Zij : 'Mijn trouwjurk naai ik zelf wel'

Mildred: „We gaan trouwen op 4 mei. Peter beloofde dat hij mij zou vragen als ik de Nijmeegse vierdaagse uitliep. De laatste tien kilometer liep ik in een trouwjurk. Hij stond bij de finish met een groot spandoek: Mildred wil je met mij trouwen?”

Peter: „We willen het goed vieren: een mooi feest en een huwelijksreis naar Curaçao en Aruba.”

Mildred: „Maar het hoeft niet alleen maar luxe te zijn. Ik zag een jurk van 1.700 euro. Die kan ik ook zelf maken, dacht ik. Nu ben ik 250 euro kwijt aan stof. Dat scheelt nogal.”

Peter: „Wat je bespaart, kun je weer ergens anders aan uitgeven. Je hebt er nu toch mooie schoenen van gekocht?”

Mildred: „Twee paar.”

Peter: „We zijn beiden al eens getrouwd geweest. Alles bij elkaar kost dat veel geld. Zo betaal ik nog altijd alimentatie: 300 euro per kind per maand.”

Mildred: „En je neemt de studiekosten voor je rekening.”

Peter: „Stijn doet nu mbo. Die kost nog niet zoveel. Maar Iris volgt een particuliere opleiding van meer dan 10.000 euro per jaar. ”

Mildred: „De extra uitgaven voor de kinderen doen, nemen we voor eigen rekening. Peter ging laatst een weekend naar Parijs met zijn dochter, dat gaat niet van onze gezamenlijke rekening.”

Peter: „Logisch. Die rekening is alleen voor dingen die we ook echt samendoen.”

Mildred: „Uit eten gaan bijvoorbeeld.”

Peter: „Een restaurantrekening van twee-, driehonderd euro is geen uitzondering. Soms boeken we een kort weekend, waarbij goed eten voorop staat. Onze hond Chilles gaat dan naar een pension. Ook als we langer op vakantie gaan. Dat kost al gauw zo’n driehonderd euro.”

Mildred: „Plus vijftig euro voor het wassen en trimmen. Hij komt niets tekort. En wij ook niet.”

Jorg Leijten