Globalisering van de scharrelaar

Een op de vijf mobieltjes in Afrika komt uit één gebouw: Chungking Mansions in Hongkong. Op bezoek bij Gordon Mathews, antropoloog tussen handelaartjes van overal. ‘Kosmopolitisme is niet voorbehouden aan de elite.’

De Pakistaanse koopman Arif Mohammed in zijn kraam in Chungking Mansions, in Hongkong, waar handelaren van over de hele wereld zaken doen. Foto AFP

De nep-Nokia. De echte Nokia. De Blackberry en de Blakberrie. De laptop van Samsung en de Rolex met schitterende diamanten van glas. De magische logo’s in de vitrines van stoffige volksmarkten in Ghana, Senegal en Tanzania komen allemaal van elders. Voor de armen in Afrika begint globalisering bij een mobiele telefoon uit een Chinese fabriek.

Maar globalisering is voor Afrika meer dan dat. Neem de Nigeriaanse handelsreiziger die even op en neer vliegt naar Hongkong om in China geproduceerde mobiele telefoons in te slaan. De ene helft bestaat uit winkeldochters die zijn teruggestuurd uit Europa en in nieuw plastic gestoken, de andere helft is als kwaliteitskopie van de lopende band gerold. De Nigeriaan reist met 20.000 dollar contant geld op zak en doet zaken met een Pakistaanse winkelier omdat die, net als hij, Engels spreekt en een moslim is. De plek waar ze elkaar ontmoeten is Chungking Mansions. In Afrika geldt: wie een lading mobiele telefoons nodig heeft, vliegt naar Chungking Mansions.

Gek dat nog niemand onderzoek heeft gedaan naar Chungking Mansions, dacht de Amerikaanse antropoloog Gordon Mathews (55) toen hij in 2006 net naar Hongkong was verhuisd. Hij zag in het gebouw aan Nathan Road in Hongkong een microkosmos van globalisering, en maakte er een boek over: Ghetto at the Center of the World. Het gaat niet over de globalisering van multinationals met miljardenbudgetten en wereldwijde geld- en kapitaalstromen, maar over een dampend, overbevolkt, kleurig torencomplex, waar kleine handelaren uit de hele wereld dagelijks zaken doen. Mathews maakte het portret van de onderkant van de globalisering. Low-end globalisation, noemt hij het.

Hij rekende uit dat ongeveer 20 procent van de mobiele telefoons waarmee in Afrika wordt gebeld, uit Chungking Mansions komt.

Mathews lijkt meer in zijn element in de drukte van Chungking Mansions dan op de smetteloos kille campus van de universiteit waar hij lesgeeft. Op de stoep voor de ingang begroet hij allerlei een kennissen, onder wie een Somalische asielzoeker. Binnen stuiten we meteen op de Pakistaanse eigenaar van een kraampje waar kapotte computers worden ontleed. Het verhaal van de man staat in het boek, vertelt Mathews. Tegen de Pakistaan: „Je hebt nooit commentaar op het manuscript gegeven. Wat vond je er eigenlijk van?” De Pakistaan lacht. „Sorry, ik heb het niet uitgelezen,” zegt hij. „Er stonden te weinig plaatjes in.”

Mathews had al goede herinneringen aan het gebouw toen hij hier in 2006 aankwam, vertelt hij. In de jaren tachtig overnachtte hij er als backpacker, tussen de hippies en de hasjrokende avonturiers. Chungking Mansions staat al jarenlang te boek als de goedkoopste herberg van Hongkong. Voor het equivalent van tien euro kun je een raamloze kamer krijgen in een van de negentig hotels in het complex, dat vijf torenflats van ieder zeventien verdiepingen omvat. Het is een groezelig stadsblok, gebouwd in 1961, met een louche reputatie, ingeklemd tussen nieuwe shopping malls en glossy lichtreclames. Bij de uitgang van de metro staan prostituees uit India, Mongolië en Indonesië. Luidruchtige Afrikanen hangen rond op de hoek.

„Hongkong is een eiland van neoliberalisme waar alles om geld draait”, zegt Mathews, die antropologie doceert aan de Chinese Universiteit van Hongkong. „De politie maakt zich niet druk over illegale arbeiders of gekopieerde merkproducten, zolang het de handel niet in de weg staat.”

Zo’n beetje alle consumentengoederen die vanuit China naar arme landen worden verscheept komen hier voorbij. Kleding, mobiele telefoons, seks, magnetrons, dvd’s, computers. Als een van de rijkste steden ter wereld onderscheidt Hongkong zich door een uitzonderlijk tolerant visumbeleid. Bezoekers uit ontwikkelingslanden worden niet geweerd.

Ghetto at the Center of the World is het resultaat van vier jaar „rondhangen”, zoals Mathews het noemt, in een gebouw dat jaarlijks honderdduizenden buitenlanders aantrekt, maar waar de meeste inwoners van Hong Kong niet in hun eentje naar binnen durven. Hij overnachtte minstens twee keer per week in een van de hotels en telde 129 verschillende nationaliteiten in de gastenboeken. Hij tekende de verhalen op van Chinese hoteleigenaars, Pakistaanse winkelhouders, Afrikaanse handelsreizigers, Filippijnse schoonmaaksters, Nepalese drugsverslaafden, asielzoekers en prostituees. „In het begin dachten sommige mensen dat ik voor de politie of de geheime dienst werkte. Ik ben visitekaartjes gaan uitdelen zodat iedereen begreep dat ik academisch onderzoek deed. Dat schiep vertrouwen.”

De term low-end globalisation ontstaat gaandeweg in Mathews’ onderzoek. Hij bedenkt het als omschrijving van de grensoverschrijdende, grotendeels informele transacties tussen mensen met een relatief klein budget waar Chungking Mansions van leeft. „Mondialisering wordt nog te vaak gedefinieerd in termen van multinationals met miljardenbudgetten,” zegt Mathews. „Het grootste deel van de wereldbevolking houdt zich helemaal niet bezig met multinationals. Mondialisering is ook: migranten die in rijke landen aan de slag gaan als kindermeisje of schoonmaker. De laptops die van continent naar continent reizen in de bagage van een Ghanees. Dit is de dominante vorm van mondialisering, de vorm waar 80 procent van de wereldbevolking mee te maken heeft.”

Alleen nieuwkomers in Chungking Mansions kijken nog op van de sjofel geklede Amerikaan. Hier heet hij kortweg ‘de professor’. Zijn boek heeft Mathews „een beetje beroemd” in Hongkong gemaakt. Hij zegt het met een schampere grijns. Tientallen Chinese kranten hebben hem geïnterviewd, hij verscheen op televisie, een populair roddelblad volgde hem een week op de voet. „Ik vermoed dat de media zoveel belangstelling hebben omdat Chungking Mansions een enclave van buitenlanders is in een stad die voor 95 procent uit etnische Chinezen bestaat. Het is tegenwoordig cool om een Afrikaan of een Pakistaan te zijn. Maar Chinese journalisten vinden het eng om hen aan te spreken, daarom praten ze liever met een blanke Amerikaan.”

Chungking Mansions heeft zo’n slechte reputatie dat regelmatig de roep klinkt om het gebouw tegen de vlakte te gooien. De media-aandacht heeft het imago van Chungking Mansions een beetje opgepoetst, zegt Mathews. „Ironisch genoeg is wat in Hongkong als een vieze, dubieuze plek wordt gezien, in werkelijkheid een pleisterplaats van de middenklasse. Iedereen in dit gebouw, ook de schoonmaker die maar driehonderd dollar per maand verdient, is succesvol. Zij hadden genoeg geld om een ticket naar Hongkong te kopen. De meeste mensen in hun vaderland kunnen daar alleen van dromen.”

Mathews doet nog steeds onderzoek naar grensoverschrijdende handelsstromen van scharrelaars uit ontwikkelingslanden. De rode draad in zijn werk, zegt hij hardop denkend, is de vraag hoe globalisering de identiteit van mensen van verschillende nationaliteit beïnvloedt. In Chungking Mansions ontdekte hij dat een kosmopolitische levenshouding niet voorbehouden is aan intellectuelen uit het rijke westen, maar evengoed geldt voor migranten uit ontwikkelingslanden.

Vooral de politieke en religieuze tolerantie trof hem. Niet uit ideologie, maar uit noodzaak. Handel vergroot de ruimdenkendheid. Aan de helverlichte toonbanken van de currycafés verdwijnen de geschillen tussen Indiërs en Pakistanen. Nationalisme is slecht voor business. Geld is het bindmiddel. Geld maakt gelukkig.

Toch vermoedt Mathews dat het over een jaar of twintig gedaan is met Chungking Mansions. „Ik denk dat de Afrikaanse aanwezigheid in Hongkong, en in toenemende mate in China, uiteindelijk verdrongen wordt door de trek van Chinezen naar Afrika.” Chinese bedrijven beginnen eigen vertegenwoordigers naar Afrika te sturen, om tussenpersonen uit te schakelen. „Dat is niet alleen goedkoper, je houdt de handel ook in eigen hand. Nu concurreren de twee groepen nog, maar uiteindelijk zullen de Chinezen winnen.”