Houd wet van 1.360 miljard niet geheim

Het is een kwalijke zaak dat het ministerie van Financiën een noodwetsvoorstel tot nationalisatie van banken geheim houdt, zegt Samantha Daniels.

I n 2009 wilde de Nederlandse staat de ING-bank overnemen die 1.360 miljard euro aan verplichtingen op de balans had staan (twee en een half keer de hele Nederlandse economie) maar slechts 15 miljard op zou brengen. Oud-topambtenaar Gerritse van het ministerie van Financiën stelde in november 2011 dat het zweet hem uitbrak bij de gedachte aan nationalisatie van een systeembank van deze omvang; oud-DNB- directeur Brouwer sprak zelfs van een horrorscenario. Vorig jaar werd bekend dat daar in 2009 een Noodwet voor was ontworpen.

Maar het viel mee. Nationalisatie bleek geen noodzaak en het noodwetsvoorstel kon in de la blijven liggen. Het is daarna niet ingediend wegens de komst van de Interventiewet; een wet die het financieel toezicht verscherpt en aanvullende bevoegdheden tot interventie bij financiële ondernemingen in problemen introduceert. Op grond van de Interventiewet zal de minister van Financiën in geval van dreigende instabiliteit van het financiële stelsel een noodlijdende systeembank acuut kunnen onteigenen. Zodra deze wet in werking treedt is een op zichzelf staande noodwet zoals die is voorbereid in 2009 niet meer nodig.

Maar de Interventiewet is nog niet in werking getreden. Dat geeft weinig problemen zolang er geen systeembanken genationaliseerd hoeven te worden. Maar wat als zich wederom extreme moeilijkheden in de financiële sector voordoen? Mocht er vandaag de dag een noodsituatie van dien aard ontstaan, dan zal de minister van Financiën zijn toevlucht moeten zoeken in het huidige, niettemin gebrekkige toezicht- en interventiestelsel.

Gelukkig heeft hij het noodwetsvoorstel uit 2009 nog. Het voorziet in de toekenning van buitengewone omstandigheden op grond waarvan de minister zou kunnen ingrijpen bij de betreffende noodlijdende financiële instelling. Althans, daar ga ik vanuit. Want op het ministerie van Financiën na, weet niemand wat dit noodwetsvoorstel inhoudt. De minister weigert de tekst ervan te openbaren en ook het daarop betrekking hebbende advies van de Raad van State wordt niet vrijgegeven.

Dat is een kwalijke zaak. Een noodwetsvoorstel waarvan te verwachten valt dat het in recordtempo wordt ingediend en aangenomen zolang de Interventiewet nog niet is uitgedobbeld en nationalisatie van een systeembank nodig is, dient kenbaar te zijn. Dit heeft twee redenen.

Ten eerste zijn de financiële gevolgen van nationalisatie van een systeembank voor de Nederlandse belastingbetaler en de Nederlandse financiële markten enorm, wat onder meer tot uiting komt in een oplopende staatsschuld als gevolg van de gedwongen uitgifte van schuldpapieren en waardevermindering van de aandelen van de betreffende bank.

Ten tweede zijn de buitengewone bevoegdheden die de minister van Financiën zullen toekomen in constitutioneel opzicht tamelijk ingrijpend. Te verwachten valt immers dat inwerkingtreding van deze noodwet de verplichte voorhangprocedure bij het parlement ten aanzien van staatsdeelname in een naamloze vennootschap opzijzet en dat het parlement geen machtigingswet voor deze deelname zal kunnen bevelen. In 2008 gebeurde dit al, zij het zonder wettelijke grondslag: het parlement werd pas achteraf geïnformeerd over de nationalisatie van Fortis/ABN Amro. Dergelijke democratische gaten in de besluitvorming zijn in sommige noodsituaties onvermijdelijk, als snelheid en effectiviteit van het (overheids)ingrijpen doorslaggevend zijn voor de doeltreffendheid van de genomen noodmaatregelen. Maar er is nu geen sprake van zo’n noodsituatie.

Met het geheimhouden van het noodwetsvoorstel schiet het ministerie van Financiën ernstig tekort. Gezien de omvangrijke belangen die het voorstel dient, en het feit dat eventuele inwerkingtreding ervan alsnog niet denkbeeldig is, lijkt het me een goede zaak het wetsvoorstel en het bijbehorende advies van de Raad van State te openbaren. In een democratische rechtsstaat als de Nederlandse geeft het immers geen pas dat een wetsvoorstel slechts dan prijs wordt gegeven als zeker is dat het parlement geen andere keuze heeft dan het aan te nemen.

Mr. Samantha Daniels is promovenda Financieel toezicht en staatsnoodrecht aan de Universiteit van Amsterdam.