Eerste hulp voor hulpdruif

Ach ja, die petit verdot. Heel lang krijg ik ‘m niet op de proeftafel, maar plots was ie daar ineens weer. En in zijn eentje nog wel. Terwijl ie gewoonlijk toch bijna nooit solo mag. Immers, hij was lange tijd nooit meer dan een hulpdruif uit Bordeaux die zelfs enigszins in de vergetelheid dreigde te verdwijnen.

Tot de hulpdruif zelf te hulp werd geschoten. Door wijnmakers die zijn kwaliteiten herontdekten en hun tenten hadden opgeslagen op plaatsen waar deze zonaanbiddende druif tot volledige wasdom kon komen. Zoals op enkele plekken in Toscane waar het gekende Chianti-domein Castello dei Rampolla ermee werkt, maar naar ik weet alleen nog als blenddruif.

In La Mancha in Spanje gunt de heftig experimenterende Marqués de Griñón de petit verdot echter wel een hoofdrol. Die trof ik ooit op de wijnkaart van het tweesterrenrestaurant van Ron Blaauw. Het zal ook niemand verbazen dat ook een aantal landen in de Nieuwe Wereld de petit verdot asiel heeft aangeboden. In het warme Riverland in Australië is hij welkom geheten, evenals in sommige valleien in Chili en Argentinië. En in Californië staat hij inmiddels eveneens van het zonnetje te genieten.

Maar ook in Frankrijk’s eigen Nieuwe Wereld, Languedoc-Roussillon, blijkt de petit verdot te aarden. Zoals blijkt uit deze Entre Nous 2010 (€ 8,95). En - tussen ons gezegd en gezwegen - daar trof ik viooltjes in aan, zwarte bessen, donkere pruimen, bittere kersen en wat niet te heftige laurier. Veel sap. Goede wijn. Bepaald geen kleine petit verdot.