Als ze maar d'ran gaan

De Graafschap moet vaak vechten tegen degradatie. Zo ook dit seizoen. Het gaat de club niet om mooi voetbal; er moet gebikkeld worden.

Redacteur Voetbal

Doetinchem. Alleen de plaggen blijven over als de spelers van De Graafschap en AZ de grasmat van stadion De Vijverberg hebben verlaten. Zeker langs de zijlijn aan de kant van de hoofdtribune, waar uit de zoden die een jaar geleden werden gelegd maar geen gras wil groeien, is het een akker geworden. Een mooi gezicht, want hier is duidelijk strijd geleverd.

Maar AZ-trainer Gertjan Verbeek, kien op strakke velden voor zijn vlot combinerende ploeg, kan er de charme niet van inzien. „Ongelooflijk eigenlijk dat zulke Superboeren het niet voor elkaar krijgen die grasmat goed te maken. Eigenlijk al dertig jaar niet.”

Hij weet ook wel dat het een wapen is, deze ‘bodem’. De ideale ondergrond voor De Graafschap-spelers als Vito Wormgoor, Jan-Paul Saeijs en Rogier Meijer. Die gaan er graag stevig in en dan mag de bal niet te makkelijk van voet naar voet gaan bij de tegenstander. Dan kun je er nog eens tussen zitten met een glijdend been.

En zo ziet het publiek dat in Doetinchem ook graag. Als de spelers maar d’ran gaan, Achterhoeks voor: er in vliegen. Met „verdedigende intenties” trok De Graafschap gistermiddag ten strijde, trainer Richard Roelofsen schaamt zich er niet voor. De spelopvatting had bijna succes: AZ wist zich lang geen weg door de blauw-witte muur te voetballen.

Met een 2-0 overwinning kreeg de koploper, die een gaatje van drie punten slaat met de concurrentie, eigenlijk te veel. Rasmus Elm krulde kort na rust, voor de derde keer dit seizoen, een corner direct in het doel. Erik Falkenburg maakte het karwei in blessuretijd af. „Als je zoveel strijd levert, mag je die 1-0 niet zo makkelijk weggeven”, aldus Roelofsen.

De voormalige assistent-trainer volgde drie weken geleden de ontslagen Andries Ulderink op als hoofdtrainer. Het was zowaar even crisis in Doetinchem, maar De Graafschap heeft het eigenlijk altijd moeilijk. Het ging heen en weer vanaf de degradatie naar de eerste divisie in 2003, die volgde op maar liefst acht aaneengesloten seizoenen in de eredivisie. Met nummer laatst Excelsior zijn de Superboeren nu in het vertrouwde gevecht om lijfsbehoud verwikkeld. Omhoog kijken ze al een tijdje niet.

„Excelsior, dat is het enige waar wij naar kijken”, zegt aanvoerder Rogier Meijer, boegbeeld van de club met dat pittoreske stadion tussen de weilanden. Zijn oma, ‘Tante Lien’, doet er de gehaktballen en is een begrip in Doetinchem en omstreken. In de jeugdopleiding speelde Meijer nog met Klaas-Jan Huntelaar, maar daarna volgde voor hem een omweg via amateurclubs tot hij op zijn 23ste weer bij zijn droomclub kon tekenen. De 30-jarige middenvelder weet wat het is om het vege lijf jaar in jaar uit te moeten redden. Soms met succes, net zo vaak zonder. „Dit is wat we gewend zijn, waar De Graafschap voor staat”, zegt hij.

Bikkelen dus. Dat was wat er in die laatste wedstrijd onder de vorige trainer aan schortte, toen VVV-Venlo met 4-1 huishield in Doetinchem. Dan krijgt De Graafschap zelfs het eigen publiek tegen. Gisteren oogstte de ploeg applaus. Arbeid geleverd, inzet getoond. Als AZ-speler Falkenburg wat makkelijk tegen de grond gaat klinkt er vanaf de Spinnekop, waar de harde kern van De Graafschap zetelt, even in koor „anti-voetbal”. Ironie, want De Graafschap heeft tot dan toe niet veel meer gedaan dan zelf het spel van de tegenstander ontregelen.

Fraai is dat niet, maar dat hoeft nu ook even niet. „Spelmakers en nummer tiens hebben we hier al een tijd niet gehad”, erkent Meijer.

Is dat leuk? Altijd knokken tegen degradatie? Assistent-trainer Jan Vreman, Mr. De Graafschap, kijkt even glazig voor zich uit. „Is dat leuk? Nou, ja. Het is leuk om te werken voor een club die de hoop heeft om omhoog te kijken. Om uiteindelijk die potentie te benutten om niet altijd omlaag te hoeven kijken.” Alles overwegend – het stadion, de ambiance, de geschiedenis – hoort De Graafschap thuis in de eredivisie, vindt Vreman.