Hoe je plakboeken uitgegeven te krijgen

Toef Jaeger neemt deze week de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week elegante vrouwen, een stoplicht en het geminachte dier.

Bij Herman Finkers weet je wat je krijgt. Als je van gecompliceerde poëzie houdt, is het niet aan te raden om zijn verzamelbundel Poëzie, zo moeilijk nie (Thomas Rap, 192 blz. €14,90) open te slaan. Het zijn de ‘Verzamelde verzen’, dat wil zeggen: de liedjes en gedichtjes uit verschillende shows. Het is kortom een en al herkenning al staat ‘Het stoplicht springt op rood, het stoplicht springt op groen, in Almelo is altijd wat te doen’ er dan niet in. Dat gedichtje staat gek genoeg in het verzameld proza, dat wil zeggen, de ‘verzamelde vertelsels’, die tegelijk zijn verschenen onder de melige titel De cursus ‘omgaan met teleurstellingen’ gaat vanavond wederom niet door (Thomas Rap, 288 blz. € 17,90) en ook daarvoor geldt dat de verhalen grotendeels net zo olijk zijn als de titel. Dus als je die niet leuk vindt, kun je die beter links laten liggen.

Soms is de beste manier van vooruitkijken heel ver terugkijken – en daarom is het met de Boekenweek in aantocht goed om nog eens naar De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (Wereldbibliotheek, 415 blz. € 22,50) van de hartsvriendinnen Betje Wolff en Aagje Deken te grijpen, een van de eerste Nederlandse romans en het product van een van de meest hechte vriendschappen uit de literatuur. Een rijke verzameling personages portretteert zichzelf in deze briefroman, en daarmee wordt de hele achttiende-eeuwse Nederlandse burgerij geschilderd. Met het vuur – en de snelheid – van een e-mailcorrespondentie, spuiten ze hun eigentijdse maatschappijkritiek: vóór de republiek, tegen Oranje. En natuurlijk met een beleefdheid en omslachtigheid die de eenentwintigste eeuw volkomen vreemd zijn. Uiteindelijk waren Wolff en Deken twee deugdzame dames; ze heffen dan ook regelmatig een waarschuwende vinger tegen de verleidingen die hun hoofdpersoon in haar jonge leven tegenkomt.

De gracieuze wijze waarop de correspondenten elkaar in Sara Burgerhart te woord staan, staat centraal in de Kleine encyclopedie van de elegantie van Jessica Kerwin Jenkins (Parvenu, 328 blz. € 24,95). Onder de kop ‘conversatie’ lezen we dat „het geheim van goede conversatie de doorgaande aandacht” is. En dan valt het niet altijd mee van je gesprekspartner af te komen. Het opzeggen van de vermenigvuldigingstafels schijnt een chique methode te zijn om de conversatie te beëindigen.

Jenkins schetst in een kleine honderd portretjes de dingen die het leven voor de verfijnde mens de moeite waard maken: van de divan tot de gladiool, de katachtige tot de krekel – maar ook het vuurwerk en de thee. Zo leren we dat de nazi’s rode lippenstift verboden maar dat ook in Engeland tijdens de oorlog niet veel te krijgen was omdat glycerine nodig was voor de productie van explosieven. Zowel de Japanse waaier als de Japanse papiervouwkunst origami wordt behandeld, ach, hadden we daar de tijd nog maar voor.

Een ander soort tijdverdrijf is het onderwerp van John Bergers korte essay Waarom naar dieren kijken (Cossee, 96 blz. € 12,90): het is een verzameling losse stukken die draaien om de verhouding tussen mens en dier. Over het ongemak van een muizenval maar ook over het misbruik van de eend voor de verhalen van Donald Duck – steeds minder heeft de menselijke blik op dieren iets te maken met wat dieren daadwerkelijk zijn. Met minutieuze aandacht voor wat dieren werkelijk doen, probeert Berger tegenwicht te geven aan onze zakelijke wereld.

Waarschijnlijk kunnen alleen wielerliefhebbers hun plakboeken uitgegeven krijgen. Dat is Het Grote Wielerklassierboek. Boordevol Heldenverhalen, Spectaculaire Foto’s, Feiten, Weetjes en Quizvragen (Nieuw Amsterdam, 315 blz. € 19,95) is: een plakboek met foto’s, lijstjes, grafiekjes, anekdotes, waarmee je op (een bepaald soort) feestjes zonder twijfel urenlang de blits kunt maken.

Voor wie wil weten hoeveel renners de Ronde van Vlaanderen wonnen in de regenboogtrui (vier); of met welke klassieker Herman van Springel de meeste moeite had (de Ronde van Vlaanderen); dat Parijs-Tours weliswaar een sprintklassieker is, maar dat een groene trui-winnaar nog nooit die koers in hetzelfde jaar heeft gewonnen; wat de integrale tekst is van het interview dat Mart Smeets met een snikkende Gerrit Knetemann had die in 1985 de Amstel Gold Race won.

De foto’s zijn fraai, de feitjes onuitputtelijk, de verhalen wat kort. Voor de liefhebber.