Weg met de papierberg, ga lekker payrollen!

De flexibilisering van de arbeidsmarkt leidt tot een nieuwe vorm van werkgeverschap: payrolling. Daarbij besteedt de werkgever alle administratieve rompslomp uit aan een andere partij. Een zegen voor de werkgelegenheid, zeggen de payrollbedrijven. Maar wat schiet je er als werknemer mee op?

Een kleine zelfstandige kan het er behoorlijk druk mee hebben: de personeelsadministratie. Contracten opstellen, loonheffing en pensioenpremie inhouden, verzekeringen regelen, verzuim registreren en tijdig het loon overmaken, het kost vaak uren per week. Als hij ook nog eens werkt met een fluctuerend aantal werknemers – zoals het geval is bij bijvoorbeeld kwekers, restauranthouders en aannemers – dan kan de administratie een blok aan het been worden.

Dat is precies wat er gebeurt door de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt: steeds meer bedrijven werken met contractanten om beter te kunnen inspelen op de markt. Eind 2010 telde Nederland ruim een miljoen flexwerkers, bleek uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg. Het gaat om tijdelijke krachten en zzp’ers. Volgens het CBS werkt 11 procent van alle werknemers in Nederland op een tijdelijk contract en is 10 procent van de werkende bevolking zzp’er. Gevolg is dat de personeelsadministratie steeds ingewikkelder en tijdrovender wordt.

De flexibilisering van de arbeidsmarkt heeft geleid tot een nieuwe vorm van werkgeverschap die snel aan populariteit wint: payrolling. Daarbij besteedt de werkgever het juridische werkgeverschap van zijn personeel uit aan een zogeheten payrollbedrijf. Dat neemt alle administratieve rompslomp uit handen: het regelt een contract, betaalt premies en is verantwoordelijk voor de werknemer als deze ziek wordt, van ziekmelding tot reïntegratie. De feitelijke werkgever doet alleen de werving, aansturing en beoordeling van de werknemer en betaalt enkele procenten van de loonsom aan het payrollbedrijf.

„De overheid heeft payrolling in de hand gewerkt door de wet- en regelgeving rond werknemers zo ingewikkeld te maken dat het voor veel kleine bedrijven niet meer behapbaar is”, zegt Jeu Claes, voorzitter van de Vereniging Payroll Ondernemingen (VPO). „Neem een eigenaar van een discotheek. Hij heeft op vrijdagavond en zaterdagavond vijftig jongeren in dienst. Ga eens na hoeveel tijd aan administratie die man kwijt is om zijn bedrijf twee avonden per week te kunnen laten draaien. Als hij zijn personeel uitbesteedt aan een payrollbedrijf, houdt hij meer tijd over voor zijn kernactiviteiten.”

Voor midden- en kleinbedrijven speelt het afdekken van risico’s een belangrijke rol bij het besluit om een payrollbedrijf in te schakelen. Dat zegt Edwin Prijden, operationeel directeur van payrollbedrijf Source, een dochter van de beursgenoteerde uitzendorganisatie AamigoO group. Een kapper die vijf werknemers heeft van wie er één ziek wordt, is 20 procent van zijn loon kwijt aan ziektegeld. Is die werknemer in dienst van een payrollbedrijf dat enkele honderden werknemers heeft, dan wordt het risico uitgesmeerd. Ander voordeel, volgens Prijden, is dat een accountant geen verantwoordelijkheid draagt voor de juistheid van contracten en premieafdrachten en een payrollbedrijf wel. „Voor grote bedrijven, die veel met contractanten werken, is payrolling handig omdat ze veel minder tijd kwijt zijn aan maatwerk en geen enorme HR-afdelingen in stand hoeven houden. Bovendien kunnen ze in het geval van een vacaturestop toch mensen aannemen.” Source werkt voor grote bedrijven en instellingen als Shell, IBM, Getronics, MS Mode Nederland, WE International, de Nederlandse Aardolie Maatschappij en de provincie Zuid-Holland.

Ook werknemers zijn gebaat bij payrolling, vinden de payroll-organisaties zelf. Voor werknemers die willen overstappen van loondienst naar een eigen bedrijf is dat vaak een grote stap. „Payrolling is dan een mooie tussenvorm”, zegt Paul Leenders, businessunitmanager van Adecco Payroll, onderdeel van uitzendorganisatie Adecco Group Nederland. „Ze behouden de zekerheid van een pensioen, verzekeringen, ziektegeld en vakantiedagen, maar kunnen ook de opdrachten aannemen die ze zelf willen. Ze hoeven alleen het aantal gewerkte uren maar door te geven aan de payrollorganisatie. Payrolling biedt dus meer veiligheid en gemak dan het zelfstandig ondernemerschap.”

Ook voor categorieën werknemers die geen vast dienstverband willen, zoals studenten, ouderen en freelancers, is payrolling een uitkomst, aldus Leenders. Adecco zette vijf jaar geleden een payrolltak op en heeft nu enkele honderden klanten.

„Als de economie aantrekt, zal payrolling meegroeien. Maar ook in deze onzekere tijden, waarin veel mensen vaak noodgedwongen voor zichzelf beginnen, verwachten we groei.” Adecco Payroll verwacht dat het aantal klanten de komende vijf jaar zal verdubbelen.

De vakbonden zijn beduidend minder blij met het fenomeen. FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond en vakbond De Unie zeiden in 2011 de cao voor deze branche op, omdat werkgevers en payrollbedrijven werknemers minder goede arbeidsvoorwaarden zouden bieden dan vaste krachten. De bonden wensten niet mee te werken aan die tweedeling.

In plaats van een cao heeft de VPO nu een keurmerk in het leven geroepen dat „alle elementen van de cao bevat. Daarmee proberen we ‘cowboys’ op de payrollmarkt die zich niet aan hun plichten houden, te weren”, aldus voorzitter Jeu Claes.

Maar de bonden hebben meer bezwaren. Zo zou niet altijd glashelder zijn onder welke cao werknemers vallen: de payroll-cao of die van de sector waarin zij werkzaam zijn. Ten slotte zien de bonden graag dat de feitelijke werkgever volledig verantwoordelijk is voor zijn werknemers, en dus aanspreekbaar in het geval van misstanden, wat bij payrolling niet het geval is.

Volgens Claes van de VPO moeten de bonden juist blij zijn met deze nieuwe vorm van werkgeverschap. „Payrolling is een zegen voor de werkgelegenheid. Veel werknemers zouden anders geen werk hebben gehad. Bovendien hebben payrollbedrijven een herplaatsingsplicht en moeten ze een ontslagvergoeding betalen als een werknemer wordt ontslagen. De bonden zijn gewoon tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt.”