Column

Lawaai en woede

Nadat blogger en commentator Andrew Breitbart vorige week op het trottoir van een dure wijk in Los Angeles was bezweken aan een hartaanval, werd hij door nagenoeg alle Republikeinse presidentskandidaten de hemel in geprezen. Santorum: „Een groot verlies.” Romney: „Een onverschrokken conservatief.” Gingrich: „De meest vernieuwende pionier op het gebied van conservatief activisme in de Amerikaanse sociale media.”

Zijn erfenis? Breitbart, die stierf op zijn drieënveertigste, stond aan de wieg van The Huffington Post, had een column in The Washington Times, bezat verschillende websites. Hij was vooral bekend als politieke schreeuwlelijk. Hij speelde de hoofdrol in schandaaltjes: het was Breitbart die de foto’s lekte waarop Congreslid Anthony Weiner zijn stijve toonde, hij was het die beelden manipuleerde waarop een zwarte vrouwelijke ambtenaar racisme ten opzichte van blanken leek te prediken. Weiner moest aftreden, de vrouw raakte haar baan kwijt. Op het web vind je fragmenten waarin hij zijn tegenstanders luidkeels voor rotte vis uitmaakt. Wie het waagde hem tegen te spreken, was een „despicable human being”. Breitbart genoot er zichtbaar van. Het bleek niet goed voor zijn hart.

Wat bewoog hem? Op zijn websites gaat het vooral om een oneindige stroom verdachtmakingen richting alles wat progressief of Democraat heet te zijn. Iedere dag opnieuw wordt Obama ontmaskerd. Beschuldigingen, insinuaties – en zo nu en dan een heksenjacht. Het is voortdurend aanvallend spel, zonder dat een persoonlijke inzet zichtbaar wordt – het vernietigen van de tegenstander lijkt een doel op zich.

In een in memoriam werd Breitbart beschreven als „half entertainer, half politiek activist”. Op zijn Wiki-pagina wordt hijzelf geciteerd: „I’m committed to the destruction of the old media guard. And it’s a very good business model. „Volgens een journalist van The New York Times voorzag hij in de onstilbare behoefte van de media aan „materiaal”. Er was, kortom, altijd wat.

Half entertainer – misschien is dat wel de meest verrassende tendens van de afgelopen jaren, dat maatschappelijke kwesties en vooral de politiek zelf tot een vorm van vermaak zijn geworden. De verwachting was anders: cultuurpessimisten vreesden altijd dat de hedonistische mens zich van de wereld zou afkeren en zich met louter trivia zou bezighouden – niet dat hij de wereld zelf zou trivialiseren. Nog niet zo lang geleden waagde een politicus zich af en toe – dat wil zeggen, tegen verkiezingstijd – in het domein van de populaire media, waarin hij dan meestal een beetje onhandig populair ging doen. Een laatste echo daarvan zagen we toen Job Cohen vorig jaar in een middagprogramma voor bijna-bejaarden de polonaise deed.

Das war einmal. De kandidaten voor het partijleiderschap van de PvdA werden de afgelopen weken voortdurend op televisie aangesproken – op hun vermogen om met de populaire media om te gaan. Wanneer je niet eens bestand bent tegen Matthijs, hoorde ik steeds, dan gaat het je tegen Wilders ook niet lukken.

Het is die nieuwe orde waarin de politicus Cohen ten onder ging. Ik vermoed dat voor de onlangs overleden Anil Ramdas hetzelfde gold. Waar hij, denk ik, niet tegen kon, was niet zozeer dat zijn opponenten in het integratiedebat er een andere mening op nahielden, maar dat ze een heel ander spel leken te spelen. Dat was het spel waarin een man als Breitbart zich juist zo bedreven toonde – prikken, honen, half serieus, maar vooral hyperbolisch.

Ramdas nam die handschoen op; hij ging terugschelden tegen mensen die het woord intellectueel alleen gebruiken in combinatie met quasi-. Met als resultaat dat hij in een naargeestige maalstroom van beledigingen terechtkwam – veel reacties onder zijn columns op de site van het Vlaams-Nederlandse culturele instituut De Buren waren onbeschaamd racistisch. Het is een strijd die je niet kunt winnen – omdat voor je tegenstanders de strijd zélf het genot is.

Maar de Breitbarts van deze wereld – winnen die? Van zeer aanwezige mensen wordt na hun dood gezegd dat zij een leegte achterlaten. In het geval van Breitbart klinken die woorden akelig wrang. Een hoop lawaai en woede, zonder betekenis.