Simpele dingen gaan nu mis

Wie: John de Wolf (6 interlands)

Club: Sparta, Groningen, Feyenoord, Wolves

‘V eel mensen vinden het Nederlandse voetbal aantrekkelijk, maar als je puur technisch en tactisch gaat kijken, krab je je wel even achter de oren, schrik je van de desorganisatie. Ik leerde vanuit mijn positie te spelen. Laat die spitsen maar heen en weer lopen, dan hou je in elk geval de posities bezet.

„Wij kregen vroeger ook wel eens dramatische goals tegen, maar niet dat was geen schering en inslag. Er gaan nu zoveel simpele dingen mis. In de eredivisie worden de spitsen door spitsentrainers getraind, maar er is nauwelijks iemand met de verdedigers bezig. Verdedigers krijgen vooral aanwijzingen tijdens een partijvorm. In de opleiding zouden ze meer aandacht kunnen schenken aan het uitschakelen van de tegenstander. Dat is een vak.

„Bij Wolverhampton Wanderers moesten de verdedigers na de training nog even twintig hoge ballen wegkoppen. Bij Sparta trainden we met de kopgalg, een paal met een bal eraan. Leerde je koppen, timen, springen.

Nederlanders hebben altijd een broertje dood gehad aan verdedigen. Ze willen een sprint maken, voorzet geven, en hem het liefst zelf inkoppen. Daar word je op afgerekend. Onze clubs kijken vooral naar aanvallers. Maar Nesta van Milan zei dat hij tot zijn achttiende nooit over de middenlijn kwam.

„In de Nederlandse cultuur wordt van verdedigers verwacht dat ze echt kunnen voetballen. Dat eist het moderne voetbal, het spel gaat om doelpunten. Maar wat als je ze niet kunt voorkomen? De beste verdediging kan dit seizoen de doorslag geven in de titelstrijd. FC Twente en AZ zijn het meest stabiel.

„Ik kreeg een kick als mijn tegenstander niet scoorde. Ik had niet de kwaliteiten om door te stoten en te scoren. Natuurlijk probeerde ik mijn tegenstanders te intimideren. Dat is met al die camera’s wel veranderd. Of wij smeriger waren? Kan ik me niet herinneren, ik heb te veel gekopt... Nee, natuurlijk ging ik wel eens op iemands voet staan. Topsport is ook intimidatie. Maar je kunt wel iemand intimideren, als die spits je vervolgens aan alle kanten voorbijloopt maak je jezelf belachelijk. Ik riep wel eens: als je in de zestien komt zal ik je effe goed raken. Maar ik heb ook spitsen gehad die dan keihard gingen lachen.”

Rob Schoof