Alzheimer-onderzoek? De grote bedrijven apen elkaar allemaal na

Van iedere vijf Nederlanders wordt er uiteindelijk één dement. Bij een kwart miljoen mensen is het al zover. Volgens neuroloog Philip Scheltens is het een epidemie die snel onbetaalbaar wordt. Scheltens (1957) is onder meer oprichter en directeur van het VUmc Alzheimercentrum in Amsterdam.

Waar blijft toch de grote doorbraak in het Alzheimer-onderzoek?

„Het is waar dat nogal wat beloftes voor medicijnen tot dusver stranden in de laatste fasen. Waarschijnlijk deels doordat de hersenschade al te groot is bij degenen die in aanmerking komen om mee te doen aan klinische studies.

„Het brein is een moeilijk benaderbaar orgaan. Dat beschermt ons ook, maar maakt medicijnen vinden lastig. Tegelijk is het nog kort dag. Pas toen ik mijn artsexamen deed, in 1984, werden voor het eerst klinische criteria voor Alzheimer vastgesteld. Dat is het allereerste begin voor wetenschappelijk onderzoek. En er is intussen heel veel meer bekend. We kunnen het bijvoorbeeld veel eerder vaststellen.”

Eerder weten dat je Alzheimer hebt, waar niets aan te doen is?

„Mijn ervaring is dat patiënten blij zijn met een diagnose. Ze kunnen hun ziekte dan beter managen. Al wil een deel van de patiënten er juist helemaal niets van weten. Ontkenning kan ook bij de ziekte horen. Geen twee patiënten zijn hetzelfde.

„Maar ik voel ook de frustratie natuurlijk. Zoals bij jong-dementerenden, een van mijn specialismen. Dat gaat om mensen jonger dan ik. Er moet ook echt iets gebeuren. Het is vijf voor twaalf als je kijkt naar de gigantische hoeveelheid patiënten, en hun mantelzorgers. Ook economisch kan de BV Nederland dat binnenkort niet meer dragen. Massaal in onderzoek investeren is heel hard nodig. Bij hiv is het indertijd ook op die manier gelukt. Bij onderzoek moet je het geluk met investeren afdwingen.”

Waar moet de oplossing vandaan komen?

„Er zijn drie aangrijpingspunten als het om Alzheimer gaat. De meeste aandacht gaat tot dusver naar eiwitafzettingen in de hersenen: door verkeerd vouwen en knippen van eiwitfragmenten plakken bij Alzheimerpatiënten bèta-amyloideiwitten aan elkaar vast. Waarom dat fout gaat weten we nog steeds niet. Bij Big Pharma, de farmaceutische industrie, apen ze elkaar allemaal na en richten ze zich allemaal op dat amyloid.

„Maar behalve dat je die plaques ziet in de hersenen, is er ook neuronaal verval. Er gaan cellen dood. Door je daar op te richten zou je de schade kunnen beperken. En als er cellen verschrompelen en sterven, verdwijnen ook de synapsen. Die zijn nodig voor de verbindingen in het gigantische netwerk van netwerken dat de hersenen zijn. Proberen om het verlies aan functionele verbindingen te herstellen, is nog een aanknopingspunt.”

Hoe zou dat kunnen werken?

„Ik denk dat er meer naar de rol van voeding gekeken kan worden. Misschien kun je de voedingsstoffen die nodig zijn om de verbindingen aan te leggen van buitenaf inbrengen. Daar lopen nu klinische studies naar, die mede gefinancierd worden door de levensmiddelenindustrie.”

Vrijdag 16 maart spreekt prof. dr. Philip Scheltens over ‘Dementie in 2020: de oplossing nabij?’ 16.00 uur. Polarzaal, Mediaplaza, Jaarbeursgebouw, Utrecht. Toegang: € 5,- Aanmelden via www.hersenstichting.nl.