Iran, de bom en de belegger

‘Netanyahu krijgt VS niet waar hij wil’, kopte deze krant afgelopen dinsdag op de voorpagina. President Obama weigerde de Israëlische premier bij voorbaat politieke en militaire rugdekking te geven voor een eventuele luchtaanval op de nucleaire installaties van Iran. De mogelijke nucleaire dreiging vanuit Iran vormt niet alleen een dilemma voor politici en militairen, maar ook voor beleggers, analoog aan de keuze voor ‘vuile’ of schone energie waaraan deze column de afgelopen twee weken aandacht besteedde. Jaarlijks spenderen de negen atoomwapenlanden honderd miljard dollar aan hun nucleaire arsenaal, voor een groot deel via particuliere bedrijven.

Dat blijkt uit Don’t Bank On The Bomb, een rapport van de International Campaign to Abolish Nuclear Weapons (ICAN) dat eveneens dinsdag verscheen. ICAN wil atoomwapens wereldwijd uitbannen omdat de inzet ervan nooit valt te rechtvaardigen. Nucleair geweld maakt geen onderscheid tussen burgers en militairen, en leidt slechts tot een onbewoonbare aarde. De research voor het rapport kwam van het Nederlandse onderzoeksbureau Profundo. Het rapport noemt 300 financiële instellingen die investeren in de twintig grootste particuliere leveranciers van producten en diensten voor het nucleaire wereldarsenaal. Door naming and shaming van deze geldschieters hoopt het rapport hun klanten en aandeelhouders te bewegen tot actie.

Het rapport names and shames drie Nederlandse bedrijven: Aegon, ING en Progress, het pensioenfonds van Unilever. Progress is inmiddels ‘atoomwapenvrij’, zo blijkt. Het pensioenfonds had alleen een belang in Redhall, een relatief klein Brits bedrijf. Dat is vorig voorjaar verkocht. ING en Aegon leggen ‘atoombeleggen’ anders uit. ING wijst er op dat atoomwapens „sterk gereguleerd” zijn door internationaal toezicht en afspraken als het Non-Proliferatie Verdrag (NPV). De meeste bedrijven in het ICAN-rapport combineren civiele met militaire activiteiten. ING financiert zulke ondernemingen als zij kunnen „garanderen dat ING-gelden niet voor kernwapengerelateerde activiteiten gebruikt” worden.

Aegon zit in acht bedrijven, waaronder grote concerns als Alliant en Boeing (VS) en Babcock International en BAE Systems (VK) die de helft of meer van hun omzet halen uit wapens. Dat gebeurt via de dochters Transamerica (VS) en Kames Capital (VK). En daar zit het probleem. Aegon erkent het „evidente morele argument” tegen ‘atoombeleggen’. Maar over de reikwijdte van dat argument bestaat „geen duidelijke internationale consensus”.

Over het NPV bestaat die wel, en daarom sluit Aegon alleen landen en bedrijven uit die zich daar niet aan houden. „Ons uitgangspunt heeft zeker tekortkomingen”, maar is toch een „praktisch en objectief” handvat voor de omgang „met de vaak zeer reële dilemma’s” van „verantwoord beleggen”.

Particuliere beleggers die ieder dilemma willen uitsluiten, kunnen altijd nog terecht bij nucleaire ‘geheelonthouders’ als Rabobank, ASN Bank en Triodos Bank.

Joost Ramaer