Viktor Orbán, held van een eigenzinnige natie - met dank aan de EU

Hongarije tegen de rest, dat is een sentiment waar premier Orbán in eigen land mee scoort, vooral onder ouderen. Met haar harde opstelling maakt de EU een martelaar van hem, stelt Peter Zilahy.

Twee weken geleden heeft de EU een ongekende stap gezet. Zij dreigt een van haar leden wegens overtreding van de begrotingsregels met de opschorting van bijna 500 miljoen euro subsidie. Dat geld is bestemd voor de infrastructurele ontwikkeling van armere regio’s in Hongarije. In een reactie heeft de woordvoerder van de Hongaarse regering de voorgestelde maatregelen als ‘ongegrond en oneerlijk’ bestempeld en erop gewezen dat vrijwel alle landen van de Europese Unie een hoger tekort hebben dan het jaarlijkse maximum van 3 procent. Olli Rehn, Europees Commissaris voor economische en monetaire zaken, stelt dat het geen straf betreft, maar eenvoudig een technische prikkel om een afwijking te corrigeren.

Hongarije is een land met een traditie zijn eigen gang te gaan, ook als het alles tegen heeft. Toen een groot deel van het keizerrijk onder Ottomaanse heerschappij stond, was het het enige rijksdeel waar nooit de islamitische wet werd ingevoerd. Het Habsburgse rijk, dat indertijd over de rest van het land en half Europa regeerde, heeft nooit de Hongaarse kroon kunnen bezitten – die werd bij de kroningsceremonie alleen tijdelijk ontvangen. In 1956 voerde Hongarije een onafhankelijkheidsoorlog tegen een land dat 200 keer zo groot is. Griekenland lijkt op het ogenblik het grootste probleem voor de EU te zijn, maar als de Hongaarse premier bondgenoten weet te vinden voor zijn onorthodoxe economische en politieke agenda, zou dit op den duur de centralisatiepogingen van Brussel kunnen ondermijnen.

Premier Viktor Orbán noemde Hongarije onlangs „het land van de vrijheidsstrijders”. Hij sprak in het Europees Parlement als reactie op de zware kritiek. Op diezelfde dag zei hij tegen Bild Zeitung: „Wij staan pal voor onze waarden, zelfs in de grootste storm, zelfs tegen een orkaan”. De ‘orkaan’ was een woordspeling op zijn eigen naam, die iedereen in het ongelijk stelde die vindt dat van een conservatieve politicus geen gevoel voor humor te verwachten is.

Orbán moet toen hij in Straatsburg onder vuur lag, oprecht hebben gevonden dat in zijn persoon Hongarije werd aangevallen. Bij zijn terugkeer in Boedapest ging hij zelfs zover dat hij meteen tegen een verslaggever zei: „We hebben het vaderland gered.” Waarbij hij niet voor het eerst in het meervoud sprak.

Twaalf jaar geleden, onder de eerste regering-Orbán, werd de heilige kroon van Sint Stefanus van het Nationaal Museum naar het parlement overgebracht – een duidelijk signaal dat het geen museumstuk was. De nieuwe grondwet die in januari 2012 van kracht werd, verklaarde de kroon tot belichaming van de Hongaarse constitutionele continuïteit. Uiteraard beweren Orbáns tegenstanders dat hij de pluralis majestatis gebruikte, maar ik denk daar anders over.

Had Orbán „ik heb het vaderland gered” tegen de verslaggever gezegd, dan zou hij nogal arrogant hebben geklonken. In plaats daarvan wilde hij zijn landgenoten erbij betrekken. Door in het meervoud te spreken, nodigde hij ons uit om op het toneel van de wereldpolitiek de last van duizend jaar besluitvorming te delen.

Voor wie zich vereenzelvigt met het historische Hongarije en de heilige kroon als constitutionele basis bestempelt, betekent de pluralis majestatis gewoon dat wij – alle Hongaren – koningen zijn. Zo krijgen we echt het gevoel dat we ook in Straatsburg waren om samen met Orbán het land te redden, en daarmee deel uitmaakten van dit ongelooflijke succes.

Gesteund door de staatstelevisie en massamedia die dicht bij de regering staan, heeft Orbán zijn aanhang ervan overtuigd dat het land werd aangevallen. Vier dagen na zijn toespraak in Straatsburg betoogden in de straten van Boedapest honderdduizend mensen in naam van liefde en eenheid, om die gevoelloze bankiers te laten zien dat Hongarije niet te koop is.

Gezagsgetrouwheid is niet echt iets voor Hongaren. De weemoedige Hongaar raakt niet snel bevlogen over een zaak. Hij zal eerder enthousiast zijn afkeer uiten. Daardoor kunnen verkiezingen worden beslist door een anti-stemming, zoals de laatste en ook de voorlaatste keer gebeurde.

De pro-regeringsbetoging werd geënsceneerd voor de internationale media. Een groot deel van de betogers kwam met bussen van het platteland, deels geregeld door de regeringspartij. Het merendeel droeg alleen spandoeken in het Engels, al weet ik dat de buitenlandse journalisten geen van deze mensen in het Engels hadden kunnen interviewen. Eén groep droeg een groot spandoek met de foto’s en namen van de hele regering met inbegrip van alle staatssecretarissen, dat eigenlijk deed denken aan een 1-meiviering uit de jaren tachtig.

De betoging leek des te meer op een partijmanifestatie door de aanwezigheid van leden van een regeringsgezinde Romaorganisatie, waarvan de leider een Fidesz-parlementslid is (tevens de partij van premier Orbán). De populariteit van dit parlementslid is de laatste maanden zo drastisch gedaald dat hij zich niet meer zonder lijfwacht onder de Roma kan begeven.

De hoofdspreker op de bijeenkomst begon zijn toespraak met de woorden: „De EU is 55 jaar oud, het IMF is 67 jaar oud, de Verenigde Staten zijn 236 jaar oud, Hongarije is 1116 jaar oud”. Deze stelling was moeilijk te weerleggen en kwam ook goed tot uiting in de aard van het publiek, dat voor het overgrote merendeel duidelijk ouder was dan de EU. Sommigen hadden daadwerkelijk vrijheidsstrijders uit 1956 kunnen zijn, en zo niet, dan verdienden ze alleen al respect om hun hoge leeftijd. Ook waren er een paar heel lieve oma’s die uitlegden dat ze gekomen waren om het vaderland te redden, omdat ze op tv hadden gehoord dat we werden aangevallen.

Het opvallendste aan de vredesmars was misschien nog wel de vrijwel algehele afwezigheid van jongeren. Er waren een paar gezinnen en hier en daar een katholieke jongeling, altijd een mooi plaatje voor de camera, maar ditmaal waren ze op één hand te tellen en moesten medewerkers van de staatstelevisie er wel een paar minuten naar zoeken.

Een reeks wijsheden en boodschappen stroomde door de elegante Andrássystraat naar het parlement. Nu en dan richtte een spandoek zich rechtstreeks tot de internationale media: ‘Verantwoordelijke journalisten! Kijk alstublieft naar de feiten, laat u niet misleiden door vooropgezette meningen.’ Daarnaast een bord met: ‘EUROPESE UNIE = SOVJETUNIE.’ De spandoeken wisselden in kwaliteit en aard van centrum-rechts tot extreem-rechts. God, regering en Orbán leken gelijke lof te krijgen, terwijl de duivel werd belichaamd door banken, bankiers en af en toe het IMF. Eén tekst vatte alles samen: ‘O HEER, VERLOS ONS VAN GOLDMAN SACHS.’ Dat is vermoedelijk heel handig als de minister van Financiën juist nog eens 20 miljard euro probeert te lenen om het land van een faillissement te redden.

Minister Matolcsy van Economische Zaken nam onlangs in een interview enige afstand van de publieke opinie: „We zijn een soort familie binnen het IMF. Als een familielid steun nodig heeft, vraagt het de andere leden om hulp”. Het zou misschien eerlijker zijn om te zeggen: we hoeven alleen uw geld, niet uw liefde.

Fidesz heeft bewezen nog steeds veel mensen op de been te kunnen brengen als het zijn best doet, maar om voor de hand liggende gezondheidsredenen zullen deze mensen de partij hoogstens nog aan één extra termijn kunnen helpen. En ook nu heeft Fidesz ter rechtvaardiging al het voorwendsel nodig dat het land wordt aangevallen.

De motor van de nieuwe oppositie, de uit Facebook voortgekomen burgergroepering Eén miljoen voor de persvrijheid, zal deze maand een publiek van eenzelfde omvang weten te mobiliseren, waartoe ook het merendeel van de politiek rijpe Hongaarse jeugd zal behoren. Dit lukt de groep zonder enige financiële middelen en met veel minder mediasteun.

Al heeft Orbán weinig manoeuvreerruimte meer, de afgelopen weken doet hij het verbazingwekkend goed. Dankzij het podium van het Europees Parlement kon hij zijn aanhang een boodschap sturen en een gealarmeerd gevoel kweken, waardoor zijn tanende steun weer zou kunnen opleven. Dankzij de massale steun in Boedapest kon hij vervolgens de Europese Unie EU weer een boodschap sturen. Dat is allemaal misschien nog niet genoeg voor zijn comeback, tenzij de EU een held van hem maakt – de koning van een belegerd kasteel.

De Berlijnse Muur viel nadat Hongarije in 1989 het IJzeren Gordijn had geopend. De belofte van rijkdom die de EU voor een belangrijk deel bij elkaar heeft gebracht, is voor velen nog altijd niet meer dan een belofte. De vroegere politieke breuklijn is nu een economische geworden, maar als de economie het laat afweten, zou dit weleens averechts kunnen werken.

De EU moet voorzichtig zijn. Als Brussel het op Hongarije gemunt lijkt te hebben, maakt dit Orbán tot martelaar en giet het zijn macht voor de komende jaren in beton. Volgen andere leiders uit de regio zijn voorbeeld, dan kan dit leiden tot een onomkeerbaar domino-effect, funest voor de pogingen om de integratie te versnellen en de financiële crisis aan te pakken.

De Europese Unie kan alleen voorbestaan als ze het onzichtbare gordijn optrekt dat Europa nog altijd in tweeën deelt. Elk land in Europa heeft zijn eigen geschiedenis en moet op zijn eigen manier worden bejegend. Ook de Hongaren moeten het gevoel hebben dat ze zelf de veranderingen voortbrengen. Ze wonen tenslotte in het land van de vrijheidsstrijders en het is dit jaar de 56ste verjaardag van 1956.

Péter Zilahy is een Hongaarse schrijver.