Financiële oplossing kan leiden tot hogere inflatie

Het verhaal van de Griekse Dwaasheid lijkt voorbij te zijn. Een mengeling van schuldafschrijvingen en nieuw geld - vooral het laatste - heeft de helpende hand geboden. Het hoofdstuk van Griekenland in het epos van de financiële crisis kende grotendeels hetzelfde verloop als de proloog over subprime-hypotheken. Er waren te veel dwaze leningen, waarvan het plotselinge einde het mondiale financiële stelsel onderuit dreigde te halen, totdat er uiteindelijk redding kwam uit politieke hoek.

Maar het boek kan nog niet worden afgesloten. Het financiële stelsel blijft een verwrongen en gevaarlijke indruk maken. Hoewel de banken beter gekapitaliseerd zijn en wellicht voorzichtiger zijn geworden, is de rente abnormaal laag en zijn de overheidstekorten en de grondstoffenprijzen abnormaal hoog. Het tekort op de Amerikaanse handelsbalans, dat tijdens de crisis was gedaald van 5,1 naar 2,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp), is terug op een niveau van 3,6 procent van het bbp. Daardoor wordt jaarlijks 560 miljard dollar (428 miljard euro) extra toegevoegd aan de woeste stroom aan financiële middelen op de mondiale kapitaalmarkten.

Hoe zal het verhaal zich nu verder ontwikkelen? Het is niet ondenkbaar dat zich opnieuw een voornamelijk financieel getinte episode zal voordoen, zoals het debacle rond de subprime-hypotheken. De meest waarschijnlijke plotwendingen zijn een internationale beleggersvlucht uit de Verenigde Staten of een tekort aan kopers van Japanse staatsobligaties. ‘Een nieuwe oliecrisis’ – een plotselinge piek in de vraag naar olie, gevolgd door een desastreuze daling – is een ander voor de hand liggend scenario. Zulke problemen kunnen worden opgelost met behulp van hetzelfde instrument dat ze heeft veroorzaakt: goedkoop geld. Na daarmee bijna vier jaar ervaring te hebben kunnen opdoen, moeten de meeste regeringen ondertussen wel weten hoe dat werkt.

Nóg een financieel-politieke crisis in de eurozone zou een nog groter probleem zijn. Veel landen zijn kwetsbaar voor scherpe veranderingen in de prijzen van grondstoffen en financiële bezittingen, of in de verkrijgbaarheid van of de kosten van kredieten. Het volgende hoofdstuk zou ‘Rusland valt om’ of ‘China ontdekt de negatieve kanten van het kapitalisme’ kunnen heten. ‘De ondergang van de euro’ is ook nog steeds een reëel risico.

‘Een nieuwe Amerikaanse revolutie’ is minder waarschijnlijk, hoewel een populistisch economisch beleid op korte termijn aantrekkelijk lijkt in een land waar de huizenmarkt is ingestort en de werkloosheid nog steeds te hoog is.

We kunnen niet naar de laatste bladzijde te springen om te zien hoe het boek eindigt. Maar er is wel een titel voor een epiloog over een wereld die financiële oplossingen gebruikt voor de problemen die het financiële systeem zelf heeft gecreëerd: ‘Inflatie alom.’

Vertaling Menno Grootveld