Mediamisdaad in Japan

Het ongeluk met de kerncentrale van Fukushima, een jaar geleden, heeft ook de Japanse media schade toegebracht. „Journalisten schrijven vrijwel nooit kritisch over kernenergie.”

De stad Kesennuma in de prefectuur Miyagi werd zwaar getroffen door de aardbeving en tsunami op 11 maart vorig jaar. De stad toen en nu. Foto Reuters

De dag nadat de tsunami de kerncentrale van Fukushima verwoestte, vloog premier Kan’s morgens vroeg naar het rampgebied. In de helikopter hoorde hij van de voorzitter van de Japanse Commissie voor Nucleaire Veiligheid dat er, ondanks de productie van waterstof, geen explosie zou plaatsvinden. De Japanse media verspreidden zijn woorden onmiddellijk over het land. Een paar uur later zag televisiekijkend Japan hoe een van de reactoren explodeerde.

De grootste publieke omroep van Japan, NHK, vroeg commentaar aan hoogleraar Naoto Sekimura, vice-decaan van de Graduate School of Engineering aan de Universiteit van Tokio. Het ging waarschijnlijk om een gecontroleerde explosie, verklaarde de hoogleraar in het programma. „Er is een zogenaamde explosieklep en mogelijk is die in werking gesteld om de druk te verminderen.” Hoogleraar informatiewetenschappen aan de Universiteit van Tokio, Kyo Kageura, noemt die uitleg achteraf bizar. „Het was duidelijk te zien dat dit geen gecontroleerde explosie was.”

Kageura onderzocht hoe de media hebben bericht over het kernongeluk van maart vorig jaar in de centrale van Fukushima. Hij stelt vast dat de Japanse verslaggeving tekort schoot. „De gevestigde media gaven niet de juiste informatie waarmee we konden begrijpen wat er gebeurde. In plaats daarvan droegen ze de zienswijze uit van de overheid, specialisten en zogenaamde experts die het uiteindelijk vrijwel steeds fout bleken te hebben.”

Dit waren dezelfde deskundigen, zegt Kageura, die altijd hadden verkondigd dat kernenergie veilig was. „Na het ongeluk zeiden ze zelfs dat radioactieve straling niet vrij kon komen vanwege de goede bescherming van de kerncentrale, en ook dat er geen kernsmelting plaatsvond.”

We weten niet wat waar is

Het vertrouwen van Japanners in de media is dan ook substantieel gedaald, blijkt uit een recent onderzoek van Edelman Trust Barometer. Nog maar een op de drie Japanners vertrouwt de media. Het vertrouwen in overheidswoordvoerders kelderde met 55 procent. Slechts 8 procent van de bevolking gelooft hen nog. Vanzelfsprekend, gezien de fouten die deskundigen maakten.

Maak u geen zorgen over besmette vis of schaaldieren, zei hoogleraar Keiichi Nakagawa op 28 maart in News24, een nieuwsprogramma van het commerciële Nippon News Network. Volgens de hoogleraar, verbonden aan het Medisch Centrum van de Universiteit van Tokio, was radioactief materiaal wel terechtgekomen in het zeewater, maar het volume daarvan was zo groot dat het geen kwaad kon. Hij zei ook dat bij vissen een hoog niveau aan jodium wordt gemeten doordat ze veel zeewier eten. Dit zou de vis beschermen tegen radioactieve besmetting.

Een week later bleek de vis in Ibaraki, even ten zuiden van Fukushima, radioactief besmet. Er werd 4.080 becquerel gemeten, tweemaal zoveel als toegestaan.

„De rol die de media had kunnen spelen”, stelt Kageura, „was: kijk, we weten niet wat juist is. We weten niet wat waar is. Laten we metingen doen, laten we informatie vergaren en het zo duidelijk mogelijk uitleggen. We moeten moeilijke vragen stellen aan al die mensen die praten alsof ze weten waar ze het over hebben. Zoals de overheid die zei dat er geen directe negatieve gevolgen voor de volksgezondheid waren, terwijl ze in feite niet eens wisten hoeveel straling was vrijgekomen.”

Dat dat wel degelijk had gekund, bewezen experts van de Universiteit van Kyoto en, onafhankelijk van hen, een team van het Japanse nieuwsblad Days Japan. Zij stelden in het gebied een opmerkelijk hoge radioactieve straling vast. Days Japan hoofdredacteur Ryuichi Hirokawa, die jarenlang de gevolgen van Tsjernobyl heeft onderzocht, deed samen met zijn team verslag op YouTube, Twitter en meerdere blogs.

Een van hun verslagen over de hoge radioactiviteit werd op 13 maart live uitgezonden door Our Planet TV, een alternatieve webcast-omroep. Ironisch genoeg verkondigden kort voor de uitzending het elektriciteitsbedrijf Tepco en de overheid nog dat er geen gevaren voor de volksgezondheid waren.

„Geen van de gevestigde Japanse media besteedde aandacht aan deze verslagen”, zegt Kageura. „Ze werden volledig genegeerd.”

Deze journalisten waren niet de enigen die genegeerd werden. Junichiro Makino, een theoretisch astronoom en specialist in supercomputers, had al heel snel informatie verzameld over radioactieve straling. Medio maart begon hij geïnteresseerden te informeren via Twitter en zijn blog.

„Vrijwel alles wat hij bekend maakte, bleek later juist te zijn”, constateert Kageura. „Hij realiseerde zich dat je een ongeluk niet kunt interpreteren met de informatie die je al hebt. Je moet nieuwe informatie verzamelen die het je mogelijk maakt om er achter te komen wat er gaande is. Samen met het Amerikaanse leger is Makino waarschijnlijk de enige die een redelijke schatting heeft gemaakt van de ernst van de situatie.”

Ook de Japanse overheid negeerde beschikbare informatie. Toen op 30 maart het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) het advies gaf om Itate-mura te ontruimen, een dorp op ongeveer veertig kilometer van de kerncentrale, buiten de evacuatiezone (een straal van 20 kilometer rond de centrale), schoof de Japanse regering dit advies opzij. Het dorp werd uiteindelijk eind juni ontruimd. Intussen waren de inwoners onnodig blootgesteld aan straling.

„Ook in dit geval”, zegt Kageura, „gaven de gevestigde media geen informatie die het mensen mogelijk maakte om te oordelen. Ze hadden op zijn minst moeten melden dat de stralingslimiet voor gewone mensen op 1 millisievert per jaar staat, en dat boven de 5,7 millisievert per jaar een gebied moet worden gemarkeerd als stralingszone. Maar zelfs dat meldden de media niet. Mensen bleven volledig ongeïnformeerd.”

Introspectie en zelfkritiek

De kritiek op de Japanse media beperkt zich niet tot outsiders. Norio Noro, redacteur van de krant Tokyo Shimbun, vraagt zich af waarom geen verslag gedaan wordt van de demonstraties tegen kernenergie die in het hele land plaatsvinden. „De Arabische Lente wordt vrijwel elke dag groot verslagen”, legt hij uit. „Net als de protesten tegen Poetin. Maar aan de anti-kernenergieprotesten van de burgers in hun eigen land besteden de gevestigde media geen aandacht. Ongelooflijk! Ik zie dat als een mediamisdaad.”

Noro wijt dat aan ‘zelfcensuur’. „De mythe van veilige kernenergie is door Fukushima gesneuveld, maar de verslaggeving van die mythe leeft door. Mensen die protesteren gelden in die mythe als fout. Het is alsof de media geloven dat ze het nationale beleid niet in twijfel mogen trekken.”

Daarbij tekent Noro aan dat dit vooral moeilijk is voor kranten die kernenergie steunen zoals Yomiuri Shimbun, Sankei Shimbun en Nikkei Shimbun. „Als je kernenergie wilt behouden, dan sluit je al snel je ogen voor de negatieve gevolgen van radioactiviteit.”

Er bestaan verschillende oorzaken voor de slechte berichtgeving, zegt de redacteur. Een daarvan is de nauwe band die journalisten hebben met hun bronnen.

„In Japan hebben we het vaak over het ‘kernenergiedorp’. Dat is eigenlijk een zeshoek die bestaat uit politici, ambtenaren, grote bedrijven in de kernenergiesector – zoals Tepco, Toshiba en Hitachi – wetenschappers, journalisten en reclamebedrijven. Een journalist die opgenomen is in deze zeshoek heeft gemakkelijk toegang tot de informatie.”

„Maar”, zegt Noro, „deze zeshoek isoleert de journalist ook. Met tegenstanders van kernenergie komen ze niet in aanraking. En als ze dat wel doen, dan luisteren ze niet.” Deze journalisten schrijven dan ook vrijwel nooit kritisch over kernenergie.

Een ander probleem vormen de zogeheten ‘persclubs’. In Japan hebben alle overheidsinstanties en grote bedrijven persclubs waar journalisten van gevestigde media bij zijn aangesloten om rechtstreeks informatie van te kunnen betrekken.

„Deze journalisten worden overspoeld met persberichten”, zegt Noro. „Het zou het beste zijn als ze die berichten zorgvuldig selecteerden. Maar in hun haast de eerste te zijn om zo’n bericht de krant in te krijgen, geven ze enkel door wat hun voorgeschoteld wordt.” Dat is precies wat er tijdens de crisis in Fukushima gebeurde.

Wataru Sawamura, redacteur Europa van de grote krant Asahi Shimbun, verwerpt veel van de kritiek. In een recent artikel noemde hij de omschrijving van de Japanse media als doorgeefluik van de overheid een ‘grof stereotype’. „Ik meen dat mijn collega’s en ik nooit het zicht verloren op de noodzaak van journalistieke onafhankelijkheid en integriteit.”

Knelpunt was volgens hem de enorme hoeveelheid informatie, die ook nog eens heel ingewikkeld en technisch was. „Het kostte veel tijd en energie om het allemaal te analyseren, te begrijpen en het vervolgens een vorm te geven die toegankelijk was voor onze lezers.” Neem de kernsmelting van 13 maart in de reactor in Fukushima. Die meldde zijn krant op basis van off the record-bronnen. „Negentig procent van onze informatie kwam van off-the-record bronnen”, zegt redacteur Sawamura. Wel geeft hij toe dat hij zich bespeeld voelt door de overheid. „Wat nu duidelijk is, is dat verschillende autoriteiten, van de premier tot Tepco, niet alle relevante informatie gaven – vaak uit een van de meest menselijke motieven: paniek.”

Sawamura verdedigt zich tegen de aanklacht dat media informatie zouden hebben achtergehouden. „We realiseerden ons meer dan ooit het belang van het nauwkeurig checken van feiten die wij publiceerden. Sommige mensen stelden dat we verplicht waren alles te publiceren, zelfs zonder definitieve bevestiging. Maar we dragen als krant een verantwoordelijkheid tegenover onze lezers voor de integriteit van onze berichtgeving.” Juist daaraan twijfelen de Japanners. Een toenemend aantal ziet alternatieve nieuwsmedia op internet nu als meer betrouwbaar. De kijkdichtheid van Our Planet TV is het afgelopen jaar omhooggeschoten van duizend kijkers voor de ramp, naar honderdduizend nu. Het is nog altijd bescheiden vergeleken met de acht miljoen kranten die de Asahi Shimbun elke dag drukt.