80 procent van de Spaanse werklozen klust bij

Cijfers over de wereldeconomie zijn er dagelijks. Het verhaal daar achter vertellen onze correspondenten, elke maandag vanuit een ander land.

Het A4-tje achter de ruit van de buurtkroeg viel direct op. ‘Se busca camarera’, stond er in slordige hoofdletter op geschreven. ‘Serveerster gezocht’. In Spanje met zijn torenhoge werkloosheid (23 procent van de beroepsbevolking) zijn zulke oproepen zeldzaam. Zo heeft de sleutelmaker in onze Madrileense wijk al maanden een sarcastische reclame hangen: ‘Se necesitan clientes’, ‘klanten nodig’.

Maar wat bij de oproep voor serveerster pas echt opviel, is dat hij zeker twee weken bleef hangen. De eigenaar van de kroeg vertelde dat hij amper respons kreeg. Is dat niet vreemd, in een land met vijf miljoen werklozen? Hij barstte in lachen uit. „Geloof je die cijfers? Dan was hier al lang de revolutie uitgebroken. Vijf miljoen werklozen, ja. Maar ook vier miljoen mensen die in Plan B werken.”

‘Plan B’ is één van de vele termen voor zwart werk die het Spaans rijk is. Officieel wordt meestal gesproken over de ‘economia sumergida’, de onderduikeconomie. Volgens schattingen blijft een vijfde van het bbp buiten het zicht van de belastingdienst.

Een aanzienlijk deel van werklozen vult zijn ww- of bijstandsuitkering dan ook aan met zwart werk. De arbeidsbureaus worden zo overspoeld door de massawerkloosheid, dat ze amper tegen fraude optreden. Ze hebben het al druk genoeg ieders uitkeringsstrookje af te stempelen. De sollicitatie- en meldplicht zijn boterzacht. Het maakt dat sommige jonge werklozen na het aanvragen van hun uitkering meteen op wereldreis gaan. Van 700 euro per maand kun je in Ecuador of Cambodja leuk leven.

Soms is de keuze voor de informele sector best begrijpelijk. Uitkeringen zijn gebaseerd op het laatst verdiende loon. Wie werkloos werd in een goedbetaalde baan, gaat er op achteruit als hij zijn uitkering opgeeft voor een baan. Zeker nu het weinige witte werk dat er is, slecht betaald of tijdelijk is.

Het ontlokte de werkgeverskoepel de kritiek dat „het opvalt dat werklozen ineens wel een baan vinden zodra hun uitkering afloopt”. En de bestuursvoorzitter van een grote supermarktketen stelde: „We moeten het trekken van de ww ontmoedigen, Spanjaarden plukken nog steeds geen sinaasappels.”

Ook de in december aangetreden nieuwe rechtse regering wil fraude aanpakken. Vorige maand kondigde ze een ingrijpende arbeidsmarkthervorming af: soepeler ontslagrecht, meer interne flexibiliteit voor bedrijven en minder starre cao-regels. Maar ook gaf ze particuliere uitzendbureaus toegang tot de werklozenbestanden. De hoop is dat zij effectievere bemiddelaars zijn dan de arbeidsbureaus. De regering overweegt of iemand die drie keer een baanaanbod afslaat, straks zijn uitkering kan verliezen.

De hervorming ligt maatschappelijk gevoelig. Gisteren protesteerden er in Madrid circa 30.000 vakbondsleden tegen, in opmaat naar een nationale staking, op 29 maart. En dan zijn er ook nog de indignados, de verontwaardigde jongeren die sinds mei regelmatig de straat op gaan.

Hun grote frustratie is niet zozeer de hoge jeugdwerkloosheid (48 procent), maar vooral de ‘hachelijkheid’ die zij op de arbeidsmarkt ervaren: slecht betaald werk, zeer tijdelijk, amper beschermd en ver onder hun opleidingsniveau. Voor de crisis beklaagden zijn hun lot van ‘mileurista’ (duizend-euro-verdiener). Nu moeten ze al blij zijn met 700 euro. Spanje heeft van alle OESO-landen het hoogste percentage ‘overgekwalificeerde’ werknemers.

Vlottrekken van de arbeidsmarkt stuit op meer obstakels. Veel mensen zijn bijvoorbeeld niet bereid te verhuizen voor een baan. Traditioneel bleven Spanjaarden al liever in de buurt van hun familie wonen. Maar zeker nu het crisis is, blijkt familie onmisbaar. In dorpen in Zuid-Spanje ontmoet je mensen die ooit voor werk emigreerden naar Barcelona, maar nu terugkeren. Al ligt de werkeloosheid in Andalusië met 31 procent twee keer hoger dan in Catalonië; in het dorp, met pa en ma om de hoek, is het makkelijker overleven.

Merijn de Waal