‘We zijn met een aardige comeback bezig’

Ruim drie jaar na de nationalisatie is de bundeling van het vernieuwde ABN Amro vrijwel afgerond. Uitbouw en beursgang is nu het parool voor topman Gerrit Zalm, maar de recessie fietst er akelig doorheen.

Eindelijk thuis in onze eigen toren. Dat was de stemming vorig jaar juni toen de laatste bankiers van RBS het hoofdkwartier van ABN Amro verlieten. Het ontaardde spontaan in een uit de hand gelopen vrijdagmiddagborrel. De jongste bediende regelde bier bij de supermarkt. Financieel directeur Jan van Rutte (guitars) stal de show met zijn eigen band.

ABN Amro, tegenwoordig volledig in handen van de Nederlandse staat, heeft een bizarre periode achter de rug. Opgekocht, gevierendeeld, vernederd, genationaliseerd. Tandenknarsend moesten de ooit zo trotse – ja, zelfs arrogante – bankiers van ABN Amro toezien hoe telkens weer andere concurrenten hun ‘geursporen’ ostentatief op het hoofdkantoor achterlieten. Eerst werd het logo van Fortis op het pand getimmerd, daarna dat van het Britse RBS.

De bank heeft nog dezelfde naam, maar is nauwelijks vergelijkbaar met de instelling van vijf jaar geleden. De meeste buitenlandse activiteiten zijn verkocht, het binnenlandse bedrijf werd samengevoegd met Fortis Bank Nederland. Het balanstotaal slonk met 60 procent. Van de 107.000 werknemers (driekwart in het buitenland) zijn er nog geen 25.000 overgebleven, waarvan een belangrijk deel bestaat uit nieuw Fortis-bloed.

Gerrit Zalm staat inmiddels ruim drie jaar aan het roer bij ABN Amro. Het is zijn taak om de bank weer stabiliteit te geven, klaar te maken voor verkoop, het liefst via een beursgang. Ligt de bank op koers?

Deze week waren er twee evenementen waarbij ABN Amro toonde hoe de zaken ervoor staan. Woensdagavond deed de bank een symbolische stap. Zij haalde een team zakenbankiers terug van het Britse RBS dat na de kredietcrisis in minstens even grote problemen geraakte als ABN Amro. Het zijn precies de activiteiten waar de bank vroeger groot in was: fusie- en overnameadvies en het begeleiden van beursintroducties.

Het illustreert een groeiend zelfvertrouwen aan de Amsterdamse Zuidas. Onder druk van Brussel verkocht de bank HBU, gespecialiseerd in kredietverlening aan kleine en middelgrote ondernemingen aan Deutsche Bank. Maar, zo verklapte Zalm vrijdag op het tweede evenement – de presentatie van de jaarcijfers – er komen weer klanten terug.

Zalm hield zich de afgelopen jaren bezig met de ‘houtkoolschets’ van ABN Amro. Nu de integratie op grote lijnen is voltooid, volgt de wederopbouw, het versterken van de activiteiten voor zover dat kan, want de staatsbank mag van Brussel geen grote overnames plegen. De komende jaren staan in het teken van het afscheid: in 2014 gaat ABN Amro op zijn vroegst naar de beurs. „De timing is een beslissing van de minister, want hij is ook geïnteresseerd in de opbrengst van de bank”, grapte de topman.

De taak van Zalm: een track record opbouwen, die heeft de bank nodig wil zij voor herintroductie op het Damrak in aanmerking komen. Daar is de bank pas net aan begonnen. Bovendien moet de financiële instelling, net als andere banken, zijn buffers flink verhogen.

Maar de recessie fietst daar doorheen. Het eigen vermogen slonk vorig jaar, in de laatste zes maanden van 2011 leed de bank weer verlies, net als in 2009 en 2010. En een van de belangrijkste hoogtemeters in de cockpit sloeg vorig jaar vanaf het eerste kwartaal de verkeerde richting uit. Met de verhouding tussen kosten en baten – hoe efficiënt is de bank – kent ABN Amro een beladen verleden. Het was juist de relatief zware kostenstructuur die van ABN een prooi maakte. Zalm wil de kosten structureel op maximaal 60 procent van de baten krijgen. Deze ratio ontwikkelt zich op de lange termijn gunstig (zie grafiek), maar erg overtuigend is het nog niet.

Over Griekenland heeft de bank een curieus verhaal. Al een tijdje snoefde zij dat er geen verlies werd geleden op Griekse leningen. ABN bezat tenslotte, mede door haar gekortwiekte buitenlandbedrijf, geen verhandelbare Griekse staatsleningen, alleen maar rechtstreekse kredieten aan Griekse nutsbedrijven die keurig aan hun verplichting voldeden. Maar dat beeld is razendsnel gekanteld. Eerst ging de bank toch geld opzij zetten vanuit voorzichtigheid en twee weken geleden bleken de Griekse kredieten plotseling op de lijst te staan van leningen waar het Europese bankwezen vrijwillig driekwart van kwijtscheldt. Een tegenvaller van 0,88 miljard euro. Zalm is „verbaasd”, maar de bank heeft al wel vanuit prudentie verlies genomen op de kredieten alsof zij naar het merendeel van haar geld kan fluiten.

De omstandigheden zitten ook niet mee. De Nederlandse economie krimpt, voor het lopende jaar verwacht Zalm meer bedrijven die in problemen raken en dus ook hogere voorzieningen voor kredieten die de bank niet terugziet.

ABN Amro had in het recente verleden twee grote aderlatingen waarvan zij aan het herstellen is: de grote bedrijven, waar ABN Amro van oudsher de nummer één in was in Nederland, gingen in 2007 mee naar RBS. En na de nationalisatie in 2008 werd een deel van het kantorennet onder dwang van Brussel met verlies aan Deutsche Bank verkocht.

„Op plekken waar Deutsche Bank onze clubs heeft overgenomen, proberen we ons opnieuw te vestigen. Dat vergt eerst geld, de kost gaat voor de baat uit”, zegt Zalm. „We zijn met een aardige comeback bezig. Klanten van HBU komen bij ons terug.” En met de zeventig zakenbankiers die de bank deze week overnam, probeert ABN Amro zich in het iets minder traditionele bankieren van fusie- en overnameadvies terug te vechten. „Wij zijn zeker niet van plan om weer een Londense investment bank op te tuigen die in tweedehands spullen gaat handelen. Ik voel me een keurige nutsbankier. Wij doen alles in het belang van klanten.”