Het Afghaanse lot van een vierde dochter

Als directeur van hulporganisatie HealthNet TPO bezocht Willem van de Put afgelopen week ziekenhuizen en projecten in Afghanistan. „Ook in deze wereld grepen de managers en marketeers de macht.”

Donderdag 1 maart

Laatste bericht voor vertrek van ons kantoor in Kabul: een ISAF-helikopter landde bij een van onze gezondheidsposten in de provincie Khost. Amerikaanse en Afghaanse militairen renden de kliniek binnen. Er werd niets gevonden, maar vlak na vertrek van de helikopter explodeerde de kliniek. Er was niemand binnen: alleen de muren bleven staan. Wie de explosieven heeft geplaatst is niet duidelijk. Navraag bij de Amerikanen levert de gebruikelijke verwijzing naar de ‘insurgents’ op. Wij moeten fondsen zoeken om de zaak te herstellen. Na een tussenstop in Dubai, het schaamteloos uitroepteken van consumptie tussen niets en nergens, is de realiteit in Afghanistan weer verfrissend.

Vrijdag

Sinds 1993 werkt HealthNet TPO in Afghanistan aan gezondheid en sociale wederopbouw. Dat we doorwerken onder verschillende regimes, inclusief dat van de Talibaan, draagt bij aan de vertrouwensband met de bevolking. Ik word van het vliegveld gehaald door Dr. Majeed Siddiqi, onze directeur. Hij staat aan het hoofd van 2.500 betaalde en 2.000 vrijwillige medewerkers die werken in 24 provincies. We rijden door naar Jalalabad, drie uur in de richting van de grens met Pakistan. We eten tussendoor in een dorp in Laghman, de thuisbasis van de familie Siddiqi. De Siddiqi’s staan in Afghanistan bekend als een van de traditioneel leidende families – en dat helpt bij de conflictbeheersing die kenmerkend is voor werken in dit land.

Na aankomst in Jalalabad krijgen we een briefing van het team. Kip op het menu.

Zaterdag

Inspectieronde! Iedereen wil laten zien hoe hard er gewerkt wordt, en dat is terecht. Alle activiteiten in de gezondheidszorg komen aan bod, van preventie en eerstelijnszorg in kleine kliniekjes, via malariacontrole en de districtsziekenhuizen tot en met het regionaal verwijzingsziekenhuis voor de oostelijke provincies in Jalalabad. En, niet te vergeten, de gezondheidsvoorziening in de gevangenis van Jalalabad.

Het is overal druk, de gezondheid van de bevolking is beroerd, en er zijn altijd te weinig middelen. Donoren die te laat betalen vergroten de stress – zo hebben we twee maanden geen salarissen kunnen betalen, omdat het geld vast zat bij het Global Fund, de Europese Commissie, en de Afghaanse overheid. Dat staat op de agenda voor gesprekken in Kabul, maar hier moet opnieuw worden uitgelegd dat het nationale systeem zal moeten gaan functioneren, linksom of rechtsom. Het kan niet zo zijn dat wij als NGO alvast de rekening betalen. Ik weet me gesteund door het gegeven dat we er domweg geen geld voor hebben. Een beetje schaarste houdt je scherp.

De klinieken zitten stampvol met burkadragende vrouwen die kleine bundeltjes bij zich dragen. In één zit een sterk ondervoed meisje, drie jaar oud, niet groter dan een baby van een half jaar. Het Afghaanse lot van een vierde dochter – die alleen welkom was als ze een jongetje zou zijn.

In het districtsziekenhuis spreken we een oude man die van de restanten van zijn linkerhand is afgeholpen, die door de ‘Taliban’ wat onhandig is afgezaagd. Hij heeft deze straf niet verdiend omdat hij gestolen zou hebben (waarvoor dit een gebruikelijke shariastraf is), maar omdat twee van zijn zonen bij het Nationale Afghaanse leger zijn gegaan.

De directeur van de gevangenis van Jalalabad is een machtige kruising van Ali Baba en kapitein Haddock. Hij ontvangt in een krap Louis XVI stoeltje te midden van gipsen bloemen en flamingo’s, en van daaruit bewaakt hij 1.400 gevangenen in een burcht midden in de stad. De kliniek is keurig, de vrouwenvleugel ook. Ook al zitten de meeste vrouwen er om idiote redenen, zoals het weerstaan van het geweld van hun schoonfamilie. Voor de kinderen, die tot hun twaalfde bij moeder blijven, is er onderwijs en staan op de bloemrijke binnenplaats stalen speelrekken. Kom daar in een dorp maar eens om. Napraten met een heerlijke Pashtun kipschotel.

Zondag

Op de psychiatrische afdeling treffen we een treurig meisje, niet ouder dan achttien. Haar schoonmoeder heeft haar gebracht omdat zij haar gedrag onacceptabel vindt. De behandelend arts zorgt dat schoonmoeder even verdwijnt, om het verhaal van de schoondochter te horen. Vaak is dat gruwelijk. Oorlog heeft niet alleen schade aangericht aan individuen, maar ook omgangsvormen verminkt. Binnen de muren van de quala’s [woning] wordt de oorlog met huiselijke middelen voortgezet, en schoondochters, die traditioneel door hun man tegen de macht van schoonmoeder worden beschermd, staan er vaak alleen voor. We nemen in zo’n geval contact op met de familie, en stappen over op een sociale aanpak.

Tegen het eind van de middag kan ik naar Kabul terug vliegen. Maar dan moet je eerst de Amerikaanse basis bij Jalalabad op komen. Na de bomaanslag vorige week met negen doden, duren de veiligheidscontroles wel heel lang. Na anderhalf uur rondhangen geven we op. Liever eten in de tuin – Jalalabad is altijd warmer! – met notabelen uit de zorg. Boven ons cirkelt een ‘drone’. Raar idee dat in de Midwest van de VS een soldaat meekijkt naar mijn bord kip.

Maandag

Om zes uur ’s morgens vertrekken we per auto. We bereiken zonder problemen rond half negen de buitenwijken van Kabul. Dezelfde middag is er een bomaanslag op het busstation in Jalalabad: twee doden. Het is als met de tuinman en de dood: je kunt er niet op plannen.

Op het ministerie van Gezondheid spreken we Dr. Ahmed Jan, directeur-generaal Policy & Planning. Zijn probleem is hoe hij de gezondheidszorg, die grondwettelijk ‘gratis’ is, gaat betalen, ook als straks de donoren gaan vertrekken. De casuïstiek uit de klinieken maakt plaats voor droge cijfers – maar de verontwaardiging wordt niet minder.

Het leven van de statistische Afghaan bestaat uit 44 zware jaren. Er wordt een oorlog gevoerd waar de gewone man niets mee te maken heeft. Als bijverschijnsel moet Afghanistan democratisch en modern worden. Aan dat ideaal heeft alleen de Amerikaanse overheid al meer dan drie miljoen dollar per Afghaan betaald.

Maar de Afghaan merkt alleen dat de oorlog niet ophoudt. Het leven blijft zwaar, Afghanen dragen bijna de hoogste ziektelasten ter wereld, en de internationale gemeenschap besteedt samen met de Afghaanse overheid niet meer dan €7,50 per hoofd per jaar aan gezondheid. Daar doe je zelfs in Afghanistan niet veel mee. Daarom komt er zo’n €25 per hoofd per jaar uit eigen zak bij, en dat is moeilijk waar 42% van de bevolking moet leven van minder dan €0,75 per dag.

Welk beeld je ook bedenkt, bijvoorbeeld dat we in Nederland honderdenzesenzestig keer zoveel per hoofd uitgeven, of dat je voor het geld van de zinloze Kunduzmissie 25 jaar de gezondheidszorg in die provincie kan bekostigen – de verbijstering blijft dat we dit al jaren accepteren. Er zelfs verveeld door raken.

Maar er moet gewerkt worden. Met Dr. Ahmed proberen we uit te tekenen hoe we het systeem van kostendeling, eenvoudige basisverzekeringen en ‘loon naar werken’ waarmee we in Cambodja en Rwanda successen hebben geboekt, in Afghanistan vlot kunnen trekken. Gelukkig is er ’s avonds kip.

Dinsdag

Uitgebreid gesprek met medewerkers uit de acht provincies (waaronder Kunduz en Uruzgan) waarin we ‘psychosociaal werk’ doen. HealthNet probeert hier de ‘conservatieve reflex’ te keren. Gemeenschappen worden vaak door angst en blinde overlevingsdrift ‘gevangen’ in een schijnzekerheid van oude waarden, waarmee nieuwe problemen niet kunnen worden opgelost. Soms herken je zoiets in Nederland ook. De prachtige verhalen van deze mensen laten zien dat we ook in de meest conservatieve districten van Afghanistan huiselijk geweld bespreekbaar kunnen maken, de huwbare leeftijd van meisjes omhoog kunnen brengen tot minstens zestien, en vrouwen stimuleren een rol in het publieke leven te spelen. Vandaag gevogelte.

Woensdag

Gesprekken met donoren en overheidsdienaren. Ook in deze wereld grepen de managers en marketeers de macht, en moet je oppassen je verhalen niet teveel inhoud te geven. We praten over indicatoren, budget underspending, overhead limitation…dat kan net zo goed over chocoladekoekjes als over zieke Afghanen gaan. Verstandige mensen vertellen me dat dit juist belangrijk is, in de grotemensenwereld. Ik werk liever in de kleinemensenwereld. Daar modderen we door, in plaats van een rotzooi te maken. En eten we vanavond kip.

Donderdag 8 maart

Afghanistan is het mooist beschreven als een land van antwoorden in plaats van vragen. Het is internationale vrouwendag, en vorig jaar vroeg ik aan dorpsoudsten of ze wisten wat dat was. Jazeker, zeiden ze, dat gebeurt in de stad. Hier niet. Het prachtige van dit werk is dat we dat antwoord ook weer bevragen – en dat de Afghanen dat op prijs stellen. Alle Afghanen willen veranderen, mannen en vrouwen, maar ze willen dat op een eigen manier doen. Ze accepteren onze bemoeienis zolang we een beetje respect tonen.