Baanbrekend als rauwe realist én als surrealist

Het maken van strips voor kinderen ervoer Jean Giraud alias Moebius als beklemmend. Hij werd de voorman van tekenaars met een hang naar het onbewuste.

Waar veel tekenaars genoeg hebben aan één stijl had de zaterdag overleden Franse striptekenaar Jean Giraud er verschillende. Hij publiceerde strips onder zijn eigen naam, maar ook onder pseudoniemen, zoals ‘Gir’ en ‘Moebius’ – die laatste gebruikte hij voor het tekenen van sciencefiction. In Frankrijk, waar de bande dessinée meer aanzien geniet dan hier, werd Giraud ‘de paus van de strip’ genoemd. De directeur van het stripfestival in Angoulême zegt in Le Monde dat Giraud herinnerd zal worden „in het rijtje Albrecht Dürer en J.A.D. Ingres”.

Begin jaren vijftig, hij was toen vijftien, verkocht Giraud zijn eerste strip aan een tijdschrift. Tijdens zijn kunstopleiding bracht hij een bezoek van negen maanden aan Mexico, waar zijn moeder was gaan wonen. „De woestenij, de kale vlaktes, het uren wandelen over een vlak terrein onder de blauwe lucht was als een initiatie, het brak mijn ziel open”, aldus de tekenaar in een interview. Dat desolate Mexicaanse landschap is in veel van zijn tekeningen terug te zien.

Als jonge leerling werkte hij mee aan de western Jerry Spring van Joseph Gillain (beter bekend als tekenaar ‘Jijé’ van Robbedoes). Toen het striptijdschrift Pilote hem in 1963 vroeg om een eigen westernstrip te tekenen, bedacht Giraud het personage Mike Blueberry. De stripreeks rond de luitenant waar Jean-Michel Charlier tot zijn de dood de scenario’s voor leverde, werd een enorm succes en telt 29 delen. De bedenker van Spider-Man, Stan Lee, begreep toen hij zijn eerste Blueberry las ‘niet dat die western door een Europeaan was gemaakt’, aldus Lee – met wie Giraud later een strip rond superheld Silver Surfer maakte. Bovendien was Girauds Blueberry mannelijk en seksueel op een manier die je niet terugzag bij de toonaangevende strips van die tijd: Robbedoes, Asterix en Kuifje.

Het ging zelfs wat verder. In de eerste delen is Blueberry nog een brave luitenant, qua uiterlijk gebaseerd op (de neus) van de toen beroemde acteur Jean-Paul Belmondo, maar naarmate de reeks vordert wordt hij ontslagen uit het leger, scheert hij zich niet langer en (na de dood van de behoudende scenarist Charlier) is niets menselijks hem meer vreemd.

Hoewel Giraud er veel vrijheid kreeg, voelde het tijdschrift Pilote, gericht op humoristische strips voor kinderen, begin jaren zeventig steeds meer als een keurslijf. Giraud had een hang naar surrealisme, seksualiteit en het onbewuste en wilde dat ergens kwijt. Daarom voegde hij zich bij een groep tekenaars die in 1975 een explosieve, fantastische fase in de strip zouden inluiden toen ze hun krachten bundelden in het nieuwe tijdschrift Métal Hurlant. Drijvende kracht Philippe Druillet gaf Giraud met dat blad een podium waardoor Girauds alter ego Moebius en diens sciencefictionstrips wereldfaam konden verwerven. In Europa, maar ook in de Verenigde Staten en Japan is de invloed van Moebius op de visuele kant van sciencefiction bijna niet te overschatten. Het beeld van de strijder Arzach, gezeten op een pterodactylus die door een desolaat landschap zweeft, is iconisch geworden. De korte, woordloze verhalen rond Arzach worden vaak gezien als verbeeldingen van het onbewuste.

Het hoogtepunt van Girauds werk als Moebius is wellicht de serie Incal, die vanaf begin jaren tachtig tot stand kwam in samenwerking met scenarist Alexandro Jodorowsky. Filmregisseur Luc Besson liet zich bij het maken van The Fifth Element (1997) duidelijk inspireren door deze strips. Ook Blade Runner (1982) van Ridley Scott bevat een hoop Moebius. Een aantal maal werkte Giraud als ontwerper of tekenaar van storyboards mee aan films. De bekendste daarvan zijn Alien (1979), Tron (1982) en The Abyss (1989). Giraud overleed in Parijs na een lang ziekbed.