Lobbyist Essent helpt Samsom

Illustratie Hajo

Op de partijraad van de PvdA, een paar weken terug in Utrecht, liep ik Dig Istha tegen het lijf.

Dig Istha is een combinatie van volks en deftig – opgeleid in het ‘diplomatenklasje’ van Buitenlandse Zaken en enthousiast bezoeker van een concert van Bon Jovi (‘You give love a bad name’). In de jaren negentig was hij voorlichter van de minister van Buitenlandse Zaken. Dit deed hij zo geraffineerd dat hij later door andere bewindslieden werd ingehuurd. Weer later zette hij met een oud-journalist een bureau voor ‘professionele communicatie’ op. Strak interieur en een dubbele naam op de gevel, zo’n bureau.

Op die partijraad vertelde hij dat hij zijn aandelen een paar jaar terug voor een mooi bedrag verkocht. Nu is hij bestuurslid van de PvdA en, in dit verband belangrijker, Director Corporate Affairs van energiebedrijf Essent.

Ik vroeg of hij iets te maken had met de campagnes van de Tweede Kamerleden die Job Cohen willen opvolgen. Neuh, zei hij. Als lid van het partijbestuur blijft hij neutraal. Wel vertelde hij dat een van zijn medewerkers, Simon den Haak, een lobbyist van Essent in Den Haag, vakantie had opgenomen om als vrijwilliger de campagne van Diederik Samsom te leiden. Samsom werd op die partijraad bijna permanent belaagd door tv-journalisten, en Istha wees op een blonde man bij Samsom in de buurt: dat was Simon den Haak. Ze zagen er overtuigend uit, hij en Samsom. Mannen die konden winnen. Hun campagneleus: Nieuwe Energie.

De weken erna viel me op dat niemand in de journalistiek of de politiek de rol van de Essent-lobbyist in de campagne van Samsom aansneed. De PvdA had decennia een calvinistische opvatting over de ruimte die je het bedrijfsleven in de politiek kon geven: je luisterde naar die lui, maar je kon ze het beste buiten de partij houden. Na de roemruchte parlementaire enquête naar de ondergang van de scheepsbouw (RSV, 1983) trokken alle politici en topambtenaren zich terug uit bedrijven die steun van de staat kregen. Een partij als de PvdA werd gedomineerd door ambtenaren. Bijna alle adviseurs van PvdA-politici waren partijmedewerkers. Toen Wim Kok voor het eerst kandidaat voor de Kamer was (en warm liep voor het partijleiderschap), kreeg hij een partijvoorlichter aan zijn zijde. Toen Ad Melkert door Kok als opvolger was aangewezen, gebeurde hetzelfde. Toen Wouter Bos dat deed met Job Cohen: idem. En de campagneleider van Cohen bij de Kamerverkiezingen in 2010 was de partijvoorzitter, met enkele Kamerleden in een belangrijke bijrol. Een van hen: Diederik Samsom.

Nu werkt Samsom dus met een campagneleider die in het dagelijks leven lobbyt voor Essent. „Zijn strategische adviezen zijn heel belangrijk voor me”, vertelde Samsom door de telefoon. Hun samenwerking is minder onlogisch dan op het eerste gezicht lijkt, lieten hij en Den Haak deze week weten. Ze kennen elkaar al jaren. Voordat Den Haak in 2010 bij Essent ging werken, was hij onder meer politiek assistent van PvdA-politici als Wouter Bos en minister van Milieu Jacqueline Cramer. En Den Haaks werk voor Samsom is zeer tijdelijk: hij leidt een campagne van enkele weken. Het door de partij begrensde budget van Samsoms campagne bedraagt 1.500 euro, zegt Den Haak. Kruimelwerk.

Maar waarom vindt Essent het goed dat twee medewerkers met een hoog profiel, de toplobbyist en een Haagse lobbyist, zich zo opzichtig met de PvdA vereenzelvigen? „Essent is een moderne werkgever”, vertelt Den Haak. „Het is belangrijk dat het bedrijf betrokken burgers in dienst heeft.” Ook in de PvdA-afdeling Den Haag doet hij mee met debatten over duurzaamheid, vertelt hij. Dat vindt Essent juist goed. „Politieke betrokkenheid van medewerkers is een manier om voeling met de maatschappij te houden.”

Nu is Essent geen onbeschreven blad in het Nederlandse bestuur. Het is een geprivatiseerde stroomproducent met talrijke elektriciteitscentrales. Het bezit dertig procent van de kerncentrale in Borssele. En voor bijna elke nieuwe activiteit is het bedrijf afhankelijk van goedkeuring door de overheid. Zo is de nieuwe kolencentrale in de Groningse Eemshaven die Essent bouwt al jaren onderwerp van heftig debat – in Den Haag en Groningen.

Het gaat hier, behalve om een nutsvoorziening, om een puur zakelijk belang. Essent is tegenwoordig in handen van de Duitse gigant RWE (jaaromzet 53 miljard euro). RWE kocht Essent in 2009 voor maar liefst 9 miljard euro van Nederlandse provincies en gemeenten. Greenpeace, de ex-werkgever van Samsom, riep destijds op tot actie tegen de koop en typeerde RWE als „Duitse kolenboer” met „een dubieuze reputatie op het gebied van kernenergie”. Ook Samsom adviseerde destijds tegen de aankoop, „al was de woordkeus van Greenpeace niet de mijne”. Den Haak zegt dat Essent zijn leven heeft gebeterd. „Het beeld van RWE als milieuonvriendelijk bedrijf is achterhaald.” Het mooie van het bedrijf is volgens hem juist dat het nu zeer begaan is met het milieu. „Wij investeren 1,4 miljard euro per jaar in duurzame energie, het grootste bedrag van alle energiebedrijven in Europa.” Liesbeth van Tongeren, tot 2010 directeur van Greenpeace en nu Kamerlid voor GroenLinks, moet erom lachen. „Als je zo groot bent, is dat niet zo moeilijk.” Volgens haar is „RWE zeker geen fantastisch schoon bedrijf”.

Samsom en Den Haak gaven allebei voorbeelden waaruit blijkt dat Samsom zijn opvattingen als Kamerlid niet aanpast aan de wensen van Essent. „Hij laat zijn oren niet naar mij hangen”, zei Den Haak. Als lobbyist en Kamerlid stonden Den Haak en Samsom kort geleden nog expliciet tegenover elkaar, lieten ze zien. Zo bepleitte Samsom in 2010 Essent verplicht te stellen dat het in de nieuwe kolencentrale in de Eemshaven minstens voor de helft biomassa moest verbranden. Bij verbranding van biomassa komt minder CO2 vrij. Essent wilde niets van zo’n verplichting weten, zegt Den Haak.

In een werkgelegenheidsplan dat Samsom vorige week voor het Noorden lanceerde („10.000 extra energiebanen”) wordt de verbranding van biomassa in een kolencentrale genoemd. In dit plan lopen de belangen van Samsom en Essent dus parallel, al houdt Samsom vol dat hij voor de verplichte biomassaverbranding blijft die Essent afwijst. En Den Haak legde me kalmpjes uit dat hij tijdens de hele campagne nooit over de centrale in de Eemshaven met Samsom heeft gesproken. Zijn enige bijdrage aan dit werkgelegenheidsplan, zei hij, „is dat ik het op de website heb gezet”.

Al toen hij voor minister Cramer werkte, zegt Den Haak, was hij er voorstander van dat de politiek goede banden met het bedrijfsleven heeft. Die opvatting wordt breed gedeeld. Kamerlid Van Tongeren (GroenLinks), de oud-directeur van Greenpeace, benadrukt dat zij er werkelijk niets kwaads inziet dat Den Haak in zijn vrije tijd voor Samsom werkt. „Als morgen een medewerker van Borssele wil komen flyeren bij GroenLinks zeg ik: welkom!”

Het laat zien dat de calvinistische afkeer van belangenvermenging tussen overheid en bedrijfsleven, die Den Haag decennialang kenmerkte, nagenoeg verdwenen is. Er was een tijd dat een politicus al in de problemen kwam wanneer hij, zoals dat heet, de schijn van vermenging met een commercieel belang wekte. Het gemak waarmee Essent zijn lobbyisten aan de politiek uitleent, en het gemak waarmee de PvdA daarvan gebruikmaakt, toont aan dat nu ook sociaal-democraten opereren volgens de Amerikaanse opvatting van openbaar bestuur: belangenvermenging in de politiek is niet verdacht – belangenvermenging is de essentie van politiek.