Duizelingwekkend groen

De architectuur kent ‘nauwe verwanten’: ontwerpen die op elkaar lijken. In deze aflevering bespreekt Bernard Hulsman een duurzaam gebouw met een ongroen aanzien.

Duurzaam heette vroeger groen. Daarom heeft duurzame architectuur vaak nog altijd een ostentatief groen aanzien. De makkelijkste manier om een duurzaam gebouw groen te maken is het een groot vegetatiedak te geven zodat het lijkt op een glooiend park.

Ook Panorama, het nieuwe, door Marlies Rohmer ontworpen buurtcentrum met sporthal in de Veenendaalse wijk Engelenburg, is duurzaam. Het is zelfs klimaatneutraal. Daarvoor zorgen onder veel meer de zonnepanelen op het schuine dak van de sportzaal in het midden van het ronde gebouw.

Panorama heeft ook een grasdak gekregen, maar dit is alleen zichtbaar voor de omwonenden in de hoge, anonieme galerijflats van omstreeks 1970. Vanaf de begane grond is er niets van te zien doordat het vegetatiedak schuilgaat achter een kolossale, opstaande luifel. Die luifel is, evenals de hoge, schuine gevels van de sportzaal, beschilderd met zwart-witte strepen. Zo heeft het extreem groene buurtcentrum een extreem ongroen aanzien gekregen.

Het strepenpatroon heeft Rohmer ontleend aan Dazzle painting, de verwarrende anti-camouflage die de Britse schilder Norman Wilkinson in de Eerste Wereldoorlog uitvond. Wilkinson veronderstelde dat de matrozen van Duitse onderzeeboten door hun periscopen moeilijker konden vaststellen in welke richting Engelse schepen voeren als ze in vreemde patronen waren beschilderd. Hij kreeg de Britse Admiraliteit zover een groot deel van de oorlogs- en koopvaardijvloot van Dazzle painting te voorzien. Aan de Royal Academy in Londen werd er een atelier voor opgericht, de Dazzle Section waar voornamelijk vrouwelijke kunstenaars duizelpatronen ontwierpen.

Net als stijlen in de beeldende kunst kent Dazzle painting verschillende stadia. Eerst waren de patronen vaak figuratief. Zo werd op het vrachtschip Industry de schaduw van een in tweeën gebroken schip geschilderd, zodat de Duitsers zouden denken dat het al getroffen was. Na een paar maanden ging de Dazzle Section over op complexe, kleurrijke patronen om ten slotte de oorlog te eindigen met eenvoudigere composities van schuine strepen die doen denken aan het ‘vorticisme’ van Wyndham Lewis, de Engelse pionier van de abstracte schilderkunst.

Dazzle painting had uiteindelijk weinig effect. Als de duizelpatronen de Duitsers al in verwarring brachten, dan was dit slechts van korte duur. Een jaar na de introductie concludeerde de Britse marine dat „er geen steekhoudende argumenten voor waren”. Toch ging de Britse marine door met duizelschilderen en werden ook Duitse, Amerikaanse, Japanse en Russische schepen tot na de Tweede Wereldoorlog met rare patronen beschilderd.

Het strepenpatroon van Panorama sluit aan op de laatste fase van het duizelschilderen. In een toelichting op het ontwerp zei Marlies Rohmer dat ze het gebouw een soortgelijke ‘paradoxale dubbelheid’ als de opvallende camouflage van Dazzle painting wilde geven. Maar van dubbelheid is bij het buurtcentrum toch geen sprake. Dit komt doordat een gebouw nu eenmaal stilstaat. Zo doet de Dazzle painting van Panorama niet duizelen maar maakt het het gebouw alleen extra opvallend. Een bezwaar is dit natuurlijk niet, integendeel: Panaroma is een schitterende ode aan Dazzle painting die het gebouw tot een baken maakt in de grijze Engelenburgbuurt.