Desi's bloedbroeder

Afgelopen vrijdag legde een medecouppleger voor het eerst een belastende verklaring af over de rol van Desi Bouterse bij de Decembermoorden in 1982.

Het leek symbolisch. Op de laatste dag van de verhoren voor de krijgsraad in het Decembermoordenproces in Suriname, afgelopen vrijdag, legde een medecouppleger een zeer belastende verklaring af over president Desi Bouterse.

Volgens oud-sergeant Ruben Rozendaal (55) was toenmalig legerleider Bouterse op 8 december 1982 wel degelijk in Fort Zeelandia toen vijftien tegenstanders van het militaire regime werden doodgeschoten. Hoofdverdachte Bouterse heeft steeds ontkend dat hij erbij was. Hij zei in de pers dat hij alleen „politiek verantwoordelijk” is. Enkele getuigen verklaarden eerder ook al dat hij in het fort was.

Het is de eerste keer dat een lid van de ‘groep van zestien’ die in 1980 een staatsgreep pleegde coupleider Bouterse laat vallen. De zestien sergeanten, van wie enkelen zijn overleden, werden in Suriname als ‘bloedbroeders’ gezien. Nooit zouden zij elkaar in de steek laten. Tijdens de verhoren zeiden deze medeverdachten zich de gebeurtenissen niet goed te herinneren.

De verklaring van Rozendaal, die zegt „geen bloed aan de handen” te hebben, kwam niet onverwacht. Vorig jaar was hij in Paramaribo bij een herdenkingsdienst voor de slachtoffers. Tegen verslaggevers zei hij dat de tijd „boomrijp” was om de waarheid te vertellen: „Ik ben een zieke man [Rozendaal is nierpatiënt] en wil niet dat mijn kinderen gebukt gaan onder de naam die ik draag.” Vorig jaar onderscheidde Bouterse de nog levende coupplegers met de ‘Gouden Ster van de Revolutie’; Rozendaal stuurde die terug.

In het Surinaamse maandblad Parbode vertelde Rozendaal onlangs dat hij zich door Bouterse „misleid en misbruikt” voelt. „Ons is voorgehouden een staatsgreep te plegen voor land en volk en een beter Suriname, maar anderen namen posten en terreinen in”, zei Rozendaal, die van een uitkering leeft.

Vorig jaar verklaarde Rozendaal nog dat hij Bouterse niet in Zeelandia had gezien. Vrijdag zei hij dat hij in opdracht van Bouterse vakbondsleider Fred Derby (die als enige werd vrijgelaten) en media-eigenaar André Kamperveen had opgehaald en naar Bouterse in het fort had gebracht. Hij zei dat hij daar een uur later op de executieplek lijken van de eerste slachtoffers had gezien. Op de vraag of Bouterse in het fort was antwoordde Rozendaal „ja”. Hoezeer Bouterse de getuigenis vreesde, valt op te maken uit Rozendaals bewering dat Bouterse hem meermalen verzocht geen belastende verklaring af te leggen.

Sinds het proces tegen 22 verdachten vier jaar geleden begon, kwam Bouterse nooit op een zitting opdagen. Over enkele weken komt de aanklager met zijn eis. Als president zou Bouterse aansturen op gratie.

Hans Buddingh’