Geen echte finale, eerder een loket voor WK-tickets

Voor de Nederlandse schaatsers stond de wereldbekerfinale in het teken van de WK afstanden. Waarom deze evenementen niet combineren?

Redacteur Schaatsen

Rotterdam. Tweede op de vijf kilometer bij de wereldbekerfinale in Berlijn, voor de tweede keer in zijn lange carrière winnaar van het gecombineerde eindklassement op de lange afstanden. Alle reden voor stayer Bob de Jong om tevreden te zijn. Al blijft de schaatser uit de succesvolle BAM-ploeg het oneens met de opzet van de cyclus om de wereldbeker. „De vijf en tien kilometer zouden allebei een apart klassement moeten krijgen. Je kunt die twee afstanden ook makkelijk in één weekend naast elkaar op het programma zetten. Eind vorig jaar heb ik de ISU [internationale schaatsunie] hierover een brief geschreven, in drie talen. Maar ik heb niet de illusie dat er snel iets verandert.”

De beste schaatsers ter wereld die in de spannende finale strijden om de wereldbeker, de apotheose van een lang seizoen? Zo had het kunnen zijn. Maar in het Berliner Sportforum ging het afgelopen weekeinde minder over wie de beste per afstand was dit seizoen, dan over welke Nederlandse schaatsers zich plaatsten voor de WK afstanden, over twee weken in Thialf. Want pas daar eindigt eindelijk dit seizoen en worden de wereldkampioenen op de olympische schaatsnummers bekend. En zo was de wereldbekerfinale gedevalueerd tot een kwalificatiewedstrijd, in elk geval voor de Nederlandse deelnemers.

Jammer voor uitblinkers als Sven Kramer, in een toptijd van 6.14,69 afgetekend winnaar op de vijf kilometer. Of voor Kjeld Nuis, die met tweede plaatsen op de 1.000 en 1.500 meter winnaar werd van de wereldbeker overall en daarmee als meest regelmatige schaatser een prijs van 20.000 dollar kreeg (15.250 euro). „Daar betaal ik mijn pilsjes van op de wintersport”, lachte hij. De overall winnaar bij de vrouwen, Christine Nesbitt, kan haar prijzengeld goed gebruiken. Zoals alle niet-Nederlandse schaatsers extra inkomsten goed kunnen gebruiken. De Canadese topper op de middenafstanden won in Berlijn, zonder de zieke Ireen Wüst, de 1.500 en 1.000 meter.

Maar de beste of meest regelmatige schaatsers van het seizoen stonden in Berlijn in de schaduw van bijvoorbeeld sprinter Hein Otterspeer, die op de 500 meter naast een WK-ticket greep maar dankzij een zevende plaats op de 1.000 meter toch naar Thialf mag. Of van Annette Gerritsen, die haar seizoen eindigde met een 18de en 14de plaats op de 500 en een negende plaats op de 1.000 meter. Geen WK afstanden voor de sprintster uit de Ligaploeg van coach Marianne Timmer, de afgelopen jaren een vaste waarde in de wereldtop.

Waarom een finale om de wereldbeker organiseren als er een WK afstanden is, vroeg voormalig topschaatser Ard Schenk zich onlangs af in een interview met NRC Handelsblad. „Schuif in elk geval de wereldbekerfinale en de WK afstanden in elkaar”, bepleitte hij. Met een cyclus van vier of vijf wereldbekerwedstrijden kunnen de schaatsers zich in zijn visie plaatsen voor de WK afstanden, de apotheose van het seizoen. Een wereldbekerfinale is dan overbodig.

Het plan van Bob de Jong om bij de wereldbeker de vijf en tien kilometer te scheiden, sluit aan bij de visie van Schenk. „Dan krijg je ook voor de specialisten op de tien kilometer een beter en logischer programma”, zegt de regerend wereldkampioen op de vijf en tien kilometer. „Bij de WK afstanden en de Olympische Spelen zijn het toch ook aparte onderdelen? Nu zie je in de wereldbeker schaatsers die de vijf goed beheersen en daarom de tien erbij doen, om puntjes te scoren voor het klassement. Als je het scheidt, houd je op de tien de pure specialisten over. Dus krijg je een betere competitie.”

Maar de schaatswereld wordt teveel door Nederland gedomineerd, stelt De Jong. „Ik heb in Duitsland getraind, mijn vroegere coach Bart Schouten kent de situatie in de VS en Canada goed. Daar worden sporters gefinancierd op basis van olympische kansen op de afstanden. Voor hen zijn de wereldbeker en de WK afstanden belangrijker dan een WK allround. Maar er wordt door de ISU teveel geluisterd naar de Nederlanders.”