De Jager laat de banken lopen

De bankennota van minister De Jager (CDA) is slecht nieuws voor de belastingbetaler. Deze blijft aansprakelijk voor de risico’s die banken nemen, schrijft Ewald Engelen.

Terwijl tout Den Haag zich onledig hield met het guldenrapport van Geert Wilders en speculeerde over de bezuinigingsposten die uit het Catshuisoverleg zouden kunnen rollen, stuurde minister de Jager (Financiën, CDA) vorige week geruisloos zijn bankennota naar de Tweede Kamer. Dit heet ‘een Suezje doen’, een verwijzing naar het Russische besluit om Hongarije binnen te vallen toen de internationale gemeenschap werd afgeleid door de Frans-Britse aanval op het Suezkanaal. Het slechte of controversiële nieuws wordt dan gebracht als redacties zijn afgeleid door groter nieuws.

En De Jagers bankennota ís slecht nieuws voor de belastingbetaler. Ondanks dure woorden, vrome beloftes en fraaie gestes zet Nederland geen stap extra om de banken in toom te houden die ons in 2008 naar de rand van de afgrond hebben gebracht – niets, nada, nul, niks. Nederland voert braaf uit wat internationaal is afgesproken – dat wel – maar trekt uit de crisis niet de les dat kleine economieën met grote banken extra kwetsbaar zijn en dat die banken dus extra buffers moeten aanhouden om de overheid en burgers te beschermen. Landen als Zwitserland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk hebben deze lessen wel getrokken.

De inleiding begint nog veelbelovend: „De kredietcrisis heeft laten zien dat het financiële stelsel in Nederland kwetsbaarder was dan veelal werd aangenomen.” Zo is het! De crisis was niet een geïmporteerd ongeval, zoals velen geneigd zijn te denken, maar een gedeeltelijk thuis gebrouwen ramp. Nederlandse banken waren geen heiligen maar deden precies hetzelfde als hun Anglo-Amerikaanse concurrenten, alleen dommer en op wat kleinere schaal. Lees de documenten van de Amerikaanse senaatscommissie er maar op na.

Ook onderschrijft De Jager de doelstelling van de Amerikaanse Volcker Rule: niet gokken met spaargelden. Daarom wil hij nader onderzoek over hoe een verbod op speculeren voor eigen rekening er in Nederland uit zou kunnen zien. So far, so good.

Dan maakt de inleiding evenwel een teleurstellende draai. Het uitgangspunt voor dat onderzoek moet zijn – en dan komt het – „dat banken in staat moeten zijn om alle producten en diensten te bieden die van belang zijn voor hun klanten en voor gezond risicobeheer”. Oftewel, wellicht na nader onderzoek een verbod op gokken voor eigen rekening, maar in geen geval splitsing van nuts- en zakenbanken, zoals de commissie-De Wit heeft bepleit. Niet splitsen moet volgens De Jager het „uitgangspunt” zijn.

Waarom wordt splitsing per definitie afgewezen? Omdat er in Nederland toch nauwelijks zakenbankiers zijn, en omdat Nederlandse banken hypotheken door de lage spaarquote niet uit deposito’s kunnen financieren en dus zijn aangewezen op de zakelijke geldmarkt. Een splitsing is dus niet nodig en ongewenst.

Dit mag op dit moment het geval zijn, maar wetten maak je niet voor vandaag. Ze zijn voor morgen bedoeld. Het is daarom extra wrang dat ABN Amro diezelfde dinsdag bekendmaakte dat een deel van de zakenbankiers van RBS terugkeert in de moederschoot. Hoezo doen Nederlandse banken niet aan zakenbankieren? Wat de afhankelijkheid van de zakelijke geldmarkt betreft: akkoord, maar die is deels de oorzaak van de vastgoedbubbel waarmee Nederland kampt. Wat minder interbancair, zakelijk kapitaal zou ons veel ellende hebben bespaard.

Staat De Jager dan tenminste hogere buffers voor Nederlandse banken voor? Nee, ook hier lachen de banken het laatst. De inleiding komt gewoon met de conclusie dat de kapitaaleisen voor Nederlandse banken behoren tot de hoogste van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Vergeleken met het Verenigd Koninkrijk stelt Nederland dezelfde eisen en vergeleken met Zwitserland komt het verschil neer op 6 procent extra kapitaal, maar hierover heeft Nederland nog geen besluit genomen. De nota rept er met geen woord over. Voor De Jager is de kous af met de constatering dat Nederland „tot die groep van OESO-landen behoort waar de zwaarste eisen worden gesteld”.

Dit is een uitermate teleurstellende nota. Met veel poeha presenteert het rapport hogere eisen aan kapitaalbuffers, scherpere eisen aan het handelsboek voor vermogen en schulden, de centrale Europese verrekening van derivatenposities, levende testamenten – oftewel recepten voor opsplitsing in geval van nood – en extra eisen aan systeemrelevante banken. Alsof het eigen vondsten zijn van het kabinet. Als je goed leest, blijkt het merendeel hiervan op het conto te staan van de Europese Unie, de Financial Stability Board en het Basels Comité voor Bankentoezicht. De exclusief Nederlandse verscherping blijkt neer te komen op maximaal 0,5 procent meer bufferkapitaal voor systeemrelevante banken – niet 2,5 procent, zoals de Financial Stability Board voorstelt, maar 3 procent. Ja, hiervan zullen de banken wakker liggen.

Na een crisis die de begroting en de staatsschuld gevaarlijk uit het lood heeft geslagen, die vijf jaar economische groei in rook heeft doen opgaan, miljoenen Nederlanders slapeloze nachten heeft bezorgd, miljarden aan bezuinigen noodzakelijk maakt, het Europese integratieproject op losse schroeven heeft gezet en de legitimiteit van het kapitalisme heeft geërodeerd, baart De Jager deze muis. Geen wonder dat hij een Suezje doet.

Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam.