Wat we maken evolueert ook, als het leven op aarde

De Wil van Technologie. Kevin Kelly, vertaling Menno Grootveld, Pon Ruiter en Wim Scherpenisse. Maven Publishing, Amsterdam. 463 blz. € 22,50

Alles wat mensen ooit hebben gemaakt, alles wat we tot onze samenleving rekenen, alles in ons collectieve geheugen. En alles – dingen, kunst, informatie – wat we ooit nog zullen produceren, tot de laatste mens.

Dat alles noemt Kevin Kelly het ‘technium’. Het boek van de Amerikaanse futuroloog gaat over hoe dat technium zich ontwikkelt. Wereldwijd en in vele vormen, van 50.000 jaar geleden tot in de verre toekomst.

Het boek is visionair, het wekt discussie op, het is onderhoudend en goed geschreven. En het lijkt alle belangrijke vragen te stellen die een mens zich in 2012 kan stellen. Zie de opmars van informatie, van verstedelijking, gengewassen, medische technologie, energieproblemen en denk: waar gaat dit naar toe? Kelly krijgt greep op die turbulente toekomst, en dat is een grote verdienste.

Kevin Kelly publiceerde What Technology Wants al in 2010, het is nu in het Nederlands vertaald. Kelly, uit Californië, is schrijver en journalist. In 1993 richtte hij technologieblad Wired op. Nu schrijft hij artikelen, boeken en blogs (zoals Cool Tools, over nuttige nieuwe spullen).

Het centrale idee van Kelly’s boek is dat technologie zich gedraagt als het leven op aarde. Of, in Kelly’s woorden, in het ‘technium’, maar dat blijft een wat loze term. Enerzijds schaart hij er ook kunst, wetten en ethiek onder, anderzijds behandelt hij bijna alleen technologie in de klassieke zin van het woord.

Hoe dan ook: dat technium evolueert, stelt Kevin Kelly. En daarom kunnen we de toekomst van technologie schetsen aan de hand van de kenmerken van het leven op aarde. Het leven is in 3,5 miljard jaar steeds diverser geworden, steeds complexer en alomtegenwoordiger. En dat zien we ook bij technologie. Sterker nog: technologie is een onvermijdelijke voortzetting van de evolutie, zelfs van de toename van complexiteit op aarde die al begon bij de oerknal.

Ik geloof niet dat ik eerder een boek zó goed gevonden heb, terwijl ik het met het centrale idee van het boek oneens was.

Kelly verbindt de vorming van sterren met de evolutie van een platworm en de miniaturisatie van chips. Hij betoogt dat beide processen voortkomen uit de ordening van massa en informatie, uit de vermindering van entropie. In de laatste bladzijden schrijft Kelly: “[We] vinden van God meer terug in een mobieltje dan in een boomkikker.” Al met al klinkt dat wel erg mythisch. En het deel over biologische evolutie (waarin hij ook richting en noodzakelijkheid veronderstelt) is het deel waarin hij het minst thuis is.

Maar dan is er nog driekwart van het boek over, over technologische ontwikkeling. En dat is meesterlijk. Elke paar bladzijden snijdt hij met kennis van zaken een onderwerp aan waar je een heel boek over kan lezen – en ook zou moeten lezen, denk je door de urgentie waarmee Kelly het beschrijft. Over de onafwendbaarheid van uitvindingen. Over de exponentiële verbetering van technologieën (zoals de Wet van Moore, voor chips). Over de Amish, over verstedelijking, over risicoperceptie.

Of technologische ontwikkeling natuurlijke evolutie is, blijft de vraag. Dat het op evolutie lijkt is na lezing van dit boek evident. Volgens Kelly wordt technologie daarom, ondanks alle nadelen, uiteindelijk mooier en beter. Maar ook complexer en autonomer. En stoppen kan niet.