Te veel baas in eigen buik

Inkomensongelijkheid, kinderopvang, glazen plafond, rolverdeling – het was Internationale Vrouwendag en het hele vrouwendebat passeerde weer eens de revue. Gek genoeg blijft één vrouwenissue de afgelopen jaren consequent hierbuiten. Abortus. Dat boek is dicht. Op een aantal halfzachte pogingen van de ChristenUnie na lijkt het debat definitief afgerond. Abortus hoort thuis in het rijtje homohuwelijk, euthanasie, softdrugsbeleid en gelegaliseerde prostitutie. Het zijn voorbeelden van ruimdenkend Nederland – voorbeelden die ons trots maken. Morele bezwaren hoor je eigenlijk alleen van Republikeinse presidentskandidaten of van godsdienstwaanzinnige huismoeders die plastic foetuspoppetjes rondsturen.

Toch is het ook mogelijk om tegen abortus te zijn als je geen christen-fundamentalist bent. Echt, je kunt vóór het homohuwelijk zijn, vóór het recht op euthanasie en misschien zelfs voor hulp bij zelfdoding, maar toch twijfels hebben over abortus. Abortus hoort namelijk niet in het rijtje thuis. Bij het homohuwelijk en euthanasie sta je mensen toe om te beslissen over hun eigen lot, met hun eigen normen en waarden. Bij abortus is er ook een ongeboren kind over wiens lot je beslist. Als je besluit dat de rechten van die foetus dienen te worden beschermd, kun je ook mensen die er anders over denken niet het recht geven om het te doen. Abortus heeft niets te maken met tolerantie.

Op zo’n Internationale Vrouwendag denk ik altijd even aan de feministen – al die dappere vrouwen die werden weggehoond en uitgejouwd, maar altijd bleven vechten voor onze rechten. Hiervoor ben ik hun dankbaar, maar tegelijk met de emancipatie van de vrouw werden de rechten van de foetus gedegradeerd tot het allerlaagste niveau. Als abortus een afweging is tussen het recht op zelfbeschikking van de vrouw en het recht op leven van het kind, verliest het kind het op alle fronten. De vrucht is volledig rechteloos zolang ze niet zelfstandig kan ademen. Tot in het extreme is moeder baas in eigen buik, ook als in die buik al een geheel ontwikkelde nieuwe buik is ontstaan.

Een zwangerschap mag je wettelijk afbreken tot in de 24ste week. Deze kinderen ademen soms nog even. Ze zijn bijna volledig ontwikkeld. Hun enige defect is hun ongewenstheid. Als het kind een week na de abortusgrens ter wereld komt, doen we er juist alles aan om het in leven te houden. Tussen levensvatbaarheid en abortusgrens bestaat geen grijs gebied.

Die extreme erkenning van de rechten van de vrouw is een erfenis uit de jaren zestig en zeventig. Abortus was toen strafbaar, maar als gevolg van heel veel seksuele bevrijding en heel weinig anticonceptiemiddelen ontstond een uitgebreide illegale abortuspraktijk. Deze was onhygiënisch en levensgevaarlijk. Iedereen wist ervan. Iedereen kende wel iemand. Uiteindelijk bleken steeds meer artsen stiekem bereid tot het beëindigen van zwangerschap. Er werd steeds minder strafrechtelijk vervolgd. Abortus normaliseerde langzaam.

Een heel voorzichtig wetje uit 1981 gedoogde abortus. Als de vrouw in een noodsituatie verkeerde, werd de dokter niet vervolgd na het beëindigen van een zwangerschap. In de praktijk kan iedere vrouw in elke situatie sindsdien verklaren dat ze in nood verkeert en onmiddellijk abortus provocatus eisen. Ze wordt zelden tegengesproken. Dat wordt gezien als betuttelend, neerbuigend, een beperking van haar vrijheid. De vrouw is de baas. Het kind bestaat niet.

We zijn dertig jaar verder. Veel vrouwen zijn financieel onafhankelijk. We hebben minder seksueel geweld, meer openheid, meer voorlichting en onbelemmerde toegang tot anticonceptiemiddelen.

Misschien kunnen we nog eens, met een nuchtere blik, de rechten van het kind en de vrouw tegen elkaar afwegen. Misschien kunnen we dat grijze gebied nu wél erkennen, bijvoorbeeld door een periode, tussen 14 en 24 weken, het zelfbeschikkingsrecht van de moeder alleen nog te laten prevaleren boven het recht van het ongeboren kind in het geval van extreem late ontdekking, medische problemen of verkrachting. Je hoeft geen christenfundamentalist te zijn om dit rechtvaardiger te vinden – echt niet.