De luchtvaart klaagt altijd, dus die vliegtaks kan best

Luchtvaartmaatschappijen klagen over de belasting die ze moeten betalen over hun CO2-uitstoot, maar ze betalen al te weinig voor brandstof, schrijft Pieter Pauw.

Een nieuwe indirecte klimaatbelasting op vliegen doet stof opwaaien. Sinds 1 januari valt ook de luchtvaart onder het Emission Trading System (ETS) van de Europese Unie. Luchtvaartmaatschappijen krijgen rechten op een bepaalde uitstoot van CO2. Een maatschappij die minder uitstoot, kan haar resterende rechten verkopen. Stoot ze meer uit, dan moet ze extra rechten inkopen.

Het doel van dit systeem is tweeledig. Enerzijds wordt de CO2-uitstoot van zware vervuilers aan banden gelegd. Anderzijds worden de inkomsten gebruikt om ontwikkelingslanden aan te passen aan de klimaatverandering. Dit laatste is compensatie – ontwikkelingslanden hebben last van klimaatverandering die wordt veroorzaakt door westerse landen. In VN-verband bestaan afspraken om hen vanaf 2020 te compenseren met 100 miljard dollar per jaar.

Luchtvaartmaatschappijen weten dat zij ongelooflijk veel CO2 uitstoten. Toch bekritiseren ze het ETS. Het zou slecht zijn voor de concurrentiepositie van Europese maatschappijen. Het zou ook op het verkeerde moment komen. Maatschappijen hebben het al zo moeilijk met de kwakkelende economie en de hoge brandstofprijzen.

Ook niet-Europese maatschappijen die Europese luchthavens aandoen, moeten betalen. Dit willen ze niet, met internationale conflicten tot gevolg. De CEO van Airbus stelde: „wat begon als een oplossing voor het milieu, is nu een bron van mogelijke handelsconflicten geworden”. Het zou zelfs tweehonderd banen kunnen kosten, volgens een recent rapport van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Is dit allemaal terecht? Nee. De luchtvaartmaatschappijen hoeven dit jaar slechts 15 procent van hun uitstootrechten te kopen. De rest is gratis. Een vliegticket wordt slechts enkele euro’s duurder.

Ik kan mij niet meer herinneren dat luchtvaartmaatschappijen niet klaagden over het ‘kwakkelen’, maar Airbus verkocht in 2011 een recordaantal vliegtuigen. Het aantal passagiers van Schiphol steeg vorig jaar met 10 procent, tot bijna 50 miljoen. De winst was 194 miljoen euro.

De brandstofprijs is hoog – tijdens mijn schrijven 124 dollar per vat – maar die is al jaren hoog en gaat ook niet meer naar beneden. Een slimme manager past zijn bedrijfsstrategie aan. Anders dan u en ik betalen luchtvaartmaatschappijen helemaal niet veel voor hun brandstof. In het Verdrag van Chicago is afgesproken om internationaal geen belasting te heffen op brandstof. Volgens adviesbureaus CE Delft en Ecofys betaalde de luchtvaartindustrie in 2010 voor een liter brandstof voor personenvervoer maar liefst 71 eurocent minder dan wij aan de pomp. De totale brandstofsubsidie van de Nederlandse staat voor de luchtvaart bedroeg in dat jaar 1,7 miljard euro. Ik mag hopen dat de genoemde studie op tafel ligt in het Catshuis.

Ook het verhaal over de verslechterende concurrentiepositie klopt niet. Voor de vroegere Nederlandse vliegtaks ging die vlieger nog enigszins op – mensen konden eenvoudig uitwijken naar buurlanden (Duitsland heeft nu trouwens zo’n taks, net als bijvoorbeeld Oostenrijk) – maar het ETS geldt voor alle luchtvaartmaatschappijen die de EU aandoen, zowel die van de lidstaten als die van de rest van de wereld. De EU is groot. Je kunt er moeilijk omheen vliegen, zeker omdat ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein meedoen. Wil een maatschappij uit concurrentieoverwegingen de ticketprijs niet verhogen, dan kan ze nog altijd de kosten drukken door niet meer met halflege vliegtuigen te vliegen, zuinigere vliegtuigen in te zetten, strenger toe te zien op het gewicht van (hand)bagage et cetera.

Door vliegverkeer in het ETS op te nemen, toont de EU kennis van zaken. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu berekende dat het ETS de CO2-uitstoot drastisch verlaagt. Wetenschappers van onder meer de Universiteit van Oxford bepleiten al jaren het toepassen van het principe dat de vervuiler betaalt op vliegverkeer. Volgens de adviescommissie over klimaatfinanciering van de Verenigde Naties is dit principe een goede manier voor westerse landen om geld op te brengen voor de financiering van de aanpassing aan klimaatverandering in ontwikkelingslanden.

De eerdergenoemde 100 miljard euro is eenvoudigweg een schadevergoeding. Deze moet worden betaald. Hets geld kan bij elkaar worden gebracht met innovatieve mechanismen. Dan betaalt de vervuiler. Wie niet vliegt, betaalt niets.

Zonder dit soort mechanismen moeten er meer maatregelen worden betaald van ons belastinggeld. Daarvan ben ik geen voorstander.