Dr. Zeepaard als windvaan

de proefjesfabriek

Op veel kerktorens staat een haan. Met zijn snavel wijst hij aan waar de wind vandaan komt. Een zeepaard met een mooie krulstaart zou dat ook goed kunnen, denkt Dr. Zeepaard. Nou ja. In dit proefje maak je zelf een windwijzer.

Wat heb je nodig? - Een stuk karton, een stift, een schaar, een stuk touw, een euro, plakband en een dikke naald.

Wat moet je doen? - Teken op het karton de pijl hiernaast na, maar groter (bijvoorbeeld 30 centimeter lang), en knip hem uit.

- Plak midden op de punt een euro.

- Zoek dan het zwaartepunt van de pijl. Dat gaat zo: prik met de naald in de pijl en laat de pijl op de naald rusten. Als de pijl niet kantelt, maar in evenwicht blijft, dan heb je het zwaartepunt gevonden.

- Maak daar een gaatje, rijg het touw erdoor en hang de pijl ergens op in de wind – aan het uiteinde van een boomtak bijvoorbeeld.

- Wijst hij waar de wind vandaan komt?

Hoe kan dat? De munt heeft de pijlpunt zwaar gemaakt. Het zwaartepunt van de pijl is daardoor opgeschoven: het ligt dichterbij de punt dan bij de staart. Het zwaartepunt is ook het draaipunt. Als de pijl dwars op de wind staat, dan duwt de wind tegen de pijlpunt (een beetje, want die is klein) en tegen de pijlstaart (veel harder, want die is groot). Zo draait de staart naar achteren, net zo lang tot de wind er niet meer tegenaan duwt (niet vanaf de ene en niet vanaf de andere kant), maar er langs stroomt. Zo wijst de punt dus in de richting waar de wind vandaan komt. Nog iets: als je rondloopt met de pijl aan een vinger bungelend voor je? Hoe wijst hij dan? Als het goed is, snap je dat nu ook.