Een altviolist gaat voor klank

Deze week altvioliste Esther Apituley, initiator van het Viola Viola Festival.

Ned. Phil. Orkest o.l.v. V. Sinaisky met M. Rysanov (altviool). 10/3 Concertgebouw A’dam. Herh.: 13/3. (dirigent) (solist)

Als ‘echte’ altvioliste kijk ik altijd een beetje met een scheef oog naar altviolisten die ook violisten zijn. Vroeger was het cliché: een altviolist is een matige violist die zich heeft laten omscholen. Maar zo zit het niet.

Een echte altviolist kiest zijn instrument omdat hij dol is op kamermuziek maken. Een violist wordt vaak opgeleid als solist. Dat leidt tot een ander karakter. Een altviolist is niet primair solist, maar iemand die geniet van de klank van zijn instrument, van samen musiceren. Alles wat je op zo’n groot instrument wilt overbrengen, moet je ook intens voelen – van binnenuit. Hoe leg ik dat nou uit? Een klein balletje schiet je ook makkelijker weg dan een grote.

Maxim Rysanov, solist in het Vioolconcert van Walton, is een geweldige altist, en een rasmuzikant. Hij heeft een fantastische toon, oergevoel voor het instrument. Maar hij vibreert bij alles, dat vond ik minder geslaagd. In het langzame deel van Waltons concert zit een melodie met de intensiteit van iemand die z’n laatste adem uitblaast. Op zo’n moment zou ik zelf kiezen voor een pure toon, en het instrument puur laten klinken.

En als ik dan toch kritisch ben... Het orkest speelde onder Vassily Sinaisky veel te hard; bijna alsof er geen dirigent voor stond. Een viool deint mee op het orkest, die straalt er bovenuit. Maar een altviool begeeft zich in de kern van de harmonie, en dan moet je als orkest transparant begeleiden. Nu waren er stukjes waar de altpartij werd overdonderd. Daar was ik een beetje verbolgen over.

Anderzijds: Walton heeft zijn stuk ook vrij dik georkestreerd, het is soms bijna Amerikaanse filmmuziek. Maar hij begreep wel hoe een alt op zijn mooist klinkt; de melodieën zijn prachtig weemoedig. En je hoorde ook dat het orkest lekker speelde onder Sinaisky. Hij liet de musici veel vrijheid en waar ze uit mochten pakken, spatte het plezier er vanaf. Alleen over het laatste deel was ik dan weer teleurgesteld. Daar zit een generale pauze in, waarna dé climax van het stuk volgt. Die pauze nam Sinaisky te kort, en daarna ging het orkest ongelijk door. Erg jammer.

Je hoort te weinig altvioolconcerten, natuurlijk. Ik probeer daartegen te ageren, maar als componisten dan een keer een stuk voor me schrijven, hoor je dat één keer. Misschien moet ik Louis Andriessen of een ander zeer beroemd componist maar eens bellen voor een altvioolconcert, haha.

Mijn Viola Viola Festival draait dit weekend om muziek in breedste zin, de altviool loopt voor één keer voorop. Om te laten horen wat een geweldig instrument het is. En vooral om publiek – oud én jong – te laten ervaren wat een feest muziek is, óók klassieke muziek. Kinderen spelen met profs, zelf ga ik lachend het podium op met Brigitte Kaandorp en swingend samenspelen met tapdance.