Dooft de vlam uit?

Afgelopen zaterdag gingen in Moskou ruim 20.000 Russen de straat op om te demonstreren tegen Poetin. Dit keer was hun als protestveld de Nieuwe Arbat toegewezen. Er waren weliswaar aanmerkelijk minder betogers komen opdagen dan tijdens de drie eerdere grote demonstraties, maar anders dan op 5 maart, de dag na de overwinning van Poetin in de presidentsverkiezingen toen er ook gedemonstreerd werd, was de stemming  weer wat opgewekter. Dat kwam onder meer door het aantal verkiezingswaarnemers dat verslag deed van hun ervaringen. Vooral over de provincie Kirov werd veel interessants gemeld.

Desondanks leek de geest van het protest terug in de fles. Een belangrijk deel van de betogers van 24 december op de Prospekt Sacharov had het laten afweten, omdat ze niet meer in hun zaak geloven en zich neerleggen bij wat ze zelf noemen ,,nog twaalf jaar Poetin.” In die periode vrezen ze een verdere toename van de corruptie en wetteloosheid in hun land, dat volgens hen afglijdt naar het niveau van Indonesië en Nigeria.

Een van de meest structurele gebreken van de protestbeweging is dat haar leiders niet lijken te weten hoe hun land dan wel geregeerd zou moeten worden. Natuurlijk roepen ze dat ze nieuwe parlementsverkiezingen willen en dat alle politieke gevangenen vrijgelaten moeten worden, maar het Kremlin negeert al hun eisen, dus in de praktijk krijgen ze niets voor elkaar. Daarom hebben ze nu een pauze ingelast om zich te beraden. Op 1 mei, zes dagen voor de inauguratie van Poetin als president, willen ze  met een miljoen mensen de straat opgaan, om opnieuw te demonstreren.

Zelf denk ik niet dat ze zoveel betogers op de been krijgen. Ook omdat het gemeentebestuur overweegt de wet op demonstraties te wijzigen, zogenaamd omdat de betoging van afgelopen zaterdag ambtenaren van het gas- en elektriciteitsbedrijf zou hebben gehinderd in hun werkzaamheden. Massademonstraties zouden volgens sommige analisten dus heel goed verboden  kunnen worden of  verbannen naar een buitenwijk.

Een ander structureel probleem van Rusland werd onlangs door Irina Prochorova - mecenas, liefdadigheidsactiviste en de getalenteerde zuster van oligarch en ex-presidenstkandidaat Michail Prochorov - haarscherp onder woorden gebracht op Radio Svoboda. Nadat ze eerst had benadrukt dat het Sovjet-regime vele malen meedogenlozer was dan dat van Poetin, zei ze in haar hoedanigheid als campagneleider van haar broer de indruk te hebben gekregen dat er in haar land een reusachtige kloof bestaat tussen de dynamische, moderne samenleving en zijn archaïsche regering. Dat noemde ze het allergrootste probleem van dit moment. ,,Onze samenleving leert snel, kan zich ongelooflijk snel aanpassen en is zeer veerkrachtig. Maar onze regeringen zijn traditioneel utopistisch en archaïsch. Ze zijn blijven steken in de 17de en 18de eeuw.”

Aan het Kremlin de taak om aan de behoeften van die moderne samenleving tegemoet te komen, zou je denken. Hoe dat gaat gebeuren, weet op dit moment niemand. Het is tenslotte niet iets van de afgelopen twaalf jaar, maar een constante  in een groot deel van de moderne Russische geschiedenis.

Maar dat het gaat gebeuren, lijkt onvermijdelijk. Het is een vast gegeven in autoritaire staten als Rusland dat wanneer een middenklasse zich begint te ontwikkelen die op den duur politieke rechten eist. Dat, zoals Kommersant op 6 maart berichtte, Poetin op 4 maart 4 miljoen stemmen minder heeft gekregen dan bij zijn herverkiezing in 2004 en 7 miljoen minder dan Medvedev in 2007 ontving, is daarvoor misschien een eerste aanwijzing. Dat Poetin in werkelijkheid iets meer dan vijftig procent van de stemmen heeft gekregen, zegt bovendien dat iets minder dan de andere vijftig procent van de kiezers tegen hem is. En dat is een groot percentage in een autoritaire samenleving als de Russische.

Ook moet je stellen dat die middenklasse zijn ontstaan te ‘danken’ heeft aan datzelfde autoritaire regime, dus waarom zou dat regime die groep, die nodig is voor de modernisering van Rusland,  nu in de steek laten? Je kunt er op grond van die verwachtingen daarom bijna zeker vanuit gaan dat net als in Chili, Taiwan en Zuid-Korea die middenklasse in de loop van de tijd wint. Het is alleen de vraag of dit tijdens Poetins ‘twaalf jaar ‘ nog zal gebeuren.