Sold out

Britten beleefd? Ivo Weyel ergert zich in Londen.

Londen en ik, het wil maar niet lukken. Elke keer dat ik er ben, doe ik weer mijn best. Maar ik heb het niet met die stad, ze is te groot, te uitgestrekt, er is geen centrum, de metro is ingewikkeld en daarbij voortdurend haperend met trajecten die ineens uitvallen waardoor ik vorige week moest overstappen en het overzicht helemaal verloor. Daarbij staat niemand meer keurig in de rij, zoals het Engelsen toch betaamt, maar vecht zich net als in Calcutta een weg de metro in voordat de uitstappers zijn uitgestapt. Engelsen beleefd? Niet die ik tegen kom. Sta ik voor de kassa van de Royal Academy of Arts voor de David Hockney-tentoonstelling, kijkt de kassameneer me aan of ik niet goed snik ben als ik om een kaartje vraag. „Sold out”, zegt hij en kijkt over mijn schouder en roept: „Next.”

Blijkt dat je die kaartjes van tevoren had moeten reserveren. Spontaan dingen doen in Londen kan blijkbaar niet. Terug in het hotel vraag ik de conciërge of hij dan misschien kaartjes kan regelen. „Of course”, zegt hij, en duikt onder de balie. Hij overhandigt me het kaartje en zegt: „Veertig pond.” „Veertig pond?”, herhaal ik stomverbaasd, want aan de museumkassa waren ze veertien pond. Hij vertelt dat die natúurlijk (met nadruk op natúurlijk, alsof de hele wereld dat weet behalve ik) al lang zijn uitverkocht en dat hij in al zijn bereidwillig- heid voor de hotelgasten met veel moeite een paar tickets op de zwarte markt op de kop heeft weten te tikken waarvoor hij veertig pond heeft moeten betalen, dus dat ik vooral niet moet denken dat hij daar zelf iets aan verdient.

Ik vind dat sleazy, iets dat je verwacht bij de conciërge van een schimmig hotel in Las Vegas en niet in een veelsterrig Londens etablissement. „Take it or leave it”, zei hij ongeduldig, terwijl hij met zijn vingers op de balie trommelde.

Ik dacht aan het beste dat Engeland ooit voort heeft gebracht, de humor van Monty Python, en dan met name de ultieme vloek uit de Holy Grail:„I don’t want to talk to you, you empty-headed animal food trough wiper. I fart in your general direction. Your mother was a hamster and your father smelt of elderberries. Now go away or I shall taunt you a second time.”

Ik ken die vloek uit mijn hoofd, maar ik sprak hem niet uit. Daar ben ik te beleefd voor.