Gras is groener in het oosten

Wetenschap in Azië

In Azië bloeien vele nieuwe onderzoeksinstituten op, die met succes jagen op westerse toponderzoekers.

Impressie van nog te bouwen EDITT-toren (Ecological Design in The Tropics) in Singapore. Architect TR Hamzah & Yeang

Een klein jaar geleden kreeg de Duitse onderzoeker Jan Taplick, toen onderzoeksmanager bij het Europese Laboratorium voor Moleculaire Biologie in Heidelberg, een telefoontje uit Singapore. Of hij wilde komen praten over een vacature als onderzoeksmanager op de Nanyang Technological University (35.000 studenten). Hij ging een paar dagen logeren in Singapore en twee weken later was het contract getekend. “Zo snel gaat dat hier”, vertelt hij op een dakterras op 287 meter hoog.

We kijken uit op de zee en de glanzende wolkenkrabbers die Singapore afgelopen tien jaar bouwde. Het eerste wijntje kost er 20 euro; elk volgend drankje is 8 euro. Maar Taplick klaagt er niet over. De salarissen zijn goed, de huizen op de campus zijn niet duur, de sfeer in deze voormalige Britse kolonie is open, en buiten het zakencentrum kun je ook wel drankjes krijgen voor minder dan een euro.

In Aziatische steden als Singapore, Hongkong, Nanjin (China) en Seoul verrijzen razendsnel instituten voor onder meer medische implantaten, snellere computers, slimme keukens en gezelschapsrobots. De investeringen van honderden miljoenen euro’s worden gedaan door de overheden, bedrijven en rijke particulieren. En dat terwijl in Nederland en veel andere Europese landen wordt bezuinigd op de wetenschap.

Singapore als proeftuin

Twintig Europese en Aziatische wetenschapsjournalisten reden vorige maand, op kosten van de EU, met de bus langs nieuwe Singaporese laboratoria, met hoge, met planten begroeide gevels. Zoals het in september geopende ‘excellente onderzoekscentrum’ voor bacterieonderzoek, bedoeld om de stedelijke waterzuivering te verbeteren en darmziektes te bestrijden. Met 72 miljoen euro wist Singapore hiervoor ‘topwetenschappers’ aan te trekken zoals de Zweed Staffan Kjelleberg, die de communicatie tussen bacteriën onderzoekt. Biotechnologie-icoon Craig Venter zit in de adviesraad.

De nieuwe wetenschappelijke instituten doen vooral veel toegepast onderzoek. De onderzoekers werken veelal aan praktische oplossingen voor de problemen van (nieuwe) grote steden, die vaak kampen met luchtvervuiling en files.

Het spiksplinternieuwe Centrum voor Elektromobiliteit ontwikkelt elektrische auto’s, die binnen een paar jaar alle taxi’s in Singapore moeten vervangen. Vorig jaar november verhuisde een team van tien ervaren onderzoekers vanuit de Technische Universiteit van München (TUM) naar dit centrum. Nu werken er honderd onderzoekers en assistenten, die zijn aangesteld voor vijf jaar, op onderzoeksterreinen als nieuwe materialen, batterijen en stedelijke infrastructuur.

Voor de TUm biedt het gezamenlijke centrum voor elektromobiliteit grote kansen, legt de Duitse onderzoeksleider en nanotechnoloog Harry Hoster de journalisten uit, terwijl hij ‘zijn’ elektrische auto van 2011 laat zien. “Singapore zien we als een proeftuin voor de inrichting van duurzame, Aziatische megasteden.” Oké, geeft hij toe, Singapore lijkt niet op steden als Bangkok of Jakarta (rommelig, files, vol, een stuk armer). “Maar er worden nu in Azië nieuwe megasteden gebouwd voor de rijkere middenklasse, en daar kan Singapore wel een goed voorbeeld voor zijn.”

Singapore heeft al zeker tien van dit soort toegepaste centra gebouwd of gepland, allemaal ingericht met een andere, vooraanstaande buitenlandse universiteit. Er is al een centrum gebouwd met de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem (gericht op ontstekingsziektes), 12 maart opent er eentje met de technische universiteit ETH Zurich (Future Cities Laboratory) en er worden nu centra gebouwd met het befaamde Massachuchets Institute of Technology in Cambridge (VS) (gericht op het volgen van de verspreiding van infectieziekten in stedelijke milieus). Voor al deze universiteiten is dit de eerste keer dat ze zulke grote samenwerkingsprojecten aangaan.

En deze centra zijn nog bescheiden vergeleken met de in aanbouw zijnde medische Lee Kong Chian School, gericht op het behandelen en gezond houden van ouderen. Voor Singapore belangrijk, omdat steeds meer Aziatische ouderen zich in Singapore laten behandelen. Hiervoor trok de zogeheten Lee Foundation vorig jaar 90 miljoen euro uit, met als voorwaarde dat de helft ervan naar beurzen voor briljante, armere studenten zou gaan. De Stichting is opgezet door Tan Sri Dato Lee Kong Chian die in de jaren vijftig zijn geld verdiende met rubber en banken. De overheid en nog wat andere rijke families hebben het bedrag inmiddels opgehoogd tot 362 miljoen. Het Imperial College in Londen gaat toponderzoekers leveren en helpen curricula op te zetten; in 2013 kunnen de eerste studenten beginnen.

Commissaris Máire Georghegan-Quinn (Onderzoek, Innovatie en Wetenschap) van de Europese Unie (EU) zegt bij een lezing op de universiteit dat wetenschappers uit Zuidoost-Azië vanaf volgend jaar ook een beroep kunnen doen op de onderzoeksbudgetten van de EU. “Voor een duurzamere samenleving moeten we samenwerken met de mensen met de beste ideeën”, verklaarde ze. “En die kunnen ook van buiten de EU komen.” Andere reden voor die belangstelling: alleen al in Singapore zijn 8.500 Europese bedrijven gevestigd.

Europa zoekt ook naar een antwoord op de daadkracht in Azië. Waar veel Europese lidstaten nu bezuinigen, wil de Europese Commissie tussen 2014 en 2020 tachtig miljard euro in onderzoek gaan steken – 16 miljard per jaar. Dat is beduidend meer dan de jaarlijkse zeven miljard die de EU nu onder Europese onderzoekers verdeelt. En de papieren rompslomp rond EU-projecten zal minder worden, belooft Georghegan-Quinn ook.

Deze maatregelen moeten voorkomen dat de beste onderzoeksleiders uit Europa vertrekken naar de oorden waar nu het grote geld rolt. Maar de Europese onderzoekers die in Singapore werken, zeggen niet bang te zijn voor het weglekken van talent en kennis naar Azië. Zij wijzen juist, zoals Harry Hoster, op de kansen die steden als Singapore westerse wetenschappers bieden.

Tropisch zeewater

Terug in Nederland blijkt dat onderzoeksinstituut Deltares van de TU Delft al in 2006 met een universiteit en de Singaporese overheid het Singapore Delft Water Alliance programma heeft opgezet, voor watermanagement. Inmiddels heeft de Singaporese overheid ook een NUS-Deltares instituut neergezet. Het instituut bekijkt onder meer hoe Singapore natuur kan combineren met waterberging, zodat overstromingen voorkomen worden. Afgelopen vijf jaar was het onderzoeksbudget 38 miljoen euro, waarvan 12 miljoen uit Delft kwam.

Regiomanager Tjitte Nauta ziet “eigenlijk alleen maar voordelen”, vertelt hij aan de telefoon vanuit Bangkok, waar Deltares nu ook bekijkt hoe overstromingen zijn te voorkomen. “We kunnen in Singapore meer onderzoek doen voor hetzelfde geld, omdat de salarissen daar tot vier keer lager liggen. En we kunnen er onderzoek doen dat we in Nederland niet kunnen doen, zoals het monitoren van de kwaliteit van zeewater in een tropisch gebied.” Vorige maand is afgesproken dat de Universiteit van Singapore en Deltares samen de Zuidoost-Aziatische markt op gaan.

Ouderen

Er zijn nog meer mogelijkheden voor samenwerking tussen Nederland en Singapore. De Groningse Healthy Ageing Campus bijvoorbeeld doet vergelijkbaar onderzoek als de nieuwe medische Lee Kong Chian School. Afgelopen maanden heeft Groningen van Nederlandse partijen en de EU zeker zo’n tien miljoen gekregen voor nieuwe laboratoria en mensen. “We hadden het er laatst nog over dat samenwerking met Singapore interessant zou kunnen zijn”, zegt Reint Huizinga van bureau Internationalisering in Groningen. Maar de Groningse medisch onderzoekers zijn (nog) niet door Singapore gebeld.

Op het dakterras, ver boven de Singaporese zee, reageert Jan Taplick wat geprikkeld op de opmerking dat rijke onderzoeksknooppunten als Singapore nu gewoon de beste onderzoeksgroepen kopen. “Kopen vind ik niet de goede term. Veel onderzoekers werken gewoon heel graag een paar jaar hier, en dan weer daar. En Singapore is op dit moment vrij geliefd.”