Strafrechtpleging berust vooral op Haagse illusies

Het droevige van het recente Rekenkamerrapport over het strafrechtapparaat is dat ik het meeste al wist – de slechte bestuurlijke samenwerking tussen de politie en het Openbaar Ministerie bijvoorbeeld. Lees en huiver: „Het OM scant de politiedossiers handmatig in, wat bij sommige parketten betekent dat het een maand duurt voordat er inhoudelijk naar het dossier wordt gekeken”.

Elkaar informatie sturen is dus een drama, hoewel het bestuur het toch vroom heeft over de „strafrechtketen”. Scannen is er het nieuwe overtikken. Automatiseren doen de politie en justitie kennelijk elk voor zich. Kostelijk detail: de politie verantwoordt het werk in aantallen zaken, het OM in aantallen verdachten. Veroordeelden die onvindbaar zijn, worden gesignaleerd in het digitale Opsporingssysteem (OPS). Dit omschrijft de Rekenkamer als „sterk verouderd” en „gebruiksonvriendelijk”. Het systeem kan niet uitrekenen hoeveel zaken op deze manier verjaren. De politieleiding heeft dus geen idee over haar eigen doelmatigheid en kan er ook niet achterkomen. Of en hoe hard de politie naar onvindbare veroordeelden zoekt, „verschilt per regio”. Wat niet weet wat niet deert?

De politie blijkt intussen jaarlijks duizenden processen-verbaal terug te krijgen van het Openbaar Ministerie, het Bureau Halt of het Centraal Justitieel Incassobureau, omdat er iets mee is. De omvang van die retourzending schat de Rekenkamer op 18 tot wel 50 procent van wat de politie eerder opstuurde. Die zaken zijn niet volledig of moeten worden geseponeerd, omdat er fouten in het dossier zitten of termijnen zijn overschreden.

Als een vijfde tot de helft van je dossiers weer terugkomt moet de leiding daar wat aan doen, denk ik dan. Maar de politie blijkt niet bij te houden hoeveel zaken ze terug krijgen, noch wat er daarna mee gebeurt. Ook de afzenders, parket en justitiediensten, kijken er niet naar om. Hilarisch citaat: „Mogelijk valt door deze handelwijze een aanzienlijke categorie zaken tussen wal en schip”. Zalig zijn de onwetenden.

Vorig jaar las ik de interviewbundel Rechtspraak is mensenwerk van M. en S. van Kleef. Daarin klaagden strafrechters over de „enorme onderbezetting” bij de politie. Die werd verder gekwalificeerd als jong, onderbetaald en overbelast. „Dat de politie niet meer fouten maakt is een wonder”, heette het. Dat zoiets leidt tot uitval, sepots, verjaringen en strafkortingen mag dus niet verbazen. Staatssecretaris Teeven was als Kamerlid regelmatig functioneel boos over de niet betaalde boetes en onvindbare veroordeelden. Nu zit hij voor deze malaise eindverantwoordelijk te zijn. Maar doet hij er ook wat aan? De grote aantallen niet geïncasseerde boetes (14 procent) en niet uitgezeten celstraffen (16 procent) die de Rekenkamer nu vaststelt, is dus het echte nieuws. Die zogeheten strafrechtketen rammelt aan alle kanten.

Gaf dat alarm in Den Haag? Nee, het onderzoek naar de vraag of politie, parket en rechtspraak hun 6 miljard wel waard zijn, viel eigenlijk weg tegen het miljardengeweld van de ‘tussenformatie’. Maar dat strafrechtuitvoering een gatenkaas blijkt te zijn, werd wel degelijk gevoeld. Minister Opstelten begon in het Journaal zijn zaak te verdedigen met het feit dat hij nu „anderhalf jaar minister” is. Een opvallend gebrek aan bravoure van een bewindsman die nu nattigheid voelt. Iedere week pleegt hij een nieuw actieplan te presenteren en zweept zo de verwachtingen van de burger verder op over wat het strafrecht allemaal kan. Dat valt dus bitter tegen.

Uit het onderzoek bleek ook dat zo’n 90 procent van wat de burger de politie komt melden, tot helemaal niks leidt. Geen boete, geen standje, werkstraf noch cel. De Rekenkamer telde alle meldingen door burgers van gewelds- en vermogensmisdrijven gedurende één kalenderjaar. Dat waren er iets meer dan een miljoen. Drie procent daarvan kreeg een politiesanctie. Negen procent werd doorgestuurd naar het OM. Met aftrek van de vrijspraken, sepots, niet-ontvankelijkverklaringen en OM-transacties gaf de strafrechter in maar vijf procent een sanctie.

Nu bepleit ik niet één miljoen boetes of taakstraffen. Maar heeft justitie echt maar zó weinig feitelijke impact op de maatschappij? Of bestaan die één miljoen meldingen vooral uit trivia? Ik kan het me niet voorstellen. Algemeen wordt immers aangenomen dat de burger voor maar één op de drie delicten naar de politie gaat. Die één miljoen is dus al een selectie. Dat in die paar procent die de laatste schakel van de ‘strafrechtketen’ haalt, nog zoveel misgaat, is moeilijk te accepteren. Het sprookje van de keizer en zijn kleren dringt zich op. De burger moet dus zéér bescheiden verwachtingen koesteren van wat het strafrecht vermag. Een minister van ‘veiligheid’ is in ieder geval een illusie.

Folkert Jensma

Debat op nrc.nl/rechtenbestuur Twitter @folkertjensma