Mijn paspoort heeft met loyaliteit niets te maken De politiek strijdt alleen voor ‘eigen expats eerst’

Meer dan een symbool voor nationale sentimenten is een paspoort een bewijs van verworven rechten en plichten, bijvoorbeeld om vrij te kunnen reizen. Een voorstel dat van burgers verlangt om dat op te geven uit ‘loyaliteit’, is krankzinnig, vindt Ahmet Olgun.

xxxx

Bijna beschimpt werd ik door andere Turken en familieleden, toen ik in de jaren tachtig een Nederlands paspoort aanvroeg en ook kreeg. Ik zou mijn Turks-zijn verafschuwen. Toen ik jaren daarna mijn Turkse paspoort inleverde, was ik wederom het mikpunt van kritiek.

Beide keren handelde ik niet uit gevoelens van nationalisme, haat voor het oude of juist liefde voor het nieuwe vaderland. Ik handelde puur uit pragmatisme en eigenbelang: een Nederlands paspoort maakte het mij mogelijk om zonder visum vrijelijk te reizen over de aardbol. Later heb ik mijn Turkse staatsburgerschap helemaal ingeleverd om niet te hoeven dienen in het Turkse leger. Ook dit was geen daad gericht tegen het Turkse leger; ik zag mij niet in een uniform rondlopen, van welk land dan ook.

Inmiddels hebben vele Turkse Nederlanders het Nederlanderschap verworven en sommigen hebben zelfs helemaal afstand gedaan van hun oorspronkelijke paspoort vanwege die dienstplicht.

Als het aan het kabinet en de gedoogpartner ligt, lopen er in ons land straks het liefst alleen nog Nederlandse staatsburgers rond. Migranten die het Nederlanderschap willen bemachtigen, of Nederlanders die een andere nationaliteit willen aannemen, moeten in de toekomst verplicht afstand doen van hun oorspronkelijke nationaliteit. Het wetsvoorstel is al naar de Tweede Kamer.

Met dit voorstel richt het kabinet zich voornamelijk op Turkse en Marokkaanse burgers. Maar daar het volgens mensenrechtenverdragen geen doelgroepenbeleid mag maken, geldt de wet straks niet alleen voor moslims maar voor iedereen. Ook Nederlanders die vrijwillig een andere nationaliteit aannemen, verliezen automatisch het Nederlanderschap. Zo wil ‘Den Haag’ zich blijkbaar verzekerd voelen van de loyaliteit van zijn nieuwe onderdanen. Sinds ik een Nederlands paspoort op zak heb, koester ik niet méér bijzondere gevoelens van loyaliteit ten aanzien van de koningin. Ook heb ik sinds het afstaan van mijn Turkse staatsburgerschap niet minder gevoelens van genegenheid jegens mijn geboorteland.

Als het dit kabinet werkelijk om de loyaliteit ging, had het natuurlijk ook katholieke en een aantal Joodse Nederlanders moeten ‘aanpakken’. Blijkbaar voelt men zich niet bedreigd door tientallen medeburgers die elk jaar weer vrijwilligerswerk doen in het Israëlische leger. Ook baart de betrokkenheid van katholieken bij het Vaticaan in Rome geen onrust in Haagse kringen. Nee, alleen aan de loyaliteit van moslims in dit land wordt getwijfeld.

In deze tijden van mondialisering is dit natuurlijk een krankzinnig wetsvoorstel. Een burger is niet langer een dienaar van de staat, maar een consument die steeds vaker op meerdere plekken op de aardbol komt, daar werkt of trouwt. Zo verwerft de burger rechten op meerdere plekken dan slechts in één land.

Een paspoort symboliseert niet langer slechts nationale sentimenten, maar is een bewijs van eigendom van verworven rechten en plichten. Een staat die van zijn burgers verlangt de opgebouwde rechten op te geven uit ‘loyaliteit’, heeft geen oog voor de belangen van zijn burgers.

Dat dit wetsvoorstel er is, is gezien de tijdgeest en het machtsspel op het Binnenhof niet schokkend. Het is een vrucht van de samenwerking tussen de (zogenaamde) liberalen, christenen en de PVV. Geert Wilders wordt op deze manier beloond door de VVD en het CDA. Zijn PVV zaait om electorale redenen angst voor de veranderende Nederlandse samenleving en meer ‘beschaafde’ partijen als het CDA en de VVD tonen zich gewillige handlangers. Wellicht dat ook deze partijen hopen op een deel van de electorale winst van hun gedoogpartner.

Echt verontrustend zijn echter de lauwe en flauwe reacties op dit wetsvoorstel. Politieke partijen, ook in de oppositie, keren zich niet om principiële reden tegen dit voorstel. Ja, de VVD en D66 maken zich zorgen om de impact van dit voorstel voor de Nederlandse expats. Het is ‘eigen expats eerst’: andere, nieuwe Nederlanders mogen wel benadeeld worden door de staat, maar de eigen expats moet vooral worden gespaard. Ook de burgers laten zich niet horen. Het Malieveld loopt bepaald niet vol.

Vooral die gelaten reacties op het voorstel leggen een open zenuw in onze maatschappij bloot. De kloof tussen groepen is vele malen dieper dan we wellicht dachten. Een grote groep vertrouwt de (islamitische) minderheid niet voldoende en houdt hier blijkbaar slapeloze nachten van angst aan over. Het onderlinge vertrouwen, de solidariteit en het opkomen voor elkaars vrijheden en rechten ontbreken. We gunnen elkaar niet wat wij onszelf wel gunnen.

Hier kunnen wij niet aan voorbij gaan. Is dit wantrouwen ontstaan door de aanslagen op Amerikaanse doelen van islamitische terroristen, door achterlijke imams, door het toenemend aantal hoofddoeken in Hollandse straten, door overlast van Marokkaans ‘straattuig’? Of is dit wantrouwen juist aangewakkerd door populisten als Fortuyn en Wilders? Of we in Nederland een ‘vijfde colonne’ (Fortuyn) hebben, is niet te bewijzen, maar dit is voor velen blijkbaar ook niet overtuigend genoeg ontkracht. Deze realiteit valt niet langer te negeren.

Hoe het ook zij: The Hague, we have a huge problem! Willen wij een samenleving waar burgers niet worden beknot vanwege hun afkomst, religie, geslacht of wat dan ook, dan zullen wij deze angst op de een of andere manier moeten overwinnen.

Of het voorstel voor strengere eisen aan naturalisatie in deze vorm ooit het daglicht zal zien, is overigens nog maar de vraag. De liberalen zullen met amendementen de Nederlandse expats buiten schot proberen te houden. En als het voorstel in de Kamer is aangenomen, is het wachten op de eerste zaak bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De kans is reëel dat de nieuwe wet in strijd is met internationale verdragen. Het zal niet de eerste keer zijn dat Nederland door Europa wordt teruggefloten. De verplichte inburgering van Turkse nieuwkomers is ook teruggedraaid.

Ooit waren wij met z’n allen bang dat Europese eenwording ons onze verworvenheden zou afpakken. Nu is Europa de redder van Nederlandse ingezetenen die ze tegen de Nederlandse staat in bescherming neemt. Het kan verkeren in het leven.

Toen ik onlangs de papieren in orde probeerde te maken voor mijn installatie als lid van de gemeenteraad in Amsterdam, ontdekte ik dat ik in het bevolkingsregister nog steeds te boek sta als iemand met dubbele nationaliteit: Nederlandse én Turkse. Dat is waar. Ik heb verzuimd het Turkse document dat mijn oorspronkelijke staatsburgerschap beëindigde, te laten vertalen door een beëdigde tolk en dit in te dienen bij de Nederlandse autoriteiten. Mijn verzuim kan nog goed uitpakken.

Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen in de Tweede Kamer, overweeg ik alsnog de Turkse nationaliteit aan te vragen. Wie garandeert mij namelijk dat mijn Nederlanderschap mij ooit niet wordt afgenomen door de Nederlandse staat? Ik kan de tijdgeest van de toekomst niet voorspellen. Door dit wetsvoorstel van het kabinet heeft de betrouwbaarheid van de Nederlandse staat bij mij een deukje opgelopen.

Een thuisland is dan wellicht te veel gevraagd, wel wil ik in geval van nood kunnen beschikken over een veilige haven, waar dan ook op de aardbol.