Column

De acht woorden waarmee Obama terug kan komen

Wie al is uitgekeken op de Amerikaanse verkiezingscampagne, die kijkt niet goed. Natuurlijk is de strijd om de Republikeinse nominatie na de zoveelste verlenging wat afgezaagd geworden. Vooral omdat de uitkomst eigenlijk al vaststaat. En Romney laat niet alleen Republikeinen betrekkelijk koud, Democraten worden van zo’n tegenstander evenmin opgewonden.

In Europa hebben we ook liever een echte boeman als Republikeinse kandidaat. Gingrich en Santorum, zo zien we ze graag. Om nog maar te zwijgen van Trump, Bachmann, Perry en de nog altijd met een comeback flirtende Sarah Palin. Types met vuurwapens, bijbels of een obscene smak geld. En het liefst dat alles tegelijk, als het even kan nog aangevuld met nationalistische grootheidswaan, oorlogstaal en authentiek dedain voor het Oude Continent. Met zulke figuren weten we weer waarom wij hier – alsof het iets uitmaakt – altijd blindelings voor de Democraten zijn.

Maar Romney, hij zal straks toch niet opeens best redelijk blijken?

Obama is er niet gerust op. En dat maakt de campagne zo interessant. Want Romney is niet de enige die zich zorgen moet maken over onverschilligheid bij de kiezers. Van het enthousiasme dat Obama in 2008 de overwinning bezorgde is maar weinig over. Het zal nog een hele toer worden het weer tot leven te wekken.

In januari bleek dat Romney bij vrouwen populairder was dan Obama – een riskante ontwikkeling voor de president en een hele prestatie voor de Republikein, want vrouwen stemmen doorgaans in meerderheid Democratisch. Ongetwijfeld tot opluchting van het Witte Huis raakten de Republikeinen afgelopen weken verstrikt in debatten over anticonceptie en abortus. De Democraten grepen dat gretig aan om hun tegenstanders ervan te beschuldigen ‘a war on women’ te voeren.

Obama steeg weer wat in de gunst van de vrouwelijke kiezers. Maar Romney heeft straks nog tijd genoeg om weer naar het politieke midden op te schuiven. En Obama’s kiezers van 2008 hebben veel redenen om teleurgesteld te zijn in de man van Change, Hope en Yes, we can.

Aan de bittere verdeeldheid in Washington heeft hij geen eind kunnen maken – wie daarop hoopte was naïef, zoals Obama zélf dat misschien ook was. De invloed van het grote geld op de politiek is niet voorbij. Politieke vriendjes krijgen nog altijd de mooie baantjes.

Ondertussen krabbelt de economie wel voorzichtig op, maar het herstel is pril en de werkloosheid nog hoog. Veel Amerikanen zuchten onder de hoge benzineprijs en de zware hypotheeklasten.

En dat is lang niet alles. De oorlog in Afghanistan is min of meer opgegeven. Het conflict tussen Israël en de Palestijnen is geen stap dichter bij een oplossing gekomen. Van de belofte Guantánamo Bay te sluiten is niets terecht gekomen. Net als Bush trekt Obama zich bij de ‘war on terror’ weinig aan van het internationale recht – het aantal liquidaties in landen waarmee Amerika niet eens in oorlog is, heeft hij met behulp van drones zelfs flink opgevoerd. Veel Amerikanen zal dat een zorg zijn, maar voor de Obama-fans van het eerste uur kan het reden zijn in november thuis te blijven.

Donderdag brengt Obama een campagnefilm uit, gemaakt door de man achter Al Gore’s succesfilm An Inconvenient Truth en ingesproken door Tom Hanks. Het is geen moment te vroeg. De reclamespot van 17 minuten heet The Road We’ve Traveled en moet de achterban eraan herinneren dat Obama in zijn eerste termijn wel degelijk iets voor elkaar heeft gekregen. Het zal een filmische uitwerking zijn van Obama’s campagnethema, volgens vicepresident Biden in acht woorden samen te vatten: Bin Laden is dead, General Motors is alive.

Ook in Europa heeft Obama zijn glans allang verloren. Maar je hoeft maar naar John McCain te luisteren, zijn rivaal van 2008 die al jaren over het bombarderen van Iran spreekt en nu op luide toon luchtaanvallen op Syrië bepleit, om weer te weten dat Amerika en de wereld het een stuk slechter hadden kunnen treffen.