zijn ook de reden dat de Challenge Cup zo sterk bezet was. Voor een aantal gold een tussenstop in Den Haag als een ideale voorbereiding op de titelstrijd in Nice. En voor Pieter Kraan, voorzitter van het organisatiecomité, een geweldige opsteker. Na een onderbreking van twee jaar kon Kraan zich geen betere hervatting van de Challenge Cup wensen. En dat succes wil de voorzitter uitbouwen, want de editie van volgend jaar heeft hij opnieuw twee weken voor de WK gepland. Hij legde alvast gretig contacten.

Contacten en geen contracten. Want zo werkt dat bij de Challenge Cup. Met een begroting van 150.000 euro kan de organisatie zich geen financiële risico’s permitteren. Sterker, de deelnemers moeten in Den Haag ‘gewoon’ inschrijfgeld betalen. Of je nu Joubert, Amodio of Kostner heet, en of je nu een reeks titels hebt gewonnen of niet, je moet eerst 45 euro neertellen om mee te mogen doen. En daar blijft het niet bij, want de deelnemers moeten ook voor de hotelkosten opdraaien.

Voor het Nederlandse kunstrijden is de Challenge Cup een prachtige wedstrijd, al is het nationale niveau er de laatste jaren niet door verhoogd. Na Karen Venhuizen heeft Manouk Gijsman zich gemeld, maar haar internationale doorbraak laat, mede door een reeks blessures, op zich wachten. In Den Haag verraste Gijsman met een voortreffelijke korte kür. Maar haar keurige negende plaats verspeelde ze een dag later met een aanzienlijk mindere vrije kür. Gijsman duikelde naar de zestiende plaats. Winnares werd – hoe kon het ook anders – Kostner.

Maar daar hoorde je Kraan niet over klagen. Hij was tevreden over het verloop. En over de winnaars. Joubert en Kostner zijn twee namen die de Challenge Cup internationale allure geven.