‘Ik dacht: Dit is hem’

Grafisch vormgever Eveline Veldt (1981) vertelt over haar grote liefde.

Michiel, maart 2008

Haar blozende meisjesgezicht verhult een sterk mens. Pas als ze gaat praten begrijp je hoe ze het doet: een bruiloft plannen, een koophuis verbouwen en met haar zus een koffiezaak runnen.

‘Verliefd was ik altijd wel, maar op afstand. Ik deed er niks mee. Op school trok ik veel met jongens op en achteraf denk ik dat sommigen misschien wel meer wilden, maar ik was niet ontvankelijk voor dat soort signalen. Het hele spel van flirten en verleiden was niks voor mij. Ik dacht: als het zo moet, doe ik alsof ik niks zie. Uitgaan deed ik om met een vriendin naar bandjes te luisteren en daarna lekker te dansen. Achteraf hoorde je dan dat mensen iemand gevonden hadden om ‘mee te bekken’, maar ons overkwam nooit iets. Jongens dachten eerder dat we zusjes waren, of misschien lesbisch.

„Thuis sloeg soms wel de twijfel toe. Dan keek ik in de spiegel en dacht: mankeer ik soms iets, is er iets mis? Maar mijn vader zei altijd: het kan lang duren voor je iemand tegenkomt die echt van je houdt. Zoiets is zeldzaam.

„Ik deed jong eindexamen havo en vervolgde met het Grafisch Lyceum en de Haagse kunstacademie. Een bijna organische keuze was dat, ik wist dat het grafisch ontwerp moest worden – terwijl ik nu iets totaal anders doe. Als bijbaantje werkte ik in het Lucent Danstheater in Den Haag, koffie schenken en gasten opvangen in zo’n suf gilet. De borrel met collega’s na afloop was het leukste.

„Op een avond zat ik met een van hen nog even op het Plein, en toen kwam er een jongen langslopen: ene Michiel, die ook bij het Lucent had gewerkt en er zelfs even bedrijfsleider was geweest. Mijn collega stelde ons aan elkaar voor, liep weg om even sigaretten te halen, Michiel ging zitten en ik dacht: 'Dit is ’m.' Hij had nog nauwelijks iets gezegd en hij had raar lang haar, maar ik zag meteen z’n binnenste. Hij was zichzelf, hij straalde een enorme rust uit. Dat vond ik prettig.

„In de twee jaar daarna dacht ik nog wel terug aan hoe leuk we gepraat hadden, maar ik zei het tegen niemand. Als Michiel in het theater langskwam om met ons mee te borrelen ontweek ik hem als de ziekte. Ik had een scharrel, mijn eerste, met een jongen die te veel blowde – bepaald geen succes, maar ik vond dat ik mezelf ‘ergens overheen moest helpen’. Intussen bleven collega’s zeggen: ‘Weet je wíe leuk zou zijn voor jou? Michiel!’ Zij hebben ons gekoppeld.

„Op een dag vond ik een e-mail: ‘Kom je een keer bij me eten. Dit wordt een korte mail, meer een soort sms. Michiel.’ Dat was het. Ja leuk, mailde ik terug, en een paar dagen later stond ik in zijn appartement: alles zwart-wit-grijs, met basgitaren aan de muur en een soort bar als keuken. Bij het opendoen zat er een streepje tandpasta op z’n wang, heel schattig. Ik wreef het weg. We aten en kletsten en zopen veel te veel wijn en rosé die avond, maar van zoenen kwam het niet.

„Daarna ging het opeens snel. Michiel ging drie weken met vrienden op vakantie en tot mijn verbazing miste ik hem, ik keek elke dag uit naar zijn sms’je. Bij z’n terugkeer zei hij: ‘Ik heb een hotel geboekt. Wij gaan een weekend naar Antwerpen’, en toen we daar aan de Vlaamse stoof zaten zei hij: ‘Ik ga met jou trouwen’. ‘Waar haal je dát nou vandaan?’ zei ik, en dacht: ‘Dit is het moment om nog heel hard weg te hollen.’ Maar dat deed ik niet. Een paar maanden later zegde ik mijn studentenkamer op en verhuisde ik m’n spullen naar zijn flat. We waren toch al elke nacht samen.’

Hoeveel weken nog? Vier? En dan tachtig mensen een hele dag vermaken… Best stressvol. Ze kiest een simpele jurk, weet ze al. Michiel kocht zijn pak in Italië.