Duitse Europeaan vreest nationalistische tendensen

De Duitse minister Guido Westerwelle wil het Europees verdrag aanpassen, zodat burgers zich meer betrokken kunnen voelen bij de EU. Veel bijval krijgt hij niet.

Sinds de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, geen vicekanselier en geen partijleider meer is, heeft hij alle tijd voor zijn baan als bewindsman. En kan hij gedachten lanceren die verder gaan dan de waan van de dag.

Vorige week vrijdag zei hij in Kopenhagen dat de Europese Unie moet nadenken over een nieuw grondwettelijk verdrag dat efficiëntere besluitvorming mogelijk maakt en dat de burgers in staat stelt om de voorzitter van de Europese Commissie zelf te kiezen.

Westerwelle is net als zijn voorbeeld, voorganger en partijgenoot Hans-Dietrich Genscher een overtuigde Europeaan. „Ik wil meer Europa”, zei hij laatst tegen buitenlandse correspondenten in Berlijn. „En ik wil versterking van de Europese democratie.” Hij zei zich zorgen te maken over „nationalistische tendensen” en de „geringe betrokkenheid” van burgers bij de EU.

Westerwelles gezag is na zijn catastrofale eerste twee jaar in het kabinet van bondskanselier Angela Merkel langzaam aan het terugkeren. Hij manifesteert zich nauwelijks nog als zichzelf overschreeuwend binnenlands politicus. Maar intussen is zijn partij, de liberale FDP, in de peilingen weggezakt tot onder de kiesdrempel van vijf procent.

Bij recente deelstaatverkiezingen waren de liberalen de grote verliezers. Mede daarom worden zijn voorstellen over Europa door de Duitse politiek nauwelijks serieus genomen. Sterker: ze zijn dit weekend praktisch doodgezwegen.

In de Duitse Europapolitiek heeft niet Westerwelle, maar Merkel het voor het zeggen. In haar aanpak van de schuldencrisis – waarin haar minister van Buitenlandse Zaken geen rol van betekenis speelt – staat herziening van het EU-verdrag centraal. Maar op een andere manier dan de recente voorstellen van Westerwelle.

Merkel is een niet-ideologische crisismanager die het grondwettelijk verdrag op een aantal specifieke punten wil veranderen. Waardoor bijvoorbeeld schuldenlanden automatisch worden bestraft als ze een bepaalde schuldengrens passeren.

Over de betrokkenheid van burgers, die de voorzitter van de Europese Commissie direct zouden moeten kiezen, zwijgt ze liever. Dat is voor haar nu niet aan de orde.

Het gaat Merkel om de schuldenstaten, het naakte bestaan van de euro en het overleven van de Unie. Als het haar uitkomt, en als ze het ermee eens is, zal ze Westerwelles voorstellen misschien eens onder de loep leggen. Tot die tijd geldt: pompen of verzuipen. En geen nieuwe bouwplekken creëren waar dat onnodig is.

In die zin uitte de Nederlandse minister van Buitenlandse zaken, Uri Rosenthal, zich vrijdag in Kopenhagen in Merkels geest toen hij afwijzend over Westerwelle zei: „Als hij dat [herziening van het EU-Verdrag] vindt, oké. Maar voor je het weet, zijn we als Europa weer alleen met onszelf bezig.”

Maar Westerwelle heeft een missie. Hij plant op korte termijn een Berlijnse bijeenkomst van Europese ministers van Buitenlandse Zaken – inclusief Rosenthal – ter bespreking van z’n ideeën. Of die snel werkelijkheid worden, is twijfelachtig. Over anderhalf jaar zijn er Bondsdagverkiezingen. Alleen als de plannen van Westerwelle Merkel electoraal iets opleveren, hebben ze kans van slagen.