Het beste exportproduct? ‘Das Auto’

Volkswagen, Mercedes en BMW presenteerden dit jaar recordcijfers. De Duitse auto-industrie floreert als nooit te voren dankzij de grote vraag naar luxe wagens in China. Alleen Opel blijft achter.

De grootste automaker van Europa, Volkwagen, maakt dit jaar pas op de plaats. Bestuursvoorzitter Martin Winterkorn kondigde vanmorgen aan dat het in 2012 even is gedaan met recordwinsten en dito omzetten. De belangrijkste reden is de invoering van een nieuw en peperduur productiesysteem, dat volgens Winterkorn dit jaar waarschijnlijk tot „gelijkblijvende cijfers” zal leiden. Volgend jaar moet winstgroei weer mogelijk zijn.

Dat was een domper, vandaag bij de presentatie van het jaarverslag van Volkswagen in Wolfsburg. De koers van het aandeel VW zakte prompt weg op de aandelenbeurs in Frankfurt. Na het bekend worden, enkele weken geleden, van de jaarcijfers van Volkswagen, vielen Winterkorns ontnuchterende woorden in een zwart gat.

Volkswagen boekte in 2011 een nettowinst van 16 miljard euro. Dat is meer dan ooit een Duits bedrijf in één jaar tijd verdiende. Toegegeven, het resultaat is licht vertekend. Winterkorn is de eerste om dat te beamen. 11,3 miljard euro is puur operationele winst. De rest komt uit bijzondere baten, maar het blijft een berg geld.

De twee andere Duitse autofabrikanten Daimler en BMW deden het vorig jaar verhoudingsgewijs nog beter dan Volkwagen. Het meest opvallend was de winstsprong van BMW. Het concern verdiende in 2011 voor belasting 7,3 miljard euro, een plus van meer dan 50 procent in vergelijking met het jaar daarvoor. Daimlers nettowinst bedroeg vorig jaar 6 miljard euro, tegen 4,7 miljard in 2010.

Volkswagen wil in 2018 de grootste autoproducent ter wereld zijn, met jaarlijkse ten minste 10 miljoen verkochte voertuigen. Meer dan BMW en Daimler zet VW in op het ‘totale autoconcern’. Van auto’s voor de gewone man (Volkswagen) tot snelle en dure wagens (Porsche); van ‘premium’ merken (Audi) tot stoere vrachtauto’s (MAN en Scania). Dat is het concept voor de komende jaren.

Of het zich uitbetaalt, moet nog blijken. De concurrentie zit niet stil. En op het gebied van de elektrische auto, waar binnen tien jaar een revolutie wordt verwacht, is Volkswagen nog niet zo heel ver gevorderd.

Dat neemt niet weg dat 2011 voor de Duitse autofabrikanten een topjaar is geweest; een jaar met „droomcijfers”, zoals Daimler-chef Dieter Zetsche het met glimmende ogen en een brede grijns onder z’n snor zei.

Made in Germany staat overal ter wereld – ook in Duitsland zelf – voor kwaliteit. Tot in de verste uithoeken wordt geschwärmt met de deskundigheid van Duitse auto-ingenieurs. Maar daarin ligt ook een gevaar: hoe houd je het kwaliteitsmanagement op peil in bedrijven die zo groot zijn als Volkswagen en Daimler?

Het personeelsbestand van VW komt dit jaar voor het eerst wereldwijd uit boven 500.000 mensen. Die moeten allemaal dat unieke kwaliteitsstempel Made in Germany hebben, of op z’n minst proberen te krijgen. Dat is opgave die zelfs voor Volkswagen kolossaal is. VW-chef Winterkorn heeft het treffend verwoord: „aan de kop staan is één ding; aan de kop blijven is iets anders”.

Hoe treurig steken de winstcijfers van de van oorsprong Duitse automaker Opel tegen die van VW, BMW en Daimler af. Opel, een dochteronderneming van het Amerikaanse General Motors, boekte vorig jaar samen met GM-dochter Vauxhall een verlies van 747 miljoen dollar (circa 575 miljoen euro).