Liever zeven commissariaten dan de stress van de echte top

Vrouwen rukken op in de raden van commissarissen van grote bedrijven. Maar in de boardrooms, waar de dienst wordt uitgemaakt, blijven ze een zeldzaamheid. Omdat ze er niet voor worden gevraagd, maar ook omdat ze zelf geen zin hebben in de echte top.

Deze week deed de Europese Commissie een brandbrief de deur uit: in de 27 Europese landen is slechts één op zeven bestuursleden van beursgenoteerde ondernemingen vrouw. De 14 procent topvrouwen is weliswaar een stijging ten opzichte van de 12 procent in 2010. Maar het aantal topvrouwen blijft klein, zeker als je bedenkt dat de Commissie op korte termijn streeft naar een vrijwel evenredige man-vrouw verdeling in de bestuurskamers van bedrijven. In 2015 zouden besturen voor 30 procent uit vrouwen moeten bestaan, in 2020 voor 40 procent. Maar als de groei in dit trage tempo doorzet, wordt die 40 procent bestuursvrouwen pas over veertig jaar gehaald.

Eurocommissaris voor Justitie en Mensenrechten Viviane Reding, riep bedrijven daarom vorig jaar al op een intentieverklaring te ondertekenen om vrijwillig meer vrouwen op te nemen. Slechts 24 Europese bedrijven gaven hier gehoor aan. Nu deze vingerwijzing tot zelfregulering amper effect heeft gesorteerd, gaat de Commissie andere mogelijkheden onderzoeken om de doorstroom van vrouwen op Europees niveau te bespoedigen. Wettelijke maatregelen worden niet uitgesloten.

Met 18,5 procent topvrouwen, volgens de cijfers van de Europese Commissie, lijkt Nederland relatief goed te scoren binnen Europa. Maar dit percentage is geflatteerd doordat alleen is gekeken naar de twintig grootste beursgenoteerde ondernemingen in Nederland. Grote bedrijven hebben relatief vaker een vrouw in hun bestuur dan kleinere bedrijven, waardoor het percentage bestuursvrouwen hoger uitvalt dan wanneer alle beursgenoteerde bedrijven zouden meetellen. Neemt niet weg dat het aantal vrouwen in de grootste Nederlandse ondernemingen sinds 2010 is gestegen met 3,6 procent – hoger dan het Europese groeigemiddelde van 1,9 procent.

Een van de Nederlandse topvrouwen die hieraan een bijdrage heeft geleverd, is Margot Scheltema (57). Scheltema is voormalig financieel bestuurder van Shell Nederland en staat dit jaar als enige vrouw in de top tien van machtigste commissarissen van Nederland. Ze is toezichthouder bij TNT Express, Schiphol, verzekeraar ASR Nederland, Triodos Bank, pensioenfonds ABP, Energieonderzoek Centrum Nederland en het Rijksmuseum. Met haar zeven commissariaten bezet Scheltema de negende plaats van machtige toezichthouders, volgens de jaarlijkse ranglijst van Management Scope, vakblad voor topmanagers.

Om meerdere redenen valt Scheltema’s positie op. Zo ging slechts één vrouwelijke commissaris haar voor; Annemiek Fentener van Vlissingen, voorzitter van familiebedrijf SHV, debuteerde in 2010 als eerste vrouw in de top tien van machtigste commissarissen, maar zakte terug naar plaats 17 nadat ze vorig jaar één van haar commissariaten inleverde.

Opvallend is ook de snelheid waarmee Scheltema opklom in de ranglijst. Vorig jaar stond ze nog niet eens in de top vijftig. Haar commissariaten verzamelde ze dus razendsnel; ze groeide in één jaar uit tot meest invloedrijke vrouwelijke commissaris.

Zegt dit iets over het klimaat in bestuurlijk Nederland, waar al decennia wordt geklaagd over de ondoordringbaarheid van het old boys network? Ja, denkt Scheltema zelf. „Er is waarschijnlijk sprake van een gunstig markteffect. Sinds een paar jaar is de vraag naar vrouwen in raden van commissarissen en raden van toezicht sterk gegroeid.”

De stijgende vraag naar vrouwen hangt samen met wettelijke streefcijfers. Sinds 1 januari schrijven die voor dat bedrijven in 2016 minimaal 30 procent vrouwen in de raad van bestuur en in de raad van commissarissen moeten hebben. Halen de bedrijven het streefcijfer niet, dan moeten ze verantwoording afleggen in hun jaarverslag. Hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath, zelf ook tweevoudig commissaris: „Bekwame topvrouwen met bestuurservaring zijn zeldzaam, maar erg gewild. Ze kunnen overal terecht.”

Scheltema werd niet voor al haar functies gevraagd, zegt ze. Tijdens haar zoektocht maakte ze ook gebruik van Board Ex, een LinkedIn-achtige website voor ‘executives en non-executives’ – bestuurders en commissarissen – en ze solliciteerde op vacatures. „Het nam enige aanloop om mijn portefeuille op te bouwen. Zoiets gaat niet vanzelf.”

Welbewust had Scheltema besloten dat zij na beëindiging van haar baan als financieel directeur van Shell Nederland, geen nieuwe functie in een raad van bestuur ambieerde. Liever combineerde ze een aantal toezichthoudende functies. Die keuze had onder meer te maken met de grotere flexibiliteit: als commissaris zou ze haar tijd beter in kunnen delen. Tijd voor haar twee puberzonen, bijvoorbeeld. „Natuurlijk ben je ook als commissaris niet volledig vrij om je agenda zelf in te delen”, erkent ze. „Vergaderingen liggen vast. Maar het is goed mogelijk om van te voren vakanties en vrije dagen te blokkeren. Dat is veel lastiger als lid van een raad van bestuur.”

Haar baan als ‘beroepscommissaris’, noemt Scheltema een „principiële keuze”. En daar kleven ook nadelen aan. „Hoe je het ook wendt of keert, als beroepscommissaris boet je in aan macht. In een raad van bestuur heb je uitvoerende macht: jij bepaalt of het bedrijf linksaf gaat of rechtsaf. Als toezichthouder is je invloed indirecter, dat moet je wel liggen.”

Het machtsverlies wordt wel gecompenseerd door de uitbreiding van haar werkterrein, vindt Scheltema. „Ik werk nu voor meerdere bedrijven. Die diversiteit vind ik erg interessant.”

Als ze de keuze hebben, prefereren vrouwen een portefeuille aan commissariaten boven een plek in een raad van bestuur, signaleert hoogleraar Lückerath. „Ze kunnen vaak kiezen. Commissariaten zijn vaak ontzettend interessant én ze bieden de mogelijkheid je eigen agenda te beheren. In feite bevinden deze topvrouwen zich in een luxe positie.”

Dat commissariaten voor vrouwen kunnen concurreren met bestuursfuncties op het allerhoogste niveau, is een recente ontwikkeling. Twintig jaar geleden was daar nog geen sprake van. Zo was Neelie Kroes (70) erg teleurgesteld toen zij na haar vertrek als minister van Verkeer en Waterstaat in 1989 niet werd gevraagd in de raad van bestuur van Schiphol of KLM. Alhoewel Kroes (VVD) talloze commissariaten verzamelde, woog dit naar haar mening niet op tegen een baan als bestuurder.

Deze ervaring bracht haar tot de conclusie dat Nederlandse vrouwen worden gedwarsboomd door een old boys network. De liberale Kroes noemt zich sindsdien „feministe”. Streefcijfers zonder sanctie gaan haar niet ver genoeg. Om de doorstroom van de vrouwen te bespoedigen, pleit de huidige Eurocommissaris, al jaren voor de instelling van harde quota.

Kroes’ generatiegenote, Margreeth de Boer (72), voormalig-Pvda-minister en oud-commissaris van de koningin in Drenthe – zelf onder meer commissaris bij Shell Nederland, het UMCG-ziekenhuis in Groningen en WPG Uitgeverij – begrijpt niet goed waarom vrouwen zich tegenwoordig tevreden stellen met een commissariaat. „Het valt mij op dat geweldig capabele vrouwen in de bloei van hun leven deze keuze maken. Als commissaris heb je natuurlijk invloed. Maar het is toch meer een toezichthoudende rol aan de zijlijn.” De werkelijke macht om je te laten gelden, ligt in de raden van bestuur, stelt De Boer. Zij vindt het „jammer” dat niet meer vrouwen „met hun poten in het bluswater willen staan”.

Pamela Boumeester (53), is net als Scheltema beroepscommissaris. Sinds haar vertrek als topvrouw bij NS Poort, bouwde ook zij in snel tempo een omvangrijke portefeuille aan commissariaten op, onder meer bij bouwbedrijf Heijmans, automatiseerder Ordina, de Persgroep en verzekeraar Delta Lloyd. Maar anders dan Scheltema, benadrukt zij dat het beroepscommissariaat voor haar geen bewuste keuze was.

„Het is gewoon zo gelopen”, zegt Boumeester. „Vergeet niet dat ik tot de eerste generatie werkende vrouwen behoor. Wij hebben geen voorbeelden en moeten onze loopbaan zelf maar een beetje uitzoeken. Ik zeg ook nooit ‘nooit’. Als zich een interessante baan aandient, zou ik die best in overweging willen nemen. Maar het moet wel een zeer aantrekkelijke functie zijn, wil ik mijn huidige werkzaamheden opgeven.”

Vrouwen dringen gemakkelijker door tot raden van commissarissen dan tot bestuursfuncties, blijkt uit de cijfers. Volgens de meest recente Female Board Index, die hoogleraar Lückerath jaarlijks opstelt, was 4,4 procent van de bestuurders van de 97 Nederlandse beursgenoteerde bedrijven in 2011 vrouw. Het aantal vrouwelijke commissarissen telde met 11,8 procent ruim het dubbele.

Handicap voor ervaren vrouwen om van de ene bestuursraad naar de andere over te stappen, is hun sterke zichtbaarheid. Omdat er maar zo weinig topvrouwen in raden van bestuur zitten, vallen ze meer op. Vrijwel niemand vertrekt vrijwillig uit een raad van bestuur. Maar zodra een vrouw met enige ophef is vertrokken, wordt dat beter onthouden dan in het geval van een man. In een raad van commissarissen is die zichtbaarheid minder groot. Bovendien dulden mannelijke commissarissen vrouwen gemakkelijker in hun midden. Dat ligt aan de aard van het werk: over het algemeen trekken commissarissen op als een team dat zich bekommert om het algemene bedrijfsbelang.

„De functie van toezichthouders is de afgelopen jaren wel aanzienlijk verzwaard”, zegt hoogleraar Lückerath. „Het lijkt misschien of beroepscommissarissen een stapje terug doen, maar dit zijn geen banen die je er op een vrije zondagmiddag even bij doet. Voor een flink commissariaat komen commissarissen al snel vijftien keer per jaar bij elkaar. Vergaderingen vergen minimaal een dag of twee voorbereiding, en dan zijn er nog bedrijfsbezoeken en trainingen.”

Overigens beslissen commissarissen niet langer helemaal zelf hoeveel tijd ze aan commissariaten besteden. Om te voorkomen dat commissariaten in hetzelfde kleine kringetje worden verdeeld, geldt sinds vorig jaar een verbod op het stapelen van functies. Voor nieuwe beroepscommissarissen ligt de limiet bij vijf commissariaten, waarbij een voorzitterschap dubbel telt. Betekent dit nu meteen het einde van de opkomst van de moderne vrouwelijke beroepscommissaris? Margot Scheltema denkt dat het wel degelijk een negatief effect zal hebben. „Als ik in de toekomst een of twee commissariaten zal moeten beëindigen vanwege de nieuwe wetgeving, gaat de beloning een rol spelen in mijn overwegingen. Dat was tot nu toe secundair bij het samenstellen van mijn portefeuille. Maar ik ben niet financieel onafhankelijk en de schoorsteen moet tenslotte wel blijven roken.”