Vroeger was het veel gemener

Wie: Hugo Hovenkamp (31 interlands)

Club: Groningen, AZ’67, Wacker Innsbruck

‘W ordt er in Nederland zo slecht verdedigd? Het wordt zwaar overdreven. Ik word er een beetje ziek van. Iedereen roept maar dat we een zwakke competitie hebben. Door al die voetbalpraatprogramma’s praten we onszelf in Nederland allerlei dingen aan. Heel veel clichés die niet kloppen. Alsof het niks voorstelt. Ik zie veel competities live, van Zwitserland tot Denemarken. Ga ’s in Brazilië kijken, val je in slaap. Wij hoeven echt niet onder te doen voor de nummer vier van Italië.

„Dat in Nederland veel wordt gescoord komt omdat wij willen winnen. Nederlandse ploegen willen altijd voetballen. Als wij tegen Udinese spelen, nummer vier van Italië, gaan we voor de winst. Zij spelen, met hun budget van 60 miljoen, op de counter. In Italië willen ze niet verliezen. Ze maken het veld zo klein dat er bijna geen doorkomen aan is. Maar zeg niet dat het zulke goede verdedigers zijn.

„Als je zoals AZ modern, aanvallend wilt spelen, kun je niet twee pure mandekkers achterin hebben. Met twee slopers kom je niet aan voetballen toe. AZ heeft met Viergever en Moisander twee goeie, moderne verdedigers. AZ heeft één van de meest aanvallend ingestelde ploegen van de eredivisie. En toch de minst gepasseerde verdediging, met Twente.

„Aanvallen begint achterin en verdedigen voorin. Dat was vroeger wat minder. Dan werd de nummer tien uit de wind gehouden. Kan niet meer. Het voetbal is veel moderner, het spel gaat veel sneller. Daar moet je met je verdedigers op anticiperen. Bij AZ betekent dit dat je betere voetballers moet hebben.

„Het beeld dat mensen hebben van echte mandekkers is overdreven. Spelbos was ook een heel goeie voetballer, hoor. Of Stam. Ook De Wolf. Je stond er niet alleen in om een man uit te schakelen. Je moest wel wat kunnen.

„Vroeger was het veel gemener. Je had één camera langs het veld en je wist precies waar die stond. Als de grensrechter even niet keek had je hem te pakken. Als er eentje vervelend was, ging je met je nopjes wel eens ergens op staan. Dat deed zeer. Natuurlijk deed je dat. Maar je kreeg er ook honderd terug.

„Met al die camera’s is het nu heel moeilijk iemand een keer een kegel te geven. Je ligt er meteen vijf duels uit. Dat was niks voor mij geweest. Voor veel spelers in die tijd niet.”

Rob Schoof