Gezond uitdelen hoort erbij

Groningen-back Adri van Tiggelen in 1983 met Ajacied Ronald Koeman. Foto Cor Vos

Wie: Adri van Tiggelen (56 interlands)

Clubs: Sparta, Groningen, PSV, Anderlecht

‘W aar waren de verdedigers van PSV mee bezig tegen FC Twente? Het leek alsof ze niet met elkaar praatten, of dat ze elkaar niet verstonden. De eredivisie is spannend, maar verdedigend heel matig. Elke week zie ik ze verkeerd dekken, te laat uitstappen en fout het duel ingaan. Voor het kampioenschap heb ik mijn geld nu op FC Twente staan. Hun verdedigers zijn ook beperkt, maar ze hebben vertrouwen en schermen het doel nog goed af met elkaar.

„Een jonge verdediger is in de eredivisie al snel een talent. Laat ze eens een heel seizoen goed spelen in plaats van twee duels. Van Dijk [FC Groningen] ging bij Jong Oranje gigantisch in de fout, Gouweleeuw [SC Heerenveen] speelde dramatisch in een volle Kuip. Ook bij de topclubs is het huilen met de pet op. Vertonghen [Ajax] is een mooiweervoetballer, niet het type-tot-hier-en-niet-verder. Douglas [FC Twente] is een eersteklas onruststoker. Zelfs de verdediging van Oranje vind ik matig. Maar we hebben niet anders en kunnen deze jongens bij het EK alleen maar steunen.

„De Nederlandse opleiding is geweldig, maar verdedigend niet goed genoeg. Verdedigers zijn vaak omgeschoolde aanvallers. Dat kan bij RKC, maar niet in de top. Ik was gek gezegd al blij dat ik mocht meedoen. Ik beet me vast in mijn positie, luisterde naar ervaren medespelers en verbeterde mezelf in wedstrijden. Nu zie ik Leerdam [Feyenoord] als rechtsback, terwijl hij zichzelf een middenvelder vindt. In zijn hoofd zit het al niet goed.

„Zeker bij het Nederlands elftal moest ik alleen ballen tegenhouden en inleveren bij de mensen die er iets mee konden. Nu wil iedereen in balbezit meedoen, inschuiven en aanvallen. De meesten denken pas bij balverlies aan verdedigen. Dat is te laat. Zorg nu eerst eens dat je de nul houdt. Want verdedigen doe je er niet zomaar even bij.

„Elke aanvaller is anders. Ik zorgde dat ik van tevoren wist waar de kracht van mijn tegenstander lag. Vraagt hij de bal diep of in de voeten? Moet ik kort op hem zitten of juist niet? Laat ik hem draaien of kom ik voor hem? Het is spelen met de ruimtes. En uitdelen hoort erbij, op een gezonde manier. Al staan er twintig camera’s om het veld, als verdediger moet je nog steeds hetzelfde werk doen.”