Voorman van VPRO populisme

Populistische televisie? Links? De slag om Nederland wil Nederland teruggeven aan de Nederlanders. Zonder activisme, zegt maker Teun van de Keuken. Met journalistieke middelen kan je over ruimtelijke ordening berichten zonder dat kijkers in slaap vallen. „We willen de burger en de bestuurder weer bij elkaar brengen.”

‘Wederom rekken we de grenzen van de journalistiek op”, zegt tv-journalist Teun van de Keuken, vlak voordat hij naar het Binnenhof vertrekt om een wetsvoorstel te pluggen. „Er lijkt een Kamermeerderheid te zijn. En de vastgoedwereld werkt ook mee. Nee, we hebben het wetsvoorstel niet bedacht, maar wel samengesteld uit gesprekken met betrokkenen. En GroenLinks en de PvdA hebben enkele jaren geleden een soortgelijk voorstel gedaan.”

In De slag om Nederland, een programma over misstanden in de ruimtelijke ordening, besteedt het trio Teun van de Keuken, Roland Duong en Andrea van Pol aandacht aan de leegstand in kantoren, met als voorbeeld het KPMG-gebouw. Zij besloten verder te gaan dan alleen de missstand te constateren. Ze grijpen zelf in.

Eerder deed Van de Keuken dat al in het vernieuwende consumentenprogramma Keuringsdienst van waarde. Geïnspireerd door een uitzending over slavernij in de cacaobouw, brachten Van de Keuken en de zijnen en eigen ‘slaafvrije’ chocoladereep op de markt: Tony’s Chocolonely. Ook in andere uitzendingen liet de ‘Keuringsdienst’ merken in duurzaamheid en eerlijke handel te geloven.

Bent u activistisch journalist?

„Nee, ik ben programmamaker. Ik werk niet vanuit idealisme, om de wereld te verbeteren. Ik voel me niet prettig bij die suffige termen. Aan onze programma’s ligt gedegen journalistieke onderzoek ten grondslag.”

Maar uw taakopvatting lijkt breder dan die van andere journalisten. U wilt misstanden aankaarten én ze uit de wereld helpen.

„Niet per se. Wij willen een programma maken dat iets teweegbrengt, dat spraakmakend is. We vinden onze onderwerpen belangrijk dus daar vragen we aandacht voor. Daarvoor moeten we meestrijden in het mediageweld.”

Hoe past uw nieuwe leegstandswet daarin?

„Wij constateren in De slag om Nederland dat Nederland er niet mooier op wordt en we willen weten hoe dat komt. Overal liggen verlaten rommelige bedrijfsterreinen, terwijl om de hoek weer een nieuwe wordt gebouwd. Al die bedrijven verhuizen van het ene pand naar het andere en laten het vorige leeg achter. Het blijkt profijtelijk om kantoren leeg te laten staan. De directeur van De Nederlandsche Bank heeft gezegd dat de volgende crisis een leegstandscrisis zal zijn. En alle partijen willen graag dat er iets aan de leegstand gebeurt. Zo kwamen wij met het wetsvoorstel voor een verwijderingsbijdrage voor kantoren, betaald uit een pot van kantooreigenaren en huurders zelf.”

En dat is geen activisme?

„We zitten om tafel met de grootste vastgoedbaas en de grootste makelaar van Nederland, niet bepaald activistische types die een steen door een ruit gooien. Alle betrokkenen willen dit veranderen en vinden dit een goed idee. We voeren dus niet actie tegen iets of iemand.”

Noem het dan politiek. Wie fair-trade-repen op de markt brengt en wetten bedenkt, is toch bezig Nederland te veranderen?

„Nee, hoor. We hebben voor Keuringsdienst van waarde een uitzending gemaakt over mandarijntjes. Hoe kan de schil er zo makkelijk af? Blijkt een bewerking met zuur te zijn. Dat maken we niet om de mandarijnenindustrie te hekelen. We willen het gewoon weten.”

U schiep Tony’s Chocolonely. Denkt u iedere ochtend bij het opstaan: ik heb de eerste slaafvrije reep van Nederland bedacht?

„Tony’s Chocolonely is een journalistieke reep. We wilden niet een slaafvrije chocoladereep op de markt brengen, we wilden een programma maken over het maken van zo’n reep. De grote chocolademerken wilden er niet aan. Dus zijn we het zelf gaan doen. Ik wilde mensen ervan bewust maken dat cacao deels door slaven en kindslaven wordt verbouwd. Dat is gewoon een journalistieke taak. Ik kan wel beelden van zielige kindslaven tonen, maar dat komt toch niet meer binnen. Te vaak gezien, te deprimerend. Mensen zappen weg. Zelf zo’n reep bedenken is nieuw en opbouwend. Dus blijven ze kijken. Die chocoladereep zelf interesseert me niet. Fair trade stelt trouwens ook niet zoveel voor.”

Als het u niet om het verbeteren van de wereld wereld gaat, waar gaat het dan wel om?

„Nieuwsgierigheid. U laat zich misleiden door de vorm. Een programma heeft een aantrekkelijke vorm nodig. Als ik tegen mensen zeg: ‘ik maak een programma over ruimtelijke ordening’, vallen ze meteen in slaap. Dus zoeken wij naar opvallende invalshoeken. Vergelijk het met Roger and me van Michael Moore. Die wilde een documentaire maken over de autofabriek die uit zijn geboortestad Flint vertrok. Daarvoor wilde hij de topman van Chrysler spreken. Dat interview was journalistiek gezien niet belangrijk, maar de pogingen om het interview tot stand te brengen gaven wel een aantrekkelijk vorm aan de film.”

Michael Moore is een voorbeeld van hoe het mis kan gaan. Zijn doel is niet om eerlijk te informeren, hij maakt propaganda.

„Dan is Moore misschien een slecht voorbeeld. Maar op zich is hij herkenbaar voor ons. Wij proberen een afgewogen journalistiek product te maken, waarin alle partijen een eerlijke kans krijgen om hun standpunt toe te lichten. Maar machthebbers willen nooit voor de camera verschijnen, tot onze frustratie. Vroeger, als iemand weigerde mee te werken, werd het item geschrapt. Nu laten we de mislukking zien. De kijker volgt ons als detectives op speurtocht.”

U achtervolgt met draaiende camera’s de machthebbers.

„De slag om Nederland van vorige week ging over een dorp waar een projectontwikkelaar voor 350 miljoen een ‘hippisch centrum’ wil neerzetten, een paardenclub. Dat blijkt een mysterieuze man die verder nooit zoiets groots heeft aangepakt. Dus wilde we hem spreken. Ik belde hem. Iemand zei: ‘Met Eric’. Ik zei: ‘Spreek ik met Eric Gaalman?’ ‘Nee, met een andere Eric.’ ‘O, maar dit is toch het nummer van Eric Gaalman?’ ‘Nee, dit is altijd mijn nummer geweest, maar ik word wel vaker voor hem gebeld’. Bizar. Journalistiek is het niet essentieel, maar het toont wel onze zoektocht. Dat is aantrekkelijk. Bovendien was die zoektocht passend bij ons programma: dit is een voorbeeld van een machthebber die zich weigert te verantwoorden tegenover de burger. Het is onduidelijk hoe beslissingen tot stand komen. Er is een democratisch tekort.”

Tv-recensent Hans Beerekamp noemde uw programma als voorbeeld van opkomend links populisme.

„Dat ‘links’ laat ik voor zijn rekening. Ik ben zo’n ouderwets type dat weigert om te zeggen wat hij stemt. Maar dat populisme klopt. Het ergerde me dat populistische strijdkreten als: ‘Van mijn belastingcenten!’ worden gekaapt door rechts. Terwijl wij dat ook vinden. Daarom bedachten we de term ‘VPRO-populisme’ en namen we de slogan ‘Nederland teruggeven aan de Nederlanders’ over van premier Rutte. Burgers worden niet gehoord door hun bestuurders. En dat zijn niet alleen PVV’ers en SP’ers. Ik ben ook burger, en ik wil ook mijn claim op Nederland hebben.”

Populisme is een vorm van politiek.

„We krijgen honderden mails per week: kom eens bij ons kijken. Overal worden beslissingen doorgedrukt zonder naar de burgers te luisteren. We willen de burger en de bestuurder weer bij elkaar brengen.

„Zestig procent van de gemeentes is bijna failliet, ze bezuinigen op tafeltje-dek-je en de kinderopvang. Maar ze bouwen voor zichzelf wel dure nieuwe gemeentehuizen. Hoe kan dat? Iedere Nederlandse winkelstraat lijkt sprekend op willekeurige andere. Je weet nooit of je nu in Emmen bent of in Markelo. Hoe komt dat? Wie bepaalt hoe Nederland eruit ziet? Dat zijn geen linkse of rechtse of populistische of politieke vragen. Dat zijn journalistieke vragen. En als er inderdaad eens iets verandert dankzij het programma, dan is dat mooi meegenomen. Maar dat is echt niet aan mij.”

De slag om NederlandVolgende week maandag, Ned. 2, 20.25 uur. Op de website kun je stemmen op ‘De lelijkste plek van Nederland’.