Een oorring in je neus is levensgevaarlijk in Irak

Eerst waren homo’s het belangrijkste mikpunt van de moordcampagne in Irak. Ook emo’s en andere ‘afwijkenden’ zijn nu slachtoffer.

Redacteur Midden-Oosten

Rotterdam. Iraakse media en mensenrechtenorganisaties melden een nieuwe golf van moorden op homoseksuelen en op emo’s, een punk-subcultuur afgeleid van het woord emotioneel. De daders zouden leden van shi’itische milities zijn, net zoals bij een eerdere golf van moorden die in de zomer van 2009 in het nieuws kwam.

Jonge mannen en vrouwen die voor homoseksueel of emo worden aangezien worden gefolterd, met betonnen blokken doodgeslagen, van gebouwen afgeduwd of in stukken gesneden, berichten onder andere de Organisatie van Vrijheid voor Vrouwen in Irak en de homo-belangen organisatie Iraqi LGBT (lesbian, gay, bisexual, transgender).

De campagne begon ruim een maand geleden en zou alleen al in Bagdad zeker 45 mensen het leven hebben gekost. Het Iraakse tv-station Al-Sharqiya meldt een totaal van 90 doden, merendeels emo’s. „Wie vermoordt onze kinderen?” vraagt het Iraakse webportaal Sawt al-Irak (Stem van Irak).

De islam verbiedt homoseksualiteit en in veel Midden-Oosterse landen zijn homo-contacten strafbaar, in sommige landen met de dood. Maar in Irak is de situatie volgens een rapport van Human Rights Watch in 2009 veel erger dan elders, omdat wapens vrij voorhanden zijn en met name shi’itische milities ze graag gebruiken. Sunnitische extremisten, die toch niet aarzelen andersdenkenden zo massaal mogelijk op te blazen, zijn tot dusverre om onbekende reden nauwelijks bij moorden op homo’s of nu ook op emo’s betrokken.

In Sadr City en in naburige shi’itische buurten in de Iraakse hoofdstad Bagdad zijn nu volgens de berichten lijsten aangeplakt met namen en adressen van mensen onder de leus ‘Zuiver de Obscenen en Overspeligen weg’, met het dreigement hen te vermoorden.

Sadr City is de uitgestrekte shi’itische sloppenwijk in Bagdad waar het Leger van de Mahdi van de populistische geestelijke Muqtada Sadr en afsplitsingen daarvan hun bolwerk hebben. Ook in de zuidelijke shi’itische stad Basra wordt zo’n campagne gemeld. Sadr’s aanhang werd voor de moorden van 2009 verantwoordelijk gesteld. Muqtada Sadr, die een belangrijke politieke rol speelt in Irak, heeft altijd ontkend voor de moorden verantwoordelijk te zijn.

In en voor 2009 waren homoseksuelen het belangrijkste mikpunt van de moordcampagne. De Amerikaan Scott Long, die in 2009 voor Human Rights Watch in Irak onderzoek deed naar de toenmalige homomoorden, wijst erop dat de nieuwe campagne feitelijk tegen iedereen is gericht die afwijkt van de geldende, conservatieve man-vrouw-normen.

‘Mensen die er anders uitzien’ zijn doelwit, dus ook punkers, van wie met name emo’s in het schootsveld zijn gekomen, schrijft hij op zijn blog A Paper Bird. Wie zich anders kleedt dan de geldende norm is hoe dan ook verdacht in de conservatieve Iraakse maatschappij. Long werkt nu als onderzoeker voor het mensenrechtenprogramma van Harvard University in de Verenigde Staten.

Long citeerde vorige week een communiqué van de gemeentepolitie van het ministerie van Binnenlandse Zaken over „het fenomeen van ‘Emo’ of Satanisten”, jongeren met „vreemde, nauwe kleren met schedel-achtige versierselen en oorringen in hun neuzen”. Het ministerie had geconstateerd dat dit fenomeen oprukte en had nu „officiële toestemming hen te elimineren”.

Dat sloeg officieel op de lancering van een propagandacampagne om het emo-verschijnsel op scholen uit te roeien. Maar de milities hebben dat kennelijk letterlijk genomen. Long meldde dat een anonieme ambtenaar van de rechtbank van Sadr City de krant Al-Mada had verteld dat militiestrijders de namen van jonge mensen die emo zijn op hun mobiele telefoons hebben opgeslagen om te helpen hen te liquideren.

Long wijst ook op berichten dat de politie hetzij meedoet aan de moorden of ten minste een oogje dichtknijpt. De politie is in de afgelopen jaren zwaar geïnfiltreerd door shi’itische milities.

Zelf meldt de politie dat het om ‘gewone’ moorden gaat en dat er niets speciaals aan de hand is. Groot-ayatollah Ali Sistani, de hoogste geestelijk leider van de shi’ieten in Irak, heeft de moorden veroordeeld.