de ‘kritiek’ op Hongarije

De Europese Commissie heeft Hongarije een maand de tijd gegeven. Twee wetten moeten in overeenstemming worden gebracht met EU-eisen, anders stuurt de Commissie de zaak naar het Europees Hof van Justitie. Dat lijkt heldere taal tegenover een lidstaat waarvan onder anderen europarlementariërs zeggen dat die het niet zo nauw neemt met de democratische beginselen en de scheiding der machten. Maar dat is het niet.

De Commissie heeft vragen over de ontslagbescherming bij de instantie die toezicht houdt op de omgang met persoonsgegevens. En de verlaging van de pensioenleeftijd van rechters van 70 naar 62 jaar zou leeftijdsdiscriminatie zijn.

Waar is de echte kritiek? Over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bijvoorbeeld. En de angst dat de machtige Hongaarse regering onder premier Orbán het gedwongen vervroegd pensioen van 274 rechters en aanklagers zal gebruiken om eigen mensen te benoemen, en zo net als zijn communistische voorgangers de greep van één partij op de rechterlijke macht versterkt.

De manier waarop Brussel de Hongaarse regering wil corrigeren, doet denken aan de Nederlandse pogingen via het arbeidsrecht een rookverbod in de horeca af te dwingen. Met een U-bocht. Niet zeggen: je mag niet roken in de kroeg. Maar: de man achter de bar heeft recht op een rookvrije werkplek.

Van wat met het Hongaars college bescherming persoonsgegevens gebeurt zullen weinig Hongaren wakker liggen. En voor de tijdelijke verlaging van de pensioenleeftijd van rechters in ex-communistische staten, zijn best argumenten te bedenken. De Hongaarse juridische macht is traag, bureaucratisch en inconsequent. Als het recht op een snel en onafhankelijk proces ook een mensenrecht is, dan wordt dat in Hongarije vaak geschonden.

De mensen die nu met pensioen worden gestuurd, zijn opgeleid en gevormd onder het communisme. Daar kunnen ze niets aan doen. En dat wil niet zeggen dat ze slechte rechters zijn. Maar misschien geldt wel: opgeruimd staat netjes. En is hun vertrek en vervanging door jongeren een broodnodige stap in het moderniseren van de rechtspraak. Iets wat Europa toch ook wil?

Rondom de invoering van de omstreden Hongaarse mediawet ontstond een vergelijkbare situatie. Brussel moest zich beperken tot aanmerkingen op relatieve details, zoals een registratieplicht voor journalisten. Met het benoemen van partijgenoten in de machtige mediaraad kon ze zich niet bemoeien.

Door die onmacht komt de Europese Commissie over als een club die zich druk maakt om de kleine lettertjes in het contract, maar de inhoud zelf niet heeft gelezen.